kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Philip Glass

Philip Glass geb. Baltimore 31-1-1937
Amerikaans componist

Philip Glass ontdekte de muziek door de platen uit zijn vader's radio-reparatie winkel. Ben Glass nam de platen die slecht verkochten mee naar huis om voor zijn kinderen te draaien. Philip raakte al snel vertrouwd met kwartetten van Beethoven, sonates van Schubert, symfonieën van Shostakovitch en andere muziek die in die tijd als ''offbeat'' beschouwd werd. Het was pas in zijn late tienerjaren dat hij kennis maakte met de ''standard'' klassieken.

De opleiding van Philip Glass begon op zijn zesde jaar met muzieklessen. Op zijn negende nam hij fluitlessen, maar toen hij vijftien was raakte hij gefrustreerd over wat het muzikale leven van het na-oorlogse Baltimore hem te bieden had. Tijdens zijn tweede jaar op het voortgezet onderwijs werd hij geaacepteerd door de universiteit van Chicago.
Aangemoedigd door zijn ouders verhuisde hij naar Chicago en onderhield zichzelf met part-time baantjes zoals serveren en vliegtuigen inladen. Hij studeerde wiskunde en filosofie en in zijn vrije tijd oefende hij op de piano, zich concentrerend op componisten als Ives en Webern.

Op zijn negentiende studeerde hij af en verhuisde naar New York, waar hij aan de Jiulliard School of Music ging studeren. In deze tijd nam hij afstand van de twaalftoonstechniek die hij in Chicago had gebruikt en begon de werken van componisten als Aaron Copeland en William Schuman te onderzoeken. tenslotte studeerde hij bij Vincent Persichetti, Darius Milhaud en William Bergsma. Het serialisme afwijzend, voelde Glass zich aangetrokken tot non-conformistische componisten als Harry Partch, Charles Ives, Moondog, Henry Cowell en Virgil Thomson, maar heeft zijn eigen geluid nog niet gevonden.

In 1960 verhuisde hij naar Parijs en studeerde twee jaar lang intensief bij Nadia Boulanger. In Parijs huurde filmmaker Conrad Roods Glass in om ragas van Ravi Shankar over te schrijven in Westerse notatie. Tijdens dit proces leert hij de techniek van Indiase muziek kennen. Na muziekonderzoek gedaan te hebbn in Noord-Afrika, India en de Himalaya, keerde hij terug naar New York en paste deze technieken toe in zijn eigen werk.

Tegen 1974 had hij een grote collectie nieuwe muziek gecomponeerd voor zijn groep, The Philip Glass Ensemble, evenals muziek voor de Mabou Mines Theater Company, mede opgericht door Glass.
Deze periode bereikte zijn hoogtepunt in de compositie Music in Twelve Parts (1974), een drie uur durende collage van zijn nieuwe muziek, gevolgd door de opera Einstein on the Beach (1976)- een vijf uur durend epos gemaakt met Robert Wilson dat nu wordt gezien als een mijlpaal in het 20 ste eeuwse muziektheater. Daarna besloot Glass Einstein tot een deel van een trilogie te maken, resulterend in de creatie van de opera's Satyagraha (1982) en Akhnaten.

In de daarop volgende jaren werkten Glass en Wilson samen aan verschillende projecten waaronder Civil Wars (Rome) (1984) - de vijfde akte van een door meerdere componisten geschreven epos gecomponeerd voor de Olympische Spelen van 1984- ; White Raven (1991)- een opera in opdracht van Portugal om diens ontdekkings geschiedenis te vieren in première gegaan bij EXPO '98 in Lissabon en in 2001 bij het Lincoln Center Festival - en Monsters of Grace (1998), een digitale 3-D opera.

Behalve deze werken, omspant zijn repertoire de genres, opera, orkest, kamerensemble, dans, theater, en film en samenwerkingen met een verscheidenheid van onderscheidende hedendaagse artiesten.

Opera's
Zijn opera's zijn o.a. The Making of the Representative for Planet 8 (1986) en Marriages Between Zones Three, Four and Five (1997) met libretto's geschreven door Doris Lessing, gebaseerd op haar romans; Hydrogen Jukebox (1990) met een libretto door Allen Ginsberg, gebaseerd op zijn poëzie; The Voyage (1992), gebaseerd op de ontdekkingsreizen van Christoffel Columbus met een libretto geschreven door David Henry Hwang; The Fall of the House of Usher (1988), gebaseerd op het korte verhaal van Edgar Allen Poe, met een libretto geschreven door Arthur Yorinks en In the Penal Colony (2000), een muziek theater werk, gebaseerd op het korte verhaal van Franz Kafka met een libretto door Rudolf Wurlitzer. Andere opera samenwerkingen van Glass zijn Galileo Galilei (2002) met Mary Zimmerman en The Sound of a Voice (2003) met David Henry Hwang.

Orkestwerken
Niet minder gevarieerd zijn Glass'orkestwerken. Er zijn grootschalige werken voor koor en orkest zoals Itaipu (1989) en Symphony No. 5 (1999) gebaseerd op teksten van wijze tradities vanuit de hele wereld; Symphony No. 2 (1996) een opdracht van het Brooklyn Philharmonic Orchestra, Symphony No. 3 (1996), Symphony No. 6 (Plutonian Ode) (2001), met tekst door Allen Ginsberg; en ''Low'' en ''Heroes'' Symphonies (1992, 1997), beide gebaseerd op de muziek van David Bowie en Brian Eno. Verder schreef hij vijf stijkkwartetten, zowel als concerten voor viool en orkest, saxofoon kwartet en orkest, twee timpanisten en orkest en klavecimbel en orkest. Zijn Tirol Concerto for Piano and Orchestra (2000) ging in première tijdens het Klanspuren Festival in Tirol, Oostenrijk en zijn Concerto for Cello and Orchestra (2001), een opdracht voor de 50ste verjaardag van Julian Lloyd Webber, ging in première tijdens het Beijing Festival.

Filmmuziek
Glass film partituren zijn o.m. Godfrey Reggio's trilogie Koyaanisqatsi (1983), Powaqqatsi (1987) en Naqoyqatsi (2002); Errol Morris' The Thin Blue Line (1988), A Brief History of Time (1992) en de in 2003 uitgebrachte The Fog of War; Paul Shrader's Mishima (1985); Bernard Rose's Candyman (1992) en Bill Condon's Candyman II (1996); en een originele partituur, uitgevoerd door het Kronos Quartet voor de her-uitbrenging van Dracula uit 1930, met Bela Lagosi. Door de critici toegejuichte film partituren waren Kundun (1997) van Martin Scorsese – met welke Glass de LA Critics Award won, evenals de Academy and Golden Globe nominaties voor Best Original Score — en originele muziek voor Peter Weir's The Truman Show (1998) - welke een Golden Globe Award won voor Best Score in 1999. Glass' werk voor Stephen Daldry's The Hours (2002) kreeg een Golden Globe, Grammy, en Academy Award nominaties, en won de Anthony Asquith Award for Achievement in Film Music van de British Academy of Film and Television Arts. Hij schreef ook de partituren voor de thrillers Taking Lives en Secret Window in 2004.

niet te classificeren dans-, theater- en opname-werken
Dans, waaronder In the Upper Room (1986), choreografie van Twyla Tharp, en A Descent into the Maelstrom (1986). Theater, waaronder The Photographer (1983), The Mysteries and What's so Funny? (1990) en 1000 Airplanes on the Roof (1988) met een libretto van David Henry Hwang en ontwerpen van Jerome Sirlin, zie muziektheater stukken gebaseerd op de films van Jean Cocteau, Orphée (1993), La Belle et La Bête (1994) en Les Enfants Terribles (1996). Opname-projecten waaronder Passages (1991) met Ravi Shankar en Songs from Liquid Days (1986) met teksten van David Byrne, Paul Simon, Laurie Anderson, en Suzanne Vega.

In 2003 ging zijn Opera The Sound of a Voice met libretto van David Henry Hwang in première, schreef hij de partituur voor Errol Morris' documentaire (won een Academy Award) The Fog of War en gaf hij de CD Études for Piano Vol. I, No. 1-10 uit onder het Orange Mountain Music label.

Premières in 2004 waren het werk Orion - een samenwerking tussen Glass en zes andere internationale artiesten, in Athene als onderdeel van de culturele viering van de Olympische Spelen 2004 in Griekenland. Verder zijn Piano Concerto No. 2 (naar Lewis en Clark) met het Omaha Symphony Orchestra.

In 2005 Symphony No. 7 met het National Symphony Orchestra en de opera Waiting for the Barbarians, gebaseerd op het boek van John Coetzee. Glass blijft regelmatig op tournee gaan met Philip on Film, een live optreden van zijn ensemble bij een serie nieuwe korte films zowel als met klassiekers als Koyaanisqatsi, Powaqqatsi, La Belle et La Bête, en Dracula.

Bron: www.philipglass.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 12.