kunstbus
Dit artikel is 18-09-2008 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Lier

Lier (of lyra)

Muziekinstrument van de Griekse oudheid. De lier is vooral bekend als een in de klassieke Oudheid en Middeleeuwen veel gebruikt muziekinstrument en voorloper van de harp.

Iconografische getuigenissen van de uit de familie der draailieren stammende lier zijn pas te vinden in de 7e eeuw voor Christus. Op het literaire vlak is het instrument voor het eerst te vinden in de Hermes-mythe uit het Homerus-tijdperk. Deze bericht over de uitvinding van de lier door Hermes en het doorgeven ervan aan zijn broer Apollo.

De lier heeft, in tegenstelling tot de kithara, die rechthoekig gevormd is, een schaalvormig klanklichaam. Als schaallichaam diende aanvankelijk het pantser van de schildpad, waardoor de lier ook "schilddraailier" genoemd werd, later kwamen er ook imitaties van hout.

In de Grieks-Helleense cultuurperiode was de lyra een begeleidingsinstrument voor dichters. De lier bestond uit een houten klankkast, waaruit twee armen staken, verbonden door een stemschroeven bevattende dwarsbalk, vanwaar oorspronkelijk drie of vier, later meestal zeven uit darm vervaardigde snaren over de klankkast liepen.

De in zittende houding bespeelde lier werd onder de linker arm geklemd, en de linkerhand werd voor het dempen en mogelijkerwijze ook voor het tokkelen van de darmsnaren gebruikt, terwijl de rechterhand het aan een lint bevestigde plectrum leidde.

De lier werd geen instrument voor de virtuoos, maar werd voornamelijk als huisinstrument gebruikt.

De luit
Ook de middeleeuwse eensnarige luit met peervormige klankkast en lange hals wordt lier genoemd. Maar ook in de tijd van Koning David in het Oude Testament is er al sprake van dat hij lier speelde en zo Koning Saul op goede gedachten bracht. Langzamerhand raakte het instrument in vergetelheid en diende alleen nog als symbool, om iets bijzonders uit te drukken.

De moderne lier
In 1926 werd de lier echter nieuw gebouwd door Edmund Pracht en Lothar Gärtner, nu als chromatisch gestemd snaarinstrument, waardoor het mogelijk werd nieuwe modern gecomponeerde muziek te spelen. Deze moderne lier wordt nu bespeeld in vier liggingen, nl. sopraan, alt, tenor en bas. De snaren geven een bijzonder heldere verfijnde klank, en zijn een inspiratiebron voor spelers, componisten en bouwers. Tegenwoordig worden er over de hele wereld nieuw gevormde lieren gebouwd, en bespeeld.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article draailier (It.: lira tedesca, ghironda ribeca, stampella, viola da orbo; Fr.: vielle à roue; Du.: Bauernleier, Deutsche Leier, Bettlerleier, Drehleier, Radleier; Eng.: hurdy gurdy, wheel fiddle)

Een draailier is een soort gemechaniseerde viool dat bestaat uit een viool-, gitaar- of luitvormige klankkast met twee klankgaten. De strijkstok is hierbij vervangen door een wiel of rad tussen het toetsenkastje en het staartstuk dat door middel van een zwengel wordt rondgedraaid en eventueel met met hars stroef gemaakt tegen de darm- of metalen snaren aandrukt. Twee of meer melodiesnaren (chanterelles) met dezelfde stemming worden met tangenten verkort wanneer de corresponderende toets wordt ingedrukt. Twee of vier bourdonsnaren (grondtoon en dominant) zijn als bij de doedelzak continu te horen maar kunnen per snaar ook in- en uitgeschakeld worden. De bourdonsnaren worden ook wel bourdon, mouche en trompette genoemd.

Een karakteristieke eigenschap van een draailier is de ritmische begeleiding die ontstaat door bij het draaien aan het wiel vanuit de pols ritmische versnellingen aan te brengen. Op de draailier doet dit de trompetkam in trilling komen wat een ritmisch snerpend geluid geeft.

Draailieren komen vooral voor in Frankrijk (vielle à roue) en Hongarije (tekerö). De Hongaarse draailier is meestal eenvoudiger van constructie. Het instrument is verwant aan het Zweedse instrument nyckelharpa.

De aanwezigheid van bourdon en melodiesnaren maakt dat een draailier veelal dezelfde eigenaardigheden deelt met een heel ander instrument: de doedelzak.

De draailier is meer verwant aan de Citol of vedel dan aan de lier.

Geschiedenis
Organistrum was de Latijnse benaming voor het instrument in de middeleeuwen ( traktaat van Odo van Cluny ( †942 ) 'Quomodo organistrum construatur' ). In Frankrijk kende het als volksinstrument 'chifonie' een grote verspreiding; onder Hendrik II en Hendrik III kwam het in de gunst van het hof; met de 18de-eeuwse pastorale deed het zijn intrede in de Franse salons en burgerhuizen. Baton uit Versailles bracht in 1716 verbeteringen aan. De klavieromvang ging tot twee volle octaven ( g'-g' " ); zoals bij de piano werden de toetsen in boven- en ondertoetsen gegroepeerd. Tegen het einde van de 19de eeuw verdween het instrument geleidelijk, het kan hier en daar nog worden aangetroffen als volksinstrument, b.v. in Savoye. In Duitsland bleef de draailier steeds een minderwaardig bedelaarsinstrument. - www.freewebs.com/demenensegitaarsite2/variade.htm)


Pageviews vandaag: 262.