kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Leon Goossens

Léon Goossens

Engelse hoboïst van Vlaamse afkomst, geboren 12 juni 1897 Liverpool - overleden 12 februari 1988 Londen.

Leon Goossens werd beschouwd als een van de beste hoboïsten van zijn tijd. Engelse componisten stonden in de rij om voor hem te schrijven: Britten (Phantasy Quartet), Elgar (Soliloquy), Vaughan-Williams (Hoboconcerto), Bax (Hobokwintet), Jacob (Concerto), Arnold (Concerto), Richardson (French Suite) en vele anderen. Zelfs een zwaar auto-ongeval in juni 1962 waarbij zijn lippen en tanden zwaar beschadigde, kon zijn carrière niet breken.

Biografie
Na een tijdje pianoles te hebben gevolgd, begon hij op achtjarige leeftijd hobo te studeren bij Charles Reynolds. Nauwelijks twee jaar later maakte hij zijn professionele debuut. Vanaf 1911, amper 14 jaar oud, studeerde hij dan bij William Malsch aan het Royal College of Music te London.

Hij werd benoemd tot eerste hobo van het Queen's Hall Orchestra toen hij 17 was.

Na de Eerste Wereldoorlog, waarin hij als soldaat gewond was geraakt, keerde hij terug naar het Queen's Halll Orchestra, later naar Covent Garden in 1924, waar hij af en toe de orkestrepetities leidde wanneer vaste dirigent Beecham te laat arriveerde. In datzelfde jaar werd hij aangesteld als professor hobo aan het Royal College of Music (tot 1939) en de Royal Academy of Music (tot 1935), beide in Londen. Onder zijn leerlingen bevonden zich MacDonagh Terence, Marx Joseph, Gipps Ruth, Evelyn Rothwell...

Daarnaast speelde hij in het Royal Philharmonic Society Orchestra en in het London Philharmonic Orchestra dat pas in 1932 werd gesticht. Ondertussen had hij ook al heel veel werken solo gespeeld en zo een heel goede reputatie gekregen.

In juni 1962 sloeg het noodlot toe: Leon Goossens werd ten gevolge van een ernstig auto-ongeluk heel erg verwond aan zijn tanden en lippen. Maar hij vocht zich terug en ontwikkelde een volledig nieuwe techniek om al rond 1966 de draad van zijn carrière weer op te kunnen pikken.

De voornaamste bijdrage van Goossens aan de hobo was dat hij de toon veel verfijnder en zachter had gemaakt en daardoor tot een nieuwe flexibiliteit en expressie kon komen. Hij wordt ook beschouwd als één van de eersten die echt systematisch middenrifvibrato toepaste. Zijn toon werd nagestreefd door zijn studenten waardoor hij wordt beschouwd als stichter van een Engelse hoboschool. Goossens stelde dat 'one should be able to switch it on or off according to the character of the music as well as being able to determine the speed of the cycles', waarmee hij meteen de instrumentisten hekelde die continu vibrato toepasten.

Ook op andere instrumentisten had zijn gebruik van vibrato invloed, bijvoorbeeld klarinettist Reginald Kell, die door zijn eigen expressieve gebruik van vibrato, een nieuwe stijl van klarinetspel tot stand bracht.

Leon Goossens voelde zich ook thuis in het lichtere genre. Zo trad hij op met de 'Ciro's Club Dance Band' en het 'New Mayfair Dance Orchestra'.

Samen met hoboïst Edwin Roxburgh schreef hij op 82-jarige leeftijd het boek 'Hobo' (uitgegeven door Strengholt als nummer 4 in de reeks Yehudi Menuhin, in het Nederlands vertaald door o.a. Han de Vries), waarin aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van het instrument, de rietenbouw, repertoire, maar ook aan verschillende aspecten van het hobospelen, zoals embouchure, houding, adem, toonkwaliteit, vibrato, techniek (ook hedendaags)...

Opmerkelijk was dat hij als professionele hoboïst nauwelijks zelf rieten maakte, maar ze altijd in Liverpool haalde bij een professionele rietenkrabber, Thomas Brierley. Hij speelde zowat zijn ganse carrière op een Lorée uit 1907.

Het hoboconcerto van Eugène Goossens III
Het hoboconcerto van Leons broer Eugène verdient een speciale vermelding. Het werk, daterende uit 1927, was gecomponeerd met de bedoeling gecreëerd te worden op het eerste concert van Leon in de Verenigde Staten (naar het schijnt ook het allereerste concert waarop een hobo als solist te horen zou zijn). De première van het werk moest uitgesteld worden voor een concert in Boston in februari 1929, maar toen bleek de orkestratie nog steeds niet af te zijn, zodat Eugène zijn broer Leon op de piano moest begeleiden. Uiteindelijk werd het dan toch gecreërd op een Promenade Concert in 1930, gedirigeerd door Sir Henry Wood. Het kende zo veel succes, dat Eugène zijn beklag deed, toen de Philharmonic Society hem een concert aanbood met op het programma o.a. dit concerto: '...ik vind het heel tof om mijn broer als solist naast mij op het podium te hebben, maar mijn hoboconcerto is al zo 'platgespeeld' in Londen.'
Ironisch genoeg wordt het werk vandaag de dag, net als alle andere werken van Eugène, nauwelijks nog gespeeld. Het werk bestaat uit één deel en verkent het kleurenpalet en de technische mogelijkheden van het instrument. Zelfs Leon zelf deed op een bepaald moment zijn beklag over het feit dat het zo moeilijk was. De cadens, die zou gebaseerd zijn op Leons opwarmingsoefeningen, wordt ondersteund door de tamtam. Op het hoogtepunt van zijn carrière kon hij het concerto uiteindelijk opnemen onder Walter Susskind in april 1948.

Website met volledige bron: Leon Goossens is afkomstig uit een erg muzikale familie. Stamvader van de Goossens-dynastie was Eugène Goossens (Brugge, 25 februari 1845 - Liverpool, 30 december 1906), een leerling van de Brugse stedelijke muziekschool en het conservatorium van Brussel. In 1873 trok hij naar Londen waar hij eerst aan de kost kwam als operettedirigent en later als dirigent van de Carl Rosa Opera Company. In 1894 stichtte hij in Liverpool het Goossens Male Voice Choir waarmee hij veel Belgisch repertoire uitvoerde.

Ook zijn zoon Eugene Goossens II (Bordeaux, 28 januari 1867 > Londen, 31 juli 1958) studeerde in Brugge en Brussel. Hij trad helemaal in de voetsporen van zijn vader door eerst als violist en later als répétiteur en assistent-dirigent bij de Carl Rosa Opera Company te gaan werken. Nadat hij een tijdje rondreizende Engelse operagezelschappen had gedirigeerd, volgde hij bij Carl Rosa zijn vader op als eerste dirigent. In 1917 dirigeerde hij Beecham's Majesty’s Theatre en in 1926 werd hij dirigent van de British National Opera Company.

De familie Goossens was vrij conservatief in het geven van namen, want ook de derde mannelijke telg in de dynastie werd net als zijn vader en grootvader Eugene gedoopt: sir (Aynsley) Eugene Goossens III (Londen, 26 mei 1893 - Hillingdon, 13 juni 1962)(zie artikel Eugene Goossens).

Eugene III en Leon hadden nog twee zussen die eveneens begiftigde musiciennes waren: Marie Goossens (Londen, 11 augustus 1894 > Dorking, 18 december 1991) was harpiste en speelde onder andere in het Covent Garden Orchestra en het London Philharmonic Orchestra. Ook haar zus Sidonie Goossens (Liscard, 19 Oct 1899 > ?) was harpiste. Zij trad verschillende keren op tijdens de Promsconcerten waar ze onder andere Tailleferres Concertino en Henkemans’ Concert speelde. In 1930 was ze medestichter van het BBC Symphony Orchestra. Haar honderdste verjaardag werd gevierd met concerten in Wigmore Hall en Royal Festival Hall.

Website met volledige bron: www.svm.be (Jan Dewilde)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 69.