kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Kanunnik

De kanunnik (m.), ~en

Wereldlijk geestelijke van het kapittel van een kathedrale kerk => domheer, kapittelheer, koorheer

Ook canonicus (Latijns), lid van een, aan stiftskerken en domkerken ingericht kapittel. De taak van een kanunnik bestaat er onder andere in, zich voor een actief gemeenschapsleven en vooral voor de viering van de liturgie in te zetten.

Onder een kanunnikdij verstaat men de ambtsplaats van een kanunnik in het dom- of stiftskapittel (domheersplaats).

Een kanunnik (canonicus in het Latijn, meervoud kanunniken), ook koorheer, domheer of kapittelheer genaamd, is een geestelijke die deel uitmaakt van een kapittel.

Een collegiale kerk is een kloosterkerk die door een kapittel van kanunniken wordt bediend en geen bisschopszetel heeft.

Een seculier kanunnik is verbonden aan een kapittel van een reeds bestaande seculiere geestelijke instelling, zoals een kathedraal of zelfs een parochiekerk. Indien het kapittel gevestigd is in een kathedraal, spreekt men van een kathedraalkapittel. De kerk die het kapittel herbergt, wordt een kapittelkerk (niet te verwarren met collegiale kerk) genoemd. In sommige voorname kerken bestonden er soms meerdere kapittels. Het was niet ongewoon dat er in een kathedraal een groot en klein kapittel bestond, of zelfs een reguliere naast een seculiere stichting.
Het aantal kanunniken is afhankelijk van het aantal gestichte prebenden. Een prebende was een geheel van dotaties waarmee in het levensonderhoud van een kanunnik werd voorzien. Omwille van het financieel karakter van deze prebendes werden zij tijdens de Middeleeuwen dikwijls in pacht gegeven. De verwerver van de prebende was dan slechts kanunnik in naam en liet zich voor de koordiensten vervangen door een (minder kapitaalkrachtig) priester, die als vicaris optrad. Zodoende waren er in het verleden nogal wat kanunniken die alleen de lagere wijdingen of zelfs geen enkele wijding hadden ontvangen. Deze kanunniken konden dan ook getrouwd zijn. Deze gewoonte is door het Concilie van Trente als misbruik afgeschaft.
In sommige kerken had het kapittel soms meer aanzien dan de kerk waarin ze gevestigd was. Een typerend voorbeeld is het Sint-Goedelekapittel in de Brusselse Sint-Michielskerk. Jan van Ruusbroec maakte daar meer dan 20 jaar deel van uit. Uit deze Sint-Michielskerk is de befaamde Sint-Goedelekathedraal gegroeid.
In verschillende plaatsen zijn nog kanunnikenhuizen te vinden, bijvoorbeeld in Breda, Borgloon, Utrecht en Nijmegen. In Boxtel is het kanunniken-museum De Canonije sinds 1993 in een gerestaureerd kanunnikenhuisje gevestigd.
Seculiere kanunniken bestaan eigenlijk alleen nog in kathedrale kapittels. Zo'n kapittel vormt het adviescollege van de bisschop, en neemt het bestuur van het bisdom waar als de zetel vacant is.

Reguliere kanunniken
In de 12e eeuw ontstonden naast de seculiere kanunniken ook reguliere kanunniken. Het zijn kanunniken die kloosterlijk (regulier) samenleven. Ze leggen de drie kloostergeloften af en leven in gemeenschap volgens een bepaalde orderegel, meestal de Regel van Augustinus. Zij zijn gegroepeerd in verschillende orden en congregaties. De Premonstratenzers (ook norbertijnen of witheren genaamd) en de kruisheren vormen een dergelijke orde.

Talrijke kanunnikengemeenschappen, die verplicht waren de canones of de kerkelijke rechtsbepalingen na te leven, volgden een voorgeschreven apostolische levenswijze, in navolging van het gemeenschappelijk leven dat door Augustinus werd vooropgesteld. Na verloop van tijd gingen deze gemeenschappen over tot het strikt navolgen van een regel en het afleggen van de drie geloften (armoede, kuisheid en gehoorzaamheid), zodat zij, om het onderscheid te maken met seculiere kanunnikengemeenschappen die dit stadium nog niet hadden bereikt, reguliere kanunniken werden genoemd. De vrouwelijke religieuzen die overgingen tot het navolgen van de regel van Augustinus, heetten reguliere kanunnikessen.

Net als Cisterciënzers of Benedictijnen zijn de orden die volgens de Regel van Augustinus leven kloosterorden. Hieraan doet het feit niet af dat de regel van Augustinus op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd, alleen al omdat er vijf teksten zijn die men elk aanduidt met de term Regel van Augustinus, waaronder een brief in een versie voor vrouwelijke en mannelijke religieuzen. Juist daarom is het ook begrijpelijk dat niet in alle kloosters van reguliere kanunniken en kanunnikessen een identieke regel werd nagevolgd.

Eretitel
De titel van kanunnik wordt door de bisschop ook soms toegekend als eretitel aan verdienstelijke priesters. In België bijvoorbeeld aan Kanunnik Michaël Ghijs, koorleider van de Schola Cantorum Cantate Domino in Aalst. In Nederland aan bijvoorbeeld rector Peijnenburg, erekanunnik van de Sint-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch.

Spelling
Het woord kanunnik wordt heel vaak verkeerd gespeld, zelfs in gespecialiseerde literatuur. Een zoekopdracht in Google toont aan dat het anno 2006 9 op 100 keer als "kannunik" geschreven wordt. Ook over het meervoud struikelt menig speller: kanunniken - k wordt niet verdubbeld (ezelsbruggetje: er waren 121 kanunniken).

Een vrouwelijke kanunnik heet kanunnikes maar ook hier worden foutieve spellingen aangewend, zoals kanonikes en kanunikes.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Kanunnik.

Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 145.