kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Jan van Gilse

Jan van Gilse geb. Rotterdam 11-5-1881, gest. Oegstgeest 8-9-1944
Nederlands componist

Jan van Gilse studeerde orkestdirectie en compositie bij F. Wüllner aan het conservatorium in Keulen en later bij E. Humperdinck in Berlijn. Het oratorium Eine Lebensmesse (1904, op een tekst van Richard Dehmel) heeft hij in zijn tweede studieperiode geschreven. Hij was dirigent in Keulen, München, Amsterdam, Rome en Berlijn.

In 1911 nam Jan van Gilse het initiatief tot de oprichting van het Genootschap van Nederlandse Componisten (GENECO). Hij deed dit in overleg met Peter van Anrooy, Alphons Diepenbrock (trok zich terug), Abraham Dirk Loman jr., Simon van Milligen, Dirk Schäfer, Johan Wagenaar, en Bernhard Zweers.

In 1913, om de materiële belangen van de Nederlandse componisten te behartigen, werd samen met de Vereeniging voor Muziekhandel- en uitgeverij, het Bureau voor Muzikale Auteursrechten (BUMA) opgericht, waarvan Jan van Gilse vanaf het begin voorzitter was, totdat het door de Duitsers in 1944 opgeheven werd.

Hij keerde in 1916 terug naar Nederland waar hij van 1917-22 dirigent was van het Utrechts Stedelijk Orkest. Door een controverse met de componist en recensent Willem Pijper besloot hij in 1922 ontslag te nemen.

Na enige jaren in Laren gewoond te hebben ging hij weer naar Duitsland, waar hij in 1926 in Zürich woonde en van 1927-33 in Berlijn. Na de komst van Hitler, van Gilse was een fel tegenstander van het nationaal-socialisme, keerde hij in 1933 terug naar Utrecht waar hij directeur werd van het conservatorium en de muziekschool. In 1937 nam hij ontslag om zich aan het componeren te wijden.

Tijdens de W.O. II speelde Jan van Gilse een belangrijke rol in het verzet. Uiteindelijk stierf hij op zijn onderduikadres in Oegstgeest bij de componist Rudolf Escher.

Zijn Prologus Brevis (1928) voor orkest heeft van zijn talrijke composities de meeste bekendheid verkregen. Stilistisch is van Gilse's muziek verwant aan de Duitse romantiek; het harmonisch idioom van zijn latere werken is gematigd modern.

Werken: o.a. orkestmuziek: 5 symfonieën, variaties op een St. Nicolaasliedje (1908); Eine Lebensmesse voor soli, koor en orkest; opera: Frau Helga von Stavern (1911-13, eigen Duitse tekst) en Thijl (1940, naar Charles de Costers)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 230.