muziekbus
Dit artikel is 08-02-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Igor Stravinsky

De Amerikaanse componist van Russische afkomst Igor Fjodorovitsj Stravinsky (Oranienbaum, bij St.- Petersburg, 1882 - New York 1971), was een belangrijke componist van de 20e eeuw evenals dirigent van vooral zijn eigen werken. Stravinsky kreeg in 1934 de Franse nationaliteit en sinds 1945 de Amerikaanse.

De in een streng Grieks-orthodox geloof opgevoede Strawinsky, kreeg op negenjarige leeftijd de eerste pianolessen. De grondbegrippen van de harmonieleer en van de contrapunt maakte hij zichzelf eigen, voordat hij in 1903 privé-leerling van Nikolaj Rimski-Korsakow werd.
Zijn studie rechten voltooide hij in 1905 en hij wijdde zich daarna in versterkte mate aan zijn composities.

In 1909 werd Stravinsky door de Russische balletimpresario Serge Diaghilev opgemerkt en deze gaf hem de meest verschillende opdrachten voor balletcomposities.

Van 1910 tot 1914 verbleef hij afwisselend in Parijs, Oestiloeg (Wolhynië) en en in Clarens (Zwitserland). In Parijs maakte hij kennis met de gehele culturele wereld aldaar waaronder o.m. Ravel, Debussy, de Falla, Satie, Puccini en Marcel Proust. Het ballet Le Sacre du Printemps (1912) voltooid en uitgevoerd in 1913 had enkele uitvoeringen nodig om tot grote bewondering en populariteit van Stravinky's balletmuziek te leiden. Sindsdien is Le Sacre du Printemps zijn populairste ballet.

Van 1920 tot het begin van de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in Frankrijk, waar hij in 1934 de Franse nationaliteit verwierf, daarna vestigde hij zich in 1939 in Hollywood.

De muziek uit de eerste creatieve periode van de componist is sterk door het Russische volkslied beïnvloed. Stravinsky vertoont een bijzondere voorkeur voor ballet en voor de historische stijlparodie. Hij neemt bewust stijlelementen van het vroegromantische Italiaanse melodrama over.

Zijn vriendschap met Ravel en Debussy leidde er toe, dat hij zich een tijd lang ook van impressionistische stijlidealen bediende.

Omstreeks 1920 begint zijn neoclassicistische periode, die ongeveer 30 jaar duurt en als oppositie tegen de Weense school, tegen de atonaliteit en de twaalftonige muziek te beschouwen is.

Hierbij houdt de onder andere met André Gide, Jean Cocteau, Pablo Picasso en Henri Matisse persoonlijk bekende toondichter de klassieke vormen aan, vervreemdt deze echter door polyritmische en ritmisch-asymmetrische elementen, door motorische en ostinato-ritmen, die een verwantschap met jazz en met de Slavische folklore vertonen.
De harmonieleer komt voort uit de Russische folklore, is beïnvloed door de kerk-tonaliteit en is soms pluritonaal.
De melodieleer onderscheidt zich vooral door korte diatonische motieven.

Ongeveer vanaf 1951 toont de bewonderaar van Pjotr Tsjaikovsky ook interesse voor seriële technieken en voor de dodecafonie.

Het compositorische werk van de af en toe ook als pianist en dirigent optredende meester, die in zijn werken geen eenvormige fundamentele lijn volgt, omvat bijna alle muzikale genres.
Bijzonder bekend werd ook in het begin van de tweede wereldoorlog een reeks lezingen aan de Amerikaanse Harvard University in Cambridge over de "muzikale poëtiek", waarin hij onder andere zijn anti-romantische houding naar voren brengt: "Componeren betekent voor mij, een bepaald aantal klanken volgens zekere intervalverhoudingen te ordenen."

Keuze uit het werk: Ballet "L'oiseau de feu" (1910) Ballet "Petrouchka" (1911) Ballet Le Sacre du Printemps (1912) Melodrama "L'histoire du soldat" (1918) Opera "Oedipus Rex" (1927) Opera "The rake's progress" (1951) Symphonie des psaumes

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.