kunstbus

Bezoek ook onze webwinkel


Hermann Goetz

Hermann Goetz geb. Königsberg 7-12-1840, gest. Zürich 3-12-1876
Duits componist

Hermann Goetz nam in 1857 pianoles van de pianist, componist en muziekjournalist Louis Köhler in Königsberg. Zijn eerste pogingen tot componeren dateren uit zijn gymnasiumtijd: stukken voor piano, liederen en zelfs een ontwerp voor de vertoning van een zangspel van Goethe (Claudine von Villa Bella).

In 1858 schreef hij zich in aan de universiteit van Königsberg om wiskunde te gaan studeren. In 1860 echter besloot hij muziek te gaan studeren en vertrok voor twee jaar naar Berlijn om, aan het Sternsche Konservatorium, partituur bij Julius Stern, piano bij Hans von Bülow en compositie bij Hugo Ulrich te studeren. Tijdens zijn eindexamen in april 1862 speelde hij zijn pianoconcert in Es-Dur.
Daarna gaf hij zelf les aan dit conservatorium en nam de leiding over van de 'Meichsnerschen Gesangvereins'.

Sinds zijn veertiende jaar leed Goetz aan tuberculose en in de hoop dat het Zwitserse klimaat een positieve uitwerking op zijn gezondheid zou hebben dong hij succevol naar de positie van organist aan de Stadskerk van Winterthur. Zijn voorganger was Theodor Kirchner, die na bijna 20 jaar dit ambt vervuld te hebben naar Zürich verhuisde.

In Winterthur ontpopte Goetz zich al snel als pianist en pianoleraar en richtte zijn eigen koor op het 'Gesangverein Melodia', dat al na anderhalf jaar ontbonden werd wegens een tekort aan mannenstemmen. Maatschappelijk contact onderhield Goetz niet in de laatste plaats door de 'Sonntagskränzchen', die iedere week in het Kasino plaatsvonden.

Goetz leerde in Winterthur de dichter en journalist Joseph Victor Widmann kennen, toen deze een voordracht hield over Goethe en de Religie. Goetz schreef in 1866 zijn eerste dramatische werk op een tekst van Widmann, het nieuwjaarsspel Die heiligen drei Könige.

Op de 'Sonntagskränzchen' leerde Goetz ook Laura Wirth kennen, waarmee hij op 22 september 1868 trouwde. Ze werden door hun gemeenschappelijke vriend Widmann getrouwd, die in Frauenfeld als helper van de predikant optrad.

In Winterthur begon Goetz zich aan steeds grotere muzikale vormen te wijden. Hij componeerde zijn tweede pianoconcert, dat hij op 1 december 1867 in Basel voor het eerst uitvoerde, een vioolconcert, de Sinfonie in e-Moll, een strijkkwartet, het Klaviertrio op. 1 en het Klavierquartett op. 6. Dit werk is opgedragen aan Johannes Brahms, die Goetz in 1865 leerde kennen en met wie hij een vriendschapsrelatie onderhield.

Met Widmann als tekstdichter nam Goetz zich voor een opera te schrijven. Aanvankelijk was er sprake van de Parzival materie, maar hij besloot tot Der Widerspenstigen Zähmung, naar Shakespeares The taming of the Shrew. Dit werk is een van de beste Duitse blijspelopera's. Goetz heeft Shakespeares kluchtige komedie een meer lyrisch karakter gegeven, vooral in de figuur van Katharina.

In 1870 verhuisde Goetz naar Zürich, waar hij werkte als zelfstandig pianist, pianoleraar en van tijd tot tijd ook als muziekjournalist. Zijn functie als organist in Winterthur behield hij nog tot 1872.
In 1872 voltooide hij de compositie van zijn opera. Nadat Dresden en München het werk hadden afgewezen, werd het door de kapelmeester Ernst Frank in Mannheim aangenomen. De première vond plaats op 11 novemeber 1874 en was een doorslaggevend succes en er volgden al snel uitvoeringen op vele andere podia in Wenen, Leipzig en Berlijn.

De laatste werken die Goetz voltooide waren zijn Sinfonie in F-Dur op. 9, het Klavierquintett op. 16 en Nenie op.10 naar Schiller voor gemengd koor en orkest. De opera Francesca von Rimini, voor welke Goetz de tekst samen met Widmann schreef, bleef onvoltooid. Hermann Goetz stierf op 3 december 1876 aan de gevolgen van tuberculose.

Bron o.a.: www.swissclassic.net


Pageviews vandaag: 418.