kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

George Gershwin

George Gershwin geb. 26-9-1898 Brooklyn New York, gest. 117-7-1937 Hollywood
Amerikaans componist

Gershwins ouders, Rosa en Moishe Gershovitz emigreerden in 1891 van St. Petersburg Rusland naar New York. Hun familienaam werd veramerikaniseerd tot Gerwvin en later aangepast tot Gershwin. Hun eerste zoon Israel (Ira) werd op 6 december 1896 geboren, hun tweede zoon George op 26 september 1898.

Gershwin - Rhapsody in Blue pt.1/2 - pianist Leonard Bernstein

Gershwins vader is handelaar, maar verandert om de haverklap van zaak: Russische en Turkse badhuizen, bakkerijen, een sigarenwinkel die een goklokaal dekt, een goklokaal voor paardenrennen. Dat maakt dat George in zijn jeugd op 25 verschillende adressen in Lower East Side van Manhattan (New York) woont. School interesseert hem niet, enkel muziek.

In 1910 kocht Gershwins moeder een piano en George begon er direct een populaire melodie op te spelen. Hij had bij een vriendje thuis al van alles geprobeerd. Vanwege zijn buitengewone natuurlijke talent op de piano regelden zijn ouders dat hij lessen kreeg. Zijn leraren waren ondermeer R Goldmark (harmonie en compositie) en de bekende pianist en componist Charles Hambitzer (piano).

George had accountant zullen worden, maar had zo'n hekel aan school dat hij die als 15-jarige voor gezien hield en ging werken als 'songplugger'.

Een nieuw muziekbegrip duikt op in New York in 1900. De legende zegt dat de songwriter en journalist Monroe Rosenfeld het begrip 'Tin Pan Alley' dat jaar lanceert. De naam, die zoveel betekent als de blikken-pot-steeg, komt van de geluidschaos van piano's en zangstemmen die door de talloze geopende ramen klinken van West 28th Street in New York. In die straat wonen de muzikanten en zijn dozijnen muziekuitgeverijen gevestigd. Heel snel wordt de straat hèt centrum voor de populaire muziek van New York City. Later wordt Tin Pan Alley veralgemeend tot een globale aanduiding van Amerika's commerciële muziek. Zo'n songplugger is niemand minder dan George Gershwin, die op zijn vijftiende naar Tin Pan Alley trekt en met zijn behendig pianospel vele songs 'plugt'. Hij gaat in 1914 werken voor de uitgever Jerome H. Remick and Co, Music Publishers.

Zijn eerste liedje publiceerde hij op zijn 18de. Hij werd al snel bekend omdat hij regelmatig artikelen schreef voor populaire weekbladen. Hij studeerde weer bij verschillende meesters waaronder E. Hutchinson (piano) en E. Kilenyi (harmonie en compositie).

Toen hij 21 was, ging zijn eerste musical, La-La Lucille, in première met succes. Ook het liedje Swanee dat hij in dezelfde periode componeerde, oogstte veel succes: er werden een paar miljoen exemplaren verkocht. Hij ontdekte toen de rijkdommen van de jazzmuziek; waarvan hij zeer veel gebruik maakt.

Samen met zijn broer Ira, die voor veel van Georges muziek de teksten schreef, werkte hij aan talloze musicals die vaak grote successen werden en waarin sterren als Gertrude Lawrence en Fred en Adele Astaire optraden.

Paul Whiteman, de leider van een toonaangevend 'jazz-orkest', nam in 1923 kennis van enkele composities van George Gershwin. Hij was zeer verbaasd over de kwaliteit van deze werken, vooral omdat zijn eigen ideologie erin naar voren kwam. Whiteman streefde er naar de jazz van Tin Pan Alley te verheffen tot jazz die ook in de concertzaal tot zijn recht zou kunnen komen. In Gershwin zag hij de mogelijkheid deze ideologie werkelijkheid te laten worden.

Het was dan ook Paul Whiteman die Gershwin verzocht een groot werk voor zijn orkest te schrijven. Gershwin componeerde de Rhapsody in Blue. Gershwin voelt zich te onzeker om het stuk zelf te orkestreren. Hij laat zich bijstaan door Ferdie Grofè van het orkest van Paul Whiteman, die de creatie zal dirigeren. Maar hij onderstreept dat hij zelf een schets van de orkestrale kleuren heeft gemaakt. Met Gershwin achter de piano en Whiteman als dirigent werd de uitvoering een ware sensatie. De pers loofde unaniem deze nieuwe compositie die de muziekgeschiedenis een geheel nieuwe weg wees.

Gershwin trachtte in de Rhapsody in Blue (1924) - een revolutionaire schepping, die hem op slag beroemd maakte - een verbinding te leggen tussen de symfonische muziek en de jazz ( ‘symfonische jazz’). Gershwin: "Ik wilde laten zien dat jazz een idioom is dat niet moet worden beperkt tot alleen maar een liedje met refrein met een duur van drie minuten. Ik heb uitdrukking willen geven aan onze manier van leven, het tempo van leven, het tempo van ons modern bestaan, jachtig, chaotisch en dynamisch".

Op de uitvoering van de orkestversie in 1924 zijn de componisten Stravinski en Rachmaninov en de dirigenten Stokovski en Mengelberg aanwezig. Van de pianoversie van Rapsody in Blue heeft Gershwin zelf een plaatopname gemaakt. Met Paul Whiteman komt het later herhaaldelijk tot discussies over tempo en interpretatie van Rapsody in Blue. Bij de eerste plaatopname van de orkestversie in 1927 verlaat Whiteman de studio na een vlammende ruzie. Een andere dirigent moet de opname afwerken.

Summertime - Ella Fitzgerald & Louis Armstrong

Gershwin noemde zijn Rhapsody in Blue zelf met enige trots "een muzikale caleidoscoop van Amerika, onze prachtige smeltkroes". Inderdaad smelten in de Rhapsody de drie wezenlijke onderdelen van het Amerikaanse muziekleven uit de jaren twintig samen: jazz, blues en klassieke muziek. Later ontwikkelde Gershwin dit genre verder, m.n. in zijn meesterwerk, de opera Porgy and Bess (1935; libretto van DuBose Heyward en liedteksten van zijn broer Ira), waarvoor hij uitgebreid studie maakte van de Noord-Amerikaanse negermuziekcultuur.
Gershwins stijl, een synthese van de West-Europese klassieke muziek (invloeden van Ravel, Strawinsky) en de muziek van de Amerikaanse zwarte bevolking, gaf de Noord-Amerikaanse concertmuziek voor het eerst een eigen karakter en wordt vooral gekenmerkt door vitale ritmen en goed in het gehoor liggende songmelodieën.

Vanaf 1926 begint Gershwin te schilderen: in aquarel en olieverf maakt hij stillevens, zelfportretten en ook portretten van vrienden, waaronder Arnold Schönberg in 1937.

In 1928 ontmoeten Gershwin en Maurice Ravel elkaar. Beiden werken grensoverschrijdend: Gershwin van de jazz naar de klassiek toe en Ravel in de omgekeerde richting. Hun respect is wederzijds. Gershwin benijdt Ravels orkestraal vakmanschap en vraagt om les. Maar dat weigert Ravel, want hij bewondert de spontaniteit van Gershwin en wil die absoluut niet bederven. Ravel luistert urenlang gepassioneerd naar Gershwin aan de piano. Ravels jazzinspiratie zal het grootst zijn in zijn Sonate voor viool en piano, waarvan hij het tweede deel Blues titelt en in zijn twee pianoconcerto's.

Gerswhin reisde ook enige malen naar Europa, mede om aanwezig te zijn bij voorstellingen van zijn shows en om evenals in New York, uitgebreid te verkeren in de societykringen. Met name in Parijs ontmoette hij daar talloze beroemde collega's als Milhaud, Poulenc, Prokofiev en Stravinsky. De stad sprak tot zijn verbeelding en toen hij er in 1928 opnieuw enige maanden verbleef kon hij An American in Paris voltooien, waarin als opvallend realistisch onderdeel vier taxitoeters zijn verwerkt.

Ondanks zijn successen zoals Rhapsody in Blue en An American in Paris voelde George Gershwin zich als componist begin jaren dertig erg onzeker. Omdat hij tot dan toe geen klassieke opleiding had genoten, besloot hij in het voorjaar van 1932 compositielessen te nemen bij Joseph Schillinger, de meest toonaangevende muziektheoreticus in de Verenigde Staten uit die tijd.
Alhoewel zijn docent niet meer dan een droge opsomming van alle tot dan toe beproefde compositiemethodes gaf, betekende het voor de technisch weinig onderlegde Gershwin een enorme verruiming van zijn muzikale horizon.
De inspiratie voor het eerste werk dat de componist onder Schillingers invloed schreef, vond Gershwin tijdens een bezoek aan Havana. Daar ontstond de Cuban Overture (1932, aanvankelijk getiteld Rumba) een werk vol opzwepende Zuidamerikaanse ritmes.

In 1934 begon George te werken aan de muziek voor de opera Porgy & Bess. Het verhaal is gebaseerd op de roman Porgy van Edwin DuBose Heyward en Dorothy Heyward. DuBose Heyward heeft samen met Ira Gershwin het libretto (de teksten) voor de opera geschreven. De uitvoering van de opera was in die dagen een bijzonderheid. Niet alleen omdat Gershwin vooral bekend stond als musical schrijver, maar ook omdat de cast van de opera alleen maar uit zwarte mensen bestond. Op 30 september 1935 was de try-out van de opera in Boston een groot succes. De zeer succesvolle eerste voorstelling van Porgy & Bess op 10 oktober 1935 in New York ontlokte de discussie of het nu een opera was of een operette. Gelukkig heeft Porgy & Bess wel de erkenning gekregen van een echte opera. Liedjes uit deze opera als Summertime en I got plenty o'nuttin zijn bijzonder bekend geworden en kennen vele verschillende interpretaties.

Tijdens het laatste jaar van zijn leven verbleef Gershwin in Hollywood om zich te wijden aan de filmmuziek. Hij stierf er op 11 juli 1937 aan de gevolgen van een hersentumor.

Werken: o.a. Concerto in F (piano en orkest, 1925), 2nd rhapsodie(1931), I Got Rhythm Variations (1934), Walking the Dog (1937); opera: Porgy and Bess (1935); theater: o.a. La La Lucille (1919), A Dangerous Maid (1921), Lady, be good (1924), Song of the flame (1925), Strike up the band (1930), Of thee I sing (1931; Pulitzerprijs); Muziekfilms: o.a. The Sunshine Trail (1923), Delicious (1931) , Shall we dance (1937), A Damsel in distress (1937), The Goldwyn Follies(1938), The Shocking Miss Pilgrim (Kay Swift paste een aantal niet gepubliceerde nummers van Gershwin aan en Ira Gershwin schreef de tekst, 1947) Songs: o.a. Swanee, Murderous Monty, The man I love, I’d rather charleston, Embracable you, Fascinating rhythm, Someone to watch over me, King of Swing, Just Another Rhumba, Dawn of a New Day.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 70.