kunstbus
Dit artikel is 17-09-2009 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Cornelis Dopper

Nederlands componist en dirigent, geboren 7 februari 1870 Stadskanaal - overleden 18 september 1939.

Dopper studeerde aan het conservatorium van Leipzig. Hij maakte als dirigent van een operagezelschap een tournee door Noord Amerika en Mexico. Daarna werd hij tweede dirigent van het Concertgebouworkest in Amsterdam van van 1908-39.

Als componist van orkestwerken schreef hij o.a Giacona Gotica (1921), een werk dat veel opgevoerd werd in het buitenland en zijn meest bekende orkestwerk. Hij schreef 8 symfonieën, waarvan enkele met Nederlandse titels: Rembrandtsymphonie, Amsterdamse Symphonie en Zuiderzeesymphonie (1917, hierin zijn Valeriusliederen verwerkt).
Van zijn koorwerken werd De Wilgen zeer populair. Verder componeerde hij kamermuziek, w.o. strijkkwartet, orkestmuziek w.o. een celloconcert, 4 opera's, Het Erekruis (1894), De blinde van het kasteel Cuillé (1892), Frithjof (1895) en William Ratcliff (1909).


Dopper werd in 1870 geboren als zoon van een schuitenvaarder en logementhouder. Als kind verloor hij zijn beide ouders en hij werd ondergebracht bij zijn zuster en zwager Grietje Dopper en Johannes Bernardus Kolkman. Zijn zwager was componist en muziekonderwijzer, die voor de dood van zijn ouders bij hen had ingewoond. Van zijn voogd en zwager ontving hij enkele jaren muziekonderwijs en deze adviseerde hem om naar het conservatorium in Leipzig te gaan.[1] In 1888 vertrok hij naar Leipzig, waar hij twee jaar lang onder Carl Reinecke studeerde. Vanaf 1890 klom hij geleidelijk aan op tot dirigent bij de Nederlandsche Opera, tot die in 1903 haar deuren sloot. In 1906 ging hij naar de Verenigde Staten en toerde hij twee jaar lang met het operagezelschap van Henry Savage. In deze functie verzorgde hij de Amerikaanse première van Puccini's Madama Butterfly. Nadat hij in Nederland terugkeerde werd hem door Willem Mengelberg gevraagd zijn eigen Derde symfonie te dirigeren, waarna hij onmiddellijk als tweede dirigent van het Concertgebouworkest werd aangesteld. Deze functie behield hij tot 1931. Hij gaf de Nederlandse première van tal van belangrijke werken van o.m. Claude Debussy en Maurice Ravel, en dirigeerde ook zijn eigen werk. In de jaren twintig begon hij met de schoolconcerten, die tot een traditie zouden uitgroeien.

Werken
Zijn eigen werk bestaat uit een honderdtal werken in verschillende genres, waaronder vier opera's en zeven symfonieën. Zijn stijl is uitgesproken conservatief en Duits georiënteerd maar verraadt een grondige kennis van het orkest. Zijn Zesde Symfonie is merkwaardig door het laatste deel, dat een Koninginnedagviering in Amsterdam beschrijft, en waarin het Wilhelmus, Oranje Boven, dronkenmansgebral en de bel van de tram te horen zijn.

Receptie
Hoewel Dopper in zijn tijd algemeen gewaardeerd werd, ook door de groten onder de componisten, wordt zijn naam vandaag de dag vooral in verband gebracht met een incident dat zich afspeelde op 8 november 1918. Zijn Zevende Symfonie, de Zuiderzee-symfonie, werd die dag in het Concertgebouw uitgevoerd, onder directie van Dopper zelf. De vooruitstrevende componist en muziekcriticus Matthijs Vermeulen zat in de loge en ergerde zich aan het in zijn ogen gezapige werk, en in de stilte tussen het slotakkoord en het applaus brulde hij Leve Sousa!, wat op te vatten was als Marsen en dergelijke lichte muziek zijn nog altijd beter dan dit hier. Vermeulen werd daarop de toegang tot het Concertgebouw ontzegd.

Dit incident heeft de reputatie van Dopper na de Eerste Wereldoorlog bepaald. Toen de avant-garde het pleit gewonnen had begon men zich te schamen voor dergelijke conservatieve en nationalistische werken, en Doppers muziek kreeg de reputatie zeer weinig de moeite waard te zijn. Zijn werken werden met een kleine uitzondering (zoals de Ciaconna gotica) nooit meer uitgevoerd.

Hij ontving in 1930 de Zilveren Eremedaille voor Kunst en Wetenschap der Huisorde van Oranje uit handen van de Koningin.

In recente tijden is daar enige verandering in gekomen. In 1991 werd de 'Stichting Cornelis Dopper' opgericht, die zich voor de herleving van de belangstelling voor Doppers werk beijvert. In 2002 nam het Residentie Orkest onder het label Chandos twee cd's met orkestwerken van Dopper op.

Verloren gewaand requiem
In januari 2008 maakte Joop Stam, de biograaf van Dopper, bekend een verloren gewaand requiem van de componist uit 1935 teruggevonden te hebben. De dodenmis voor een symfonisch orkest werd ontdekt in het archief van het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag. Het stuk zal in zijn geheel worden uitgevoerd in 2009 tijdens het 'Dopperfestival' ter herdenking van de zeventigste sterfdag van Cornelis Dopper.[2]

In het Veenkoloniaal Museum te Veendam zal onder de title Cornelis Dopper, componist tussen Mahler en Mengelberg, een expositie worden georganiseerd van 18 september 2009 tot en met 10 februari 2010.

Biografie
Stam, Joop Schitteren op de tweede rang: Cornelis Dopper (1870-1939), zijn leven, werk en wereld (2002) ISBN 90 800932 2 X

Websites:
. GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_Dopper


Pageviews vandaag: 7.