muziekbus
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

B.B. King

B.B. King (eigenlijk Riley B. King), Amerikaans bluesmuzikant, geboren 16 september 1925 in Itta

cent voor elke 45 kg katoen betaald kreeg. Reeds vroeg raakte King in de ban van zwarten als T-Bone Walker en Lonnie Johnson, en jazzartiesten zoals Charlie Christian en Django Reinhardt. Snel ontwikkelde King zijn eigen muzikale vaardigheden in de kerk bij het zingen van gospel.

In 1943 verhuisde B.B. King naar Indianola, Mississippi. Drie jaar later verhuisde hij weer naar Memphis, Tennessee, waar hij zijn gitaartechnieken verfijnde, met de hulp van zijn neef, country bluesgitarist Bukka White.

Uiteindelijk begon King zijn muziek live op het radiostation van Memphis WDIA te brengen, een station dat juist een draai had gemaakt door enkel zwarte muziek te spelen, iets wat zeer raar was toen. On air begon King The Pepticon Boy te gebruiken, wat later Beale Street Blues Boy werd. Die naam werd afgekort tot gewoonweg Blues Boy, wat uiteindelijk B.B. werd.

In 1939 richtte B.B. King het gospelkwartet "The Elkhorn Singers" op.

Acht jaar later trad hij samen met Bobby Bland en Johnny Ace op als de "Beale Streeters".

In 1949 begon King songs op te nemen onder contract met RPM Records. Veel van zijn vroege opnames werden geproduceerd door Sam Phillips, die later het legendarische Sun Records zou stichten.

In de jaren 1950 werd B.B. een van de belangrijkste namen in R&B muziek, met een imposante lijst van hits zoals "You Know I Love You", "Woke Up This Morning", "Please Love Me", "When My Heart Beats Like a Hammer", "Whole Lotta' Love", "You Upset Me Baby", "Every Day I Have The Blues", "Sneakin' Around", "Ten Long Years", "Bad Luck", "Sweet Little Angel", "On My Word of Honor" en "Please Accept My Love".

In 1962 begon King bij ABC-Paramount Records.

In November 1964 nam B.B. King het legendarische album Live at the Regal op in het Regal Theater te Chicago.

King vond zijn eerste succes buiten de bluesmarkt in 1969 met zijn remake van Roy Hawkins' melodie, "The Thrill Is Gone", dat een hit werd in zowel de pop- als de R&B-hitlijsten, een zeldzame gebeurtenis, zeker in die tijden.

Kings succes bleef duren in de jaren 1970 met liedjes als "To Know You Is to Love You" en "I Like to Live the Love". Van 1951 tot 1985 verscheen King maar liefst 74 keer in de Billboards-R&B-charts.

De jaren 1980, 1990 en 2000 leverden niet zoveel platen op, maar King bleef wel zeer actief in televisieshows, films, en treedt zo'n 300 keer per jaar op.
In 1988 bereikte hij een nieuwe generatie fans via de single "When Love Comes To Town", opgenomen samen met de Ierse band U2.
In 2000 duetteerde King met gitarist Eric Clapton om Riding With The King op te nemen.

B.B. King speelt vooral op Gibson-gitaren en noemt ze traditiegetrouw "Lucille". Dit is ontstaan in de winter van 1949 toen tijdens een optreden bij een ruzie tussen twee mannen om ene "Lucille" een vat brandende benzine omstootte die als verwarming dienst deed. Hij riskeerde toen zijn leven om zijn gitaar uit het brandende zaaltje te halen. Achteraf besloot hij zijn gitaar zo te noemen, om zich er aan te herinneren zoiets nooit meer te doen.

Op 27 januari 2006 raakt zijn hond Lucille vermist. Degene die de hond terug vindt, krijgt als beloning een gitaar met handtekening.

Copyright, This article is licensed under the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/B.B._King.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.