kunstbus
Dit artikel is 01-01-2016 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

André Grétry

André Ernest Modeste Grétry

Belgisch-Frans componist, geboren 8 februari 1741 in Luik - overleden 24 september 1813 in Montmorency bij Parijs.

Grétry is voornamelijk bekend door zijn talrijke opéras comiques.

In zijn opera's hanteert hij een zorgvuldige declamatie, een originele vormgeving van de melodielijn die zich geheel aanpast aan de eisen ter verduidelijking van de tekst, en het consequent gebruik van het leidmotief. De muziek van Grétry in zijn vijftig of meer opera's gaat nooit diep, maar is melodieus, zingbaar en zeer effectief en heeft soms ontroerende dramatische momenten.

Grétry, die tijdens zijn leven als componist grote successen behaalde, probeerde in zijn opera's het wezen van zijn toneelfiguren in al hun schakeringen muzikaal weer te geven. Voor dit doel gebruikte hij grote accompagnato-recitatieven en stelde hij zijn ensembles zeer kleurrijk en gevarieerd samen. Door elementen van de Franse tragédie lyrique met die van de opéra comique te combineren, hield hij beide genres levendig, en hij wordt tegenwoordig beschouwd als de grondlegger van de nieuwe Franse opera in de 19de eeuw.

Biografie
Grétry kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader Pascal (°1714), die kerkviolist was aan de Saint Martinkerk te Luik. De jonge Grétry was amper zes toen hij koorzanger werd in de collegiale kerk St-Denis te Luik.

In de jaren 1758 tot 1761 nam hij privéles bij Henri Moreau en Nicolas Rennekin in Luik. Een beurs, die de Belg kreeg op grond van het componeren van een mis, maakte het hem mogelijk in 1759 zijn studie voort te zetten in Rome bij Battista Casali, kapelmeester van de Sint-Jan van Lateranen. Hij voltooide zijn studie aan de Academia dei Filarmonici in Bologna bij de beroemde Padre Martini die ook Mozart les gaf.

In Italië schreef Grétry veel religieuze werken ('Dixit Dominus', 'De Profundis'), en een set strijkkwartetten die later in Parijs als zijn opus 3 gepubliceerd zouden worden. Tijdens zijn laatste jaar in Rome kreeg hij van het Aliberti Theater de opdracht een opera te componeren voor carnaval: dit werd 'Le Vendemmiatrice' (1765).

In Genève ontmoette Grétry Rousseau en Voltaire. Op aanraden van Voltaire ging Grétry, die een groot bewonderaar was van Christoph Willibald Gluck, in 1767 naar Parijs en vestigde zich aldaar.

Zijn eerste opera in Parijs was 'Les Mariages samnites' (1768, herwerkt 1776). Dit werd een fiasco, maar dit belette Mozart niet in 1786 een reeks van acht variaties te schrijven op de aria 'Dieu d'amour' uit dit werk (KV 352/374c). Met zijn volgende composities oogstte Grétry meer succes en spoedig werd hij één van de meeste geliefde theatercomponisten. Hij blonk vooral uit in het genre van de opéra comique en werd een graag geziene gast aan het Franse hof. Koningin Marie-Antoinette werd zelfs doopmeter van een van zijn dochters.

Vanaf 1790 stopte Grétry definitief met componeren en wijdde zich geheel aan zijn literaire ambities.

Na de Franse Revolutie wist Grétry via handige manoeuvres in de gunst te komen van het nieuwe bewind. Zo was hij één van de allereersten die door Napoleon benoemd werd tot ridder in het Legioen van Eer (1795). Hij was nauw betrokken bij de oprichting van het vermaarde Conservatoire national supérieur de musique in 1795 en werd er één van de vijf onderwijsinspecteurs.

In zijn laatste levensjaren wijdde Grétry zich meer aan literatuur en wijsbegeerte. Hij werd begraven op het Parijse kerkhof Père-Lachaise, maar zijn hart werd overeenkomstig zijn laatste wilsbeschikking naar zijn geboortestad Luik overgebracht waar het thans rust onder het Grétrystandbeeld voor de Luikse koninklijke opera.

Grétry schreef 66 opera's. De meeste ervan, zoals L'amant Jaloux (1779), Richard Coeur de Lion (1784), Zémire et Azor (1771) en Lucille (1770), zijn meesterwerkjes en hadden veel succes in hun tijd. De ingelaste balletmuziek heeft vaak een Mozartiaanse distinctie.

Ook Grétry's Mémoires worden om hun degelijkheid nog graag gelezen.

Beroemde opera's: Le Tableau parlant (1769), Zémire et Azor (1771), Richard Löwenherz (1784), Wilhelm Tell (1791)

De Opéra comique
In de Franse opéra comique werd, net als in alle nationale vormen van lichte opera behalve de Italiaanse, gebruik gemaakt van gesproken dialoog in plaats van recitatieven. In overeenstemming met de algemene Europese trend in de tweede helft van de eeuw kreeg de opéra comique een romantische ondertoon en in sommige libretto's werden de brandende sociale kwesties die Frankrijk tijdens de jaren voor de Revolutie bezighielden vrijmoedig behandeld.

De belangrijkste componisten uit die tijd waren François André Danican Philidor (1726-1795; ook beroemd als schaakmeester), Pierre-Alexandre Monsigny (1729-1817) en vooral de in België geboren André Ernest Modeste Grétry (1741-1813), wiens Richard Coeur-de-Lion (1784) een voorloper was van vele 'reddingsopera's' rond de eeuwwisseling (zoals ook Beethovens Fidelio er een was) waarin de held, nadat hij twee en een halve akte in doodsgevaar had verkeerd, uiteindelijk werd gered door de heldenmoed van een toegenegen vriend.

De Opera Comique, met zijn afwisseling van gesproken dialoog en muzikale nummers, was enorm populair in Frankrijk. Hij bloeide tijdens de revolutie en de Napoleontische tijd en werd later in de negentiende eeuw muzikaal gezien nog belangrijker.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Andr%C3%A9_Ernest_Modeste_Gr%C3%A9try

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.


Er is nog niet op dit artikel gereageerd.

Pageviews vandaag: 7.