kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-05-2011 voor het laatst bewerkt.

Zoltan Kodaly

Zoltán Kodály geboren Kecskemét 16-12-1882, gestorven Boedapest 6-3-1967
Hongaars componist, etnomusicoloog en muziekpedagoog

Zoltán Kodály bezocht het gymnasium in Nagyszombat. Doordat er bij hem thuis veel aan muziekbeoefening werd gedaan, raakte Kodaly zo geïnteresseerd in muziek, dat hij in de muziekbibliotheek werken van grote meesters bestudeerde en en in 1898 al een mis voor koor en orkest componeerde. Het jaar ervoor had hij een Orkestouverture gecomponeerd.

In 1900 kreeg Kodály een stipendium om aan de Pázmany Universiteit in Boedapest te studeren en in 1902 werd hij cello- en compositieleerling van Hans Koessler aan de Muziekacademie van Boedapest. In die tijd schreef hij veel vocale kerkmuziek en enkele kamermuziekwerken.

In 1906 promoveerde Kodály op een proefschrift over het Hongaarse volkslied. In datzelfde jaar nog werd hij leraar theorie en compositie aan de Muziekacademie, en in 1919 onderdirecteur, welke functie hij tot 1940 bekleedde.

Na WO II werd Kodály voorzitter van de Kunstraad van de Academie voor Kunsten en Wetenschappen, in welke functie hij protesteerde tegen de geringe vrijheid van de Hongaarse kunstenaars. Na zijn promotie maakte hij een studiereis door Europa, waarbij hij onder meer in Berlijn kwam en in Parijs, waar hij bij Widor studeerde.

Terug in Hongarije legde Kodály zich samen met zijn vriend en studiegenoot Béla Bartók toe op het verzamelen van volksliederen en -
dansen. Hij reisde door heel Hongarije en verzamelde door middel van notaties en opnamen de volksliederen, ballades, romances, rei- en treurzangen van de boerenbevolking. Zijn grote belangstelling voor de liederen van zijn geboorteland bleek al uit zijn in 1906 gepubliceerde dissertatie Der Strophenbau im ungarischen Volkslied.
Bovendien waren de melodieën van de Hongaarse volksliederen, waarvan hij er meer dan 3500 bij elkaar wist te brengen, het element dat de stijl bepaalde van zijn composities. Hij liet zich verder inspireren door muziek uit het verleden en werkte vooral met impressionistische klankkleuren. Het lukte hem zo een schitterende synthese te maken van de West-Europese kunst- en de Hongaarse volksmuziek.

Als componist bleef hij actief en componeerde hij vooral veel kamermuziek en liederen. Van 1920-35 componeerde Kodály uitsluitend vocale werken en deed hij ontzettend veel voor de ontwikkeling van vooral de zang zowel van liederen als de koormuziek met behulp van de solmisatiemethode, koorzang en de muzikale ontwikkeling van het kind (kinderliederen en kinderkoren).

In 1926 tijdens het Festival voor moderne muziek in Zürich, beleefde Kodály internationale faam met zijn Psalmus Hungaricus (een vrije bewerking van de 55ste psalm). Hiermee toonde hij aan de aanvankelijke invloed van Debussy te hebben overwonnen en een eigen nationale muziektaal wist te schrijven. Psalmus Hungaricus werd in 1926 in Engeland, in 1927 in Amsterdam en in 1928 in Milaan uitgevoerd evenals in Amerika, en het is in acht talen vertaald.

Andere grote werken van Kodály, die de wereld veroverden, waren de orkestsuite Háry János (oorspronkelijk een zangspel), zijn Budavári Te Deum, de Dansen uit Galanta en het Concerto voor orkest.

Terwijl Bartók zich voornamelijk op instrumentale muziek toelegde, componeerde Kodály vooral vocale muziek. Meer nog dan Bartók heeft Kodály zich bepaald tot de echte Hongaarse folklore en meer nog dan Bartók wist hij het wezenselement van de liederen uit eigen land te projecteren in zijn eigen kunst. Bovendien had Kodály een belangrijke carrière als pedagoog en Bartók niet tot nauwelijks. Alle jongere Hogaarse componisten waren leerlingen van Kodály, waaronder Sàndor Varess, Paul Kadosa, Mátyás Seiber en Istvan Arató.

Zijn composities waarvan Bartok zei dat het een "geloofsbelijdenis van de Hongaarse geest" is, omvat o.a. spelliederen, een symfonie, een symfonisch gedicht, kamermuziek, koorstukken, pianostukken evenals liederen.
Verzamelde werken: "Psalmus Hungaricus", cantate 1923, "Háry-János", zangspel 1927, gelijknamige orkestsuite 1927, "Tänze aus Marosszék", pianostukken 1927, orkeststukken 1930, "Tänze aus Galánta", orkeststukken 1933, "Te Deum", koormuziek 1936


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 199.