kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Willem Pijper

Willem Frederik Johannes Pijper



Nederlands componist, pianist, publicist en pedagoog, geboren 8 september 1894 in Zeist, overleden 18 maart 1947 in Leidschendam.

Biografie
Willem Frederik Johannes Pijper was de zoon van Johannes Willem Pijper, behanger, en Willemina Andrea Frederika Beeftink. Omdat hij aan astma leed, kreeg hij tot zijn veertiende les aan huis. Daarna leidde hij een min of meer normaal leven en bezocht hij het gymnasium.

Het lag aanvankelijk in zijn bedoeling botanie te gaan studeren, maar zijn belangstelling voor de muziek was gaandeweg zo gegroeid, dat hij als 17-jarige besloot zich als leerling van de Utrechtse muziekschool te laten inschrijven. Deze muzikale hartstocht lijkt echter nauwelijks door de ouderlijke omgeving te zijn ingegeven. Hij trok later van leer tegen de ‘harmonium-muzikaliteit’ van de Nederlanders, terwijl hij zelf was opgegroeid in een calvinistisch gezin waarin vader het psalmgezang op het harmonium begeleidde.

Te Utrecht had hij pianoles van Helena van Lunteren-Hansen. Johan Wagenaar, directeur van de muziekschool, ontried hem evenwel het pianospel als eindexamenvak te kiezen, zodat Pijper bij Johan Wagenaar zijn diploma behaalde op grond van prestaties in de theoretische vakken.

Gehuwd op 22-8-1918 met Annette Wilhelmina Maria Werker.

Van 1918 tot 1923 was hij werkzaam als muziekcriticus in Utrecht. Willem Pijper was ook een uitstekend muziekessayist. Hij schreef tot 1923 voor het Utrechts Dagblad. Tegelijkertijd was hij als leraar harmonieleer verbonden aan de muziekschool in Amsterdam. In 1922 nam hij de leiding op zich van het Utrechtse blazerssextet.

Intussen begon Pijper als componist de aandacht te trekken dank zij het feit, dat zijn werk vaker werd uitgevoerd. In het begin was hij sterk gericht op het werk van Gustav Mahler, Debussy, Schönberg en Igor Stravinsky. Het Franse impressionisme klonk door in zijn composities, maar geleidelijk vond hij zijn eigen stijl.
Na enkele Mahleriaanse jeugdwerken koos Willem Pijper rond 1920 voor de avant-garde. Hij omarmde de vernieuwende bi- en polytonaliteit van Darius Milhaud (Pijper sprak zelf van pluritonaliteit) en zwoer het pre-oorlogse romantisme af.

Pijper ontplooide in deze jaren grote activiteit. In 1923 had hij samen met Sem Dresden deelgenomen aan de oprichting van de noordelijke afdeling van de International Society for Contemporary Music (ISCM), een organisatie die door middel van festivals van eigentijdse muziek in de periode tussen de wereldoorlogen voor de verbreiding van de nieuwe muziek van grote betekenis is geweest.
Dankzij de ISCM-contacten maakte hij concertreizen in België, Groot-Brittanië en Duitsland, waardoor zijn vocale en instrumentale kamermuziek snel in aanzien steeg.

In 1924 werden voor het eerst werken van Pijper in het buitenland uitgevoerd: in Salzburg het septet, in Londen de tweede vioolsonate en het tweede klaviertrio. De Engelse componist Hubert Foss wist als directielid van de Oxford University Press te bewerkstelligen, dat enige werken van Pijper aldaar verschenen.

Vanaf 1925 was deze inmiddels bij de belangrijkste Nederlandse componisten van zijn tijd horende toonkunstenaar als leraar compositieleer verbonden aan het Amsterdammer conservatorium.

In 1926 werd hij met Paul F. Sanders redacteur van De Muziek. In dit voor die tijd voortreffelijke muziek-maandblad heeft Pijper vele artikelen van essayistische aard geschreven, waarvan een gedeelte is verschenen in de bundels De Quintencirkel... (Amsterdam, 1929. versch. herdr.) en De Stemvork (1930). Helaas moest De Muziek in 1929 worden opgeheven

Zijn eerste symfonie uit 1918 had hij aan Mengelberg opgedragen, maar deze kon voor Pijpers stijl niet voldoende begrip opbrengen. Aan Pierre Monteux, die van 1925 tot 1935 naast Mengelberg dirigent van het Concertgebouw-Orkest was, droeg hij in 1926 zijn derde symfonie op, een van Pijpers belangrijkste composities. Na het daverende succes bij het Concertgebouworkest van de Derde Symfonie en het Pianoconcert het jaar daarna konden de nationale en internationale concertpodia niet meer om hem heen. Pijper had deze voorspoed grotendeels te danken aan Pierre Monteux die zijn muziek ook in Engeland en in de Verenigde Staten zou dirigeren.

Na de scheiding op 29-4-1926 hertrouwd met Emma Paulina van Lokhorst op 17-3-1927. Dit huwelijk werd op 16-1-1936 door echtscheiding ontbonden. Er waren geen kinderen.

Ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van het Concertgebouw-Orkest (1928) componeerde Pijper zijn 6 Symfonische Epigrammen, op een motief uit O Nederland, let op u saeck, eveneens een van zijn meest karakteristieke werken.

Na het daverende succes bij het Concertgebouworkest van de Derde Symfonie in 1926 en het Pianoconcert het jaar daarna konden de nationale en internationale concertpodia niet meer om hem heen. Pijper had deze voorspoed grotendeels te danken aan Pierre Monteux, tweede dirigent van het Concertgebouworkest, die zijn muziek ook in Engeland en in de Verenigde Staten zou dirigeren.
In 1923 zette Pijper samen met Sem Dresden de Nederlandse afdeling van de International Society for Contemporary Music (ISCM) op. Dankzij de ISCM-contacten maakte hij concertreizen in België, Groot-Brittanië en Duitsland, waardoor zijn vocale en instrumentale kamermuziek snel in aanzien steeg.
Maar Pijpers compositorische houding heeft ook iets behoudends, om niet te zeggen reactionairs. Het idee van de zogenaamde kiemceltechniek die hij op grote schaal gebruikt, komt uit een compositietraktaat van de veertig jaar oudere Fransman Vincent d’Indy, die tegen Debussy stelling had genomen. Zelfs polytonaliteit, bij Milhaud een vernieuwend middel, wordt door Pijper in verband gebracht met het vocale contrapunt van de ‘Nederlandse’ polyfonisten uit de zestiende eeuw. Je krijgt het gevoel dat Pijper zich graag als een vernieuwer afficheert, maar in feite geen afstand kan nemen van de traditie en van zijn eigen afkomst.
Deze paradox zou kunnen verklaren waarom componisten als Ton de Leeuw in de jaren zestig de vloer aanveegden met Pijper, die nota bene een lange reeks spraakmakende leerlingen had opgeleid, van Henriëtte Bosmans tot Henk Badings, en van Piet Ketting tot Rudolf Escher.

In 1930 ging hij naar het conservatorium van Rotterdam en werd hier directeur, een functie die hij tot zijn dood heeft bekleed en dank zij welke hij grote invloed heeft uitgeoefend op het componeren in Nederland. Als leerlingen zijn onder andere Henk Badings, Henriëtte Bosmans, Piet Ketting en Rudolf Escher vermeldenswaardig.

Na 1930 ontwikkelde hij de zogenaamde "peritonale techniek", die gebaseerd is op een door Pijpers zelf ontwikkelde schaal.

In 1938 werd Pijper vrijmetselaar. Dit leidde in 1940 tot de compositie van de 6 adagio's voor strijkorkest, bedoeld als tempelmuziek.

Tijdens het bombardement van Rotterdam in mei 1940 zijn Pijpers huis en vele composities van Pijper verloren gegaan.

Hij vestigde zich te Leidschendam, waar hij vooral gewerkt heeft aan zijn tweede opera-project, Merlijn, op tekst van Simon Vestdijk, opgebouwd volgens astrologische concepten inzake de Dierenriem. Het zou een torso blijven: na de episode Virgo, zijn eigen teken, staakte hij de compositie. Zijn gezondheid liet gaandeweg veel te wensen over. Ten slotte stierf hij in 1947.

Tot zijn oevre horen o.a. twee opera's, toneelmuziek, 3 symfonieën, concerten, kamer- en pianomuziek, koormuziek en liederen:

Websites: www.radio4.nl, www.inghist.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 310.