kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Weens-Rondo

Weens Rondo

In de rondo treffen we vaak alle belangrijke vormbepalende elementen aan; herhaling, contrast en variatie. Eerst de herhaling vanwege het refrein. Het refrein verandert vaak waardoor er variatie ontstaat. Tussen het refrein zitten coupletten die contrasteren met het refrein. Ook worden de coupletten wel eens gevarieerd herhaald, b.v. in de ingewikkeldste verschijningsvorm van het rondo; het Weens rondo, gemaakt door de Weense Klassieken.

Het weens Rondo, ook wel Klassiek rondo, is een symmetrische muziekvorm met een sterk contrasterend middendeel, het alternatief en een meestal zeer uitgebreid coda. De vorm is dus A-B-A-C-A-B-A-Coda. Verder staat de eerste B meestal in de dominanttoonsoort, de tweede B in de hoofdtoonsoort. C contrasteert het meest met de andere delen en overtreft die meestal ook in lengte. In feite lijkt C dikwijls op de verwerking in de hoofdvorm. Vandaar heeft het een eigen naam gekregen; alternatief. Zo zie je dat het Weens rondo eigenlijk driedelig is; ABA C ABA.

De vorm van het Weense rondo bestaat dus uit een thema in de hoofdtoonaard, waarbij tussen elk thema een ander deel wordt gespeeld, meestal in een andere toonaard. Met een gebruikelijke modulatie kom je dan weer terug in de hoofdtoonaard en het thema, waarna een nieuwe "strofe" begint. Het stuk eindigt met het thema, een coda of een variatie op één van de tussendelen. Het laatste deel van sonates, symfonieën, concerten, strijkkwartetten en kamermuziek is vaak een rondo.

Het rondo wordt in de Weense Klassieken tijd gebruikt als bruisend slot van een compositie. Vooral Haydn, Mozart en Beethoven hebben deze vorm veel gecomponeerd. Een voorbeeld van een Weens rondo is het slotdeel van de 2e pianosonate van Ludwig van Beethoven. Het is een vorm die binnen de klassieke muziek erg in zwang kwam in het Classicisme (18e eeuw) tot en met de Romantiek (19e eeuw).

Ook is er het Franse rondo dat een afwisselende vorm heeft; Daar ligt het contrast tussen coupletten en refrein.
ABA C ABA = Weens Rondo
Herhaling (A komt steeds terug)
Variatie ( A klinkt niet elke keer precies het zelfde)
Contrast (B en C contrasteren met A- andere toonsoort, lengte ritme etc)
AB AC AD AE AF AG AH enz. = Frans Rondo
Wat het Weens Rondo van het Frans Rondo onderscheidt is de symmetrie. Waar bij het Franse rondo elke strofe verschillend is, komen deze tussenstukken bij het Weens Rondo terug (behalve het middelste).

Zie ook: Rondo, Frans Rondo, Muzikale vormen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 7.