kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Ventielen

Door het indrukken of loslaten van ventielen, kun je op een blaasinstrument verschillende tonen maken. Deze ventielen zorgen ervoor dat de buis van het instrument verkort (hogere tonen) of verlengd (lagere tonen) kan worden. Door het indrukken van een ventiel wordt een buis ingeschakeld, en de toon lager. Door het indrukken van een combinatie van de ventielen gecombineerd met de stand van de lippen kunnen verschillende noten geblazen worden.

Als het ventiel in rustpositie is, passeert de lucht direct door de hoofdbuis. Bij het neerdrukken van een ventiel wordt de lucht omgeleid door een toegevoegd stuk buis, waardoor de lengte van de luchtkolom groter wordt.

De meeste ventieltrompetten hebben 3 ventielen, die elk op zichzelf of in elke combinatie kunnen worden ingedrukt waardoor de grondtoon van het instrument wordt verlaagd. Het gebruik van deze ventielen stelt de speler in staat om alle noten van de toonladder te produceren.

Het ventielsysteem is eigenlijk een logisch vervolg op de zeven buizen van de althoorn. Elk ventiel schakelt een extra stukje buis in. Door combinaties van ventielen te gebruiken is het mogelijk tot drie hele tonen te verlagen (alle drie de ventielen ingedrukt). De rest van de tonen moet worden gemaakt door gebruik te maken van lipspanning/embouchure en natuurtonen.

Het eerste ventiel verlengt de buis met een lengte die overeenkomt met een verlaging van een hele toon. Het tweede ventiel verlaagt op deze wijze een halve toon en het derde ventiel anderhalve toon. Door combinaties van ventielen te gebruiken is het mogelijk tot drie hele tonen te verlagen (alle drie de ventielen ingedrukt). De rest van de tonen moet worden gemaakt door gebruik te maken van lipspanning/embouchure en natuurtonen.

Er bestaan ook blaasinstrumenten met vier ventielen. De eerste drie ventielen verlagen de toon dan ook nog steeds met resp. een hele, een halve en anderhalve toon. Het vierde ventiel, het zogenaamde kwartventiel, verlaagt twee-en-een-halve toon (een kwart).

Daarnaast heb je allerlei soorten dempers, die in de klankbeker van bijvoorbeeld een trompet passen. Ze worden gebruikt om het volume te verkleinen en brengen speciale klankeffecten teweeg. Dempers worden gemaakt van hout, metaal, rubber of plastic. Ze worden het meest gebruikt door jazzmusici.

historie
De ontwikkeling van de trompet en cornet gaat duizenden jaren terug. Vrijwel alle beschavingen hebben soorten geproduceerd, gemaakt van een schelp, van ivoor, brons, zilver en koper, de vorm recht of gebogen. De meeste blaasinstrumenten uit de oudheid waren recht of gebogen en hadden een lange, bijna cilindrische buis met een lichtelijk uitlopende beker.

Voordat de ventielen ingang deden kon je maar een beperkt aantal tonen spelen. De tonen waren alleen hoog en werden bereikt door het veranderen van de lipspanning en de perskracht waarmee de lucht door de buis werd geblazen. Deze instrumenten werden 'natuurlijke instrumenten' genoemd.

Het heeft een tijd geduurd voordat elke toon (binnen bepaalde grenzen) gespeeld kon worden. Er kwamen verschillende oplossingen. Men maakte beugels van verschillende lengte, waardoor andere series tonen ontstonden (hoorn); er werden gaten in de instrumenten geboord, zoals bij de houten blaasinstrumenten (klephoorn); het schuifsysteem van de trombone werd toegepast, en er waren instrumenten waarbij buizen van verschillende lengte tot één instrument werden verenigd (althoorn). De definitieve oplossing kwam door de komst van ventielen, begin 19e eeuw.

De eerste ventielen
De allereerste toepassing van ventielen op de trompet was een idee van Charles Clagget uit Engeland. Hij heeft in 1788 patent aangevraagd op een nieuwe vinding: twee trompetten, met een stemmingsverschil van een halve toon, worden met behulp van een ventiel met elkaar verbonden.
In 1806 hebben Anton en Ignaz Kerner uit Wenen een ventieltrompet in As gebouwd met twee ventielen. De ontwikkeling van de ventielen kwam echter pas echt op gang met het ventielsysteem van Stölzel.

De eerste ventielen door Blühmel en Stölzel
In 1815 stond een artikel in de Allegemeine musikalische Zeitung uit Breslau waarin wordt aangekondigd dat Heinrich Stölzel een hoorn heeft uitgevonden met twee ventielen. Friedrich Blühmel vecht dit aan. Het is onduidelijk wie het ventiel echt heeft uitgevonden, maar in 1818 kregen ze samen een patent. Alhoewel de ventielen van het eerste instrument van 1815 cilindrisch waren, waren de ventielen van het patent van 1818 rechthoekig en zaten ze in een metalen doosje. Deze ventielen werden geproduceerd door W. Schuster en werden daarom Schuster-ventielen genoemd. Later werd het Schuster-ventiel vervangen door een cilindrisch exemplaar. Deze worden meestal Stölzel-ventielen genoemd.

Weense ventielen
In dit systeem worden de ventielen paarsgewijs bediend door een klep en een hendel.
Dit systeem is uitgevonden door Christian Friedrich Sattler in 1821. Er waren verschillende variaties op dit systeem. Het systeem van Leopold Uhlmann uit 1830 werd, vooral in Oostenrijk, het meest gebruikt.

Berlijnse ventielen
De Berlijnse ventielen zijn gebaseerd op onderzoek uitgevoerd door Stölzel. Vaak worden ze echter geassocieerd met Wilhelm Wieprecht, een invloedrijke Duitse kapelmeester die aan het systeem werkte en het bekend maakte.
Deze ventielen werden vooral toegepast op lage koperblaasinstrumenten, zoals tuba's.

Cilinderventielen
Blühmel en Stölzel hebben in het begin van hun onderzoek naar ventielen, zelfs voor 1818, al nagedacht over een mechanisme waarbij de extra buizen worden aangestuurd door roterende cilinders. Dit systeem werd door Kail en Riedl in 1835 geperfectioneerd. Deze cilinderventielen kregen vooral in Duitsland en Italië grote populariteit.
Ook in Frankrijk moeten deze cilinderventielen enige populariteit hebben genoten. Belorgey, die in het midden van de negentiende eeuw bijna alle Parijse bouwers voorzag van ventielen, patenteerde een variatie op de cilinderventielen in 1847. Hierbij wordt de cilinder bediend door een kleine ventiel met een spiraalveer. Instrumenten met dit systeem kunnen gewoon verticaal worden bespeeld, alsof er gewone ventielen op zitten.


Mislukte varianten tengevolge van gebrekkige luchtdichtheid
- Roterende schijven: Het systeem met roterende schijven is bedacht door Halary in 1835. John Shaw heeft het daarna geperfectioneerd. Zijn patent werd in 1838 gekocht door de bouwer John Augustus Köhler uit London. In dit systeem worden de extra buizen met elkaar verbonden door kleine schijven. Een groot wrijvingsoppervlak en de slechte luchtdichtheid deden dit type ventiel mislukken.
- Albert ventiel: Een ventiel uitgevonden door de Ierse klokkenmaker en koperblaasinstrumentbouwer Robert Bradshaw in 1845. Het ventiel bestaat uit twee delen, die door kleine schroeven met elkaar verbonden zijn. Dit systeem is bijzonder omdat het ventiel elliptisch gevormd is, waardoor de conische vorm door het ventiel heen behouden blijft. Ook dit ventiel had een slechte luchtdichtheid als nadeel.
- Coeffet ventielen: De Franse bouwer Jean-Baptiste Coeffet (de uitvinder van de ophimonocleide, een rechte serpent met kleppen) heeft verscheidene ventielsystemen bedacht. Een anonieme cornet heeft als opschrift Coeffet-systeem en heeft een soort van luciferdoosjesmechaniek die in een koperen doos zitten. Hoe ingenieus bedacht, ook dit systeem werd snel verworpen door een gebrek aan luchtdichtheid.

François Perinet
In 1838 heeft de Parijse bouwer François Périnet een systeem uitgevonden dat hij een jaar later zou patenteren. Omdat bij dit systeem de scherpe bochten bij de ventielen niet meer nodig zijn, verminderd dit de weerstand en maakt de instrumenten veel gemakkelijker bespeelbaar. Het Périnetsysteem werd dan ook snel het meest gebruikte ventielsysteem, niet alleen op de cornet en trompet, maar op alle koperblaasinstrumenten.
Eén van de eersten die Périnetventielen toevoegde aan de cornet, was niemand minder dan de beroemde Adolphe Sax. Hij bouwde in 1841 een cornet met Périnetventielen toen hij zich pas in Parijs had gevestigd.
De luchtstroom in het instrument gaat niet langer meer door de onderkant van de ventielen, die nu worden afgesloten met een dekseltje met een klein gat om de lucht te laten ontsnappen. Door het indrukken van het ventiel ontstaat er namelijk een overdruk onder in het ventielhuis.
De Shephards Crook, de bocht die de beker maakt waar hij uit het ventielhuis kwam, was bij het Périnetsysteem niet meer nodig. Deze bocht heeft zijn oorsprong in de Stölzelventielen waar de beker uit de onderkant van een ventiel kwam.

gevolgen uitvinding ventielen
De uitvinding van de ventielen heeft grote gevolgen gehad voor de koperen blaasinstrumenten. Met name in de 19e eeuw werden er dan ook veel koperen blaasinstrumenten ontwikkeld. Een aantal daarvan verdwenen alweer snel.
Tegenwoordige heeft een koperen blaasinstrument drie of vier ventielen. Het aantal tonen die de trompet kon voortbrengen werd door de ventielen aanzienlijk uitgebreid. De trompet wordt nu een volwaardig melodie-instrument.

Met de eeuwwisseling kwam de jazz als muziekstroming op en de cornet vervulde daar gelijk een belangrijke plaats. In de twintigste eeuw moest de cornet echter weer geleidelijk het veld ruimen voor de ventiel trompet


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 113.