kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Venetiaanse-school

In de late Renaissance (2e helft 16e eeuw) was de muziek van de Venetiaanse school van groot belang. In Venetië werd zowel in de muziek als in de schilderkunst een krachtige impuls gegeven voor de ontwikkeling van de latere Barokstijl.

Meerkorigheid
Kenmerkend voor de Venetiaanse muziekstijl is het gebruik van de ' meerkorigheid ' ook ' cori spezzati ' genoemd. Door koren en/of instrumentale ensembles op verschillende plaatsen in de uitvoeringsruimte neer te zetten, konden bijzondere echo-effecten gerealiseerd worden.

Barok
In tegenstelling tot de complexe, polyfone lijnen van de Frans-Vlaamse componisten bestond de Venetiaanse muziek grotendeels uit massieve homofone harmoniën. De nadruk op contrast en harmonie (homofonie) in plaats van de gelijkwaardigheid van alle stemmen in de polyfonie, luidt het eind in van de Renaissance op muziekgebied en het begin van een nieuw tijdperk: de Barok.

Venetië
Het was niet voor niets dat Venetië het centrum werd van deze nieuwe ontwikkelingen in de muziek. Buiten Venetië stond de kerk minder tolerant ten opzichte van nieuwe ideeën. De stadsstaat Venetië was het handels-en culturele centrum van Europa. De scheiding van kerk en staat vervaagde er. Het staatshoofd, de Doge, werd gekozen in plaats van dat de functie vererfde. De Doge had in de stad de leiding over geestelijke en politieke zaken. Feesten en ceremoniën hadden meestal plaats in of om de San Marco basiliek en muziek speelde altijd een belangrijke rol bij deze evenementen.

San Marco kathedraal
De architectuur van de San Marco leende zich perfect voor experimenten met muziek en ruimte. De immense ruimte van de basiliek was door z'n akoestiek minder geschikt voor polyfone muziek. Er waren verschillende plaatsen voor koren en instrumentale ensembles. De muziek bereikte het publiek van alle kanten en het effect was groots. De ontwikkeling van deze kleurrijke muziek was in overeenstemming met de groeiende behoefte aan pracht en praal en machtsvertoon.
De positie van koormeester was de meest begerenswaardige van Italië. Hier werkten o.a. Willaert (van 1527 tot 1562), Cipriano de Rore en later ook Monteverdi (vanaf 1613). Er waren twee orgels, die tegenover elkaar waren opgesteld. Als organisten waren hier onder anderen Andrea Gabrieli (1510-1586) en Giovanni Gabrieli (1575-1612) werkzaam.

Willaert
In 1527 werd de Vlaamse zanger en componist Adriaan Willaert aangetrokken als maestro di cappella van de St. Marco, waar in die periode juist geëxperimenteerd werd met de meerkorigheid. Hierbij zongen veschillende groepjes zangers elkaar toe vanaf de balkons, zodat in moderne termen een stereo-effect bereikt werd. Een van de opvallende kenmerken van zijn stijl van componeren is de dubbelkorigheid: hij schreef psalmcomposities, waarbij de verzen afwisselend door twee tegenover elkaar opgestelde vierstemmige koren werden uitgevoerd.

Willaert componeerde binnen strikte regels van het contrapunt, waardoor hij een perfect samengaan van poëzie en muziek bereikte. Hierdoor ontstond een verhoogde expressiviteit. Dit komt niet alleen tot uiting in zijn geestelijke werken, maar ook in zijn vele madrigalen en chansons. Een andere verdienste van Willaert was dat hij het tij keerde waarbij Italiaanse componisten naar het noorden trokken om te leren componeren in een Vlaams-Franse stijl. Hij gaf zelf les en vanaf dat moment komen de noorderlingen naar Italië om bij hèm te studeren. Zo ontstaat de zogenaamde 'Venetiaanse School'.

Een van zijn leerlingen was Cipriano de Rore, die net als zijn leermeester uit Vlaanderen kwam en hem na zijn dood als kapelmeester zou opvolgen. Waar Willaert al een verhoogde aandacht had voor de expressie en emotionaliteit van de tekst, ging De Rore daarin nog een stapje verder. Met succes: zijn madrigalen en chansons werden razend populair.
Cipriano de Rore volgde in 1562 zijn leermeester Willaert op als maestro di cappella van de St. Marco in Venetië. Maar deze post bleek iets te hoog gegrepen - al na twee jaar hield hij het voor gezien en vertrok naar Parma.

Andrea Gabrieli en Giovanni Gabrieli
De Venetiaanse stijl, statig van karakter, wordt verder ontwikkeld door een andere leerling van Willaert: Andrea Gabrieli (1533-1585) en later door diens neef Giovanni Gabrieli (1553-1612). Andrea Gabrieli schreef naast missen, motetten en dubbelkorige psalmen ook instrumentale werken, waarbij hij groepen instrumenten tegenover elkaar stelde. (Dubbelkorigheid, maar dan instrumentaal). Giovanni Gabrieli bracht ontwikkeling in de dubbelkorigheid door niet alleen twee gelijkwaardige groepen tegenover elkaar te stellen, maar ook met bv. hoog-laag en klein-groot contrasten te werken.
Giovanni Gabrieli is beroemd geworden door zijn polyfone, meestal vierstemmige, instrumentale werken onder de naam: Canzone of Sonata. Deze instrumentale composities zijn de eerste gecomponeerde werken voor grotere instrumentale ensembles in de Westerse traditie, en vormen de voorlopers van de sonate, de symfonie en het concert.

Eind 16e, begin 17e eeuw was de faam van Venetië als muziekstad zo ver doorgedrongen, dat mensen van heinde en verre hiernaartoe reisden, om zich in de muziek te bekwamen. Waaronder de Duitse Heinrich Schütz.

stile concertato
De Venetiaanse stijl wordt vaak aangeduid met de term: Concertato stijl. De Venetianen braken door het inzetten van instrumenten (naast of in plaats van de zangstemmen) met de a-capella traditie van de renaissance. Door die verschillende samenstellingen van de diverse koren ontstonden nieuwe klankkleuren. Deze koren werden in de composities vaak tegenover elkaar gezet waardoor instrumentale en vocale partijen, groot koor en klein koor/solist afgewisseld werden met elkaar. Hierdoor ontstaat een dialoog tussen de verschillende koren/ensembles. Deze stijl werd karakteristiek voor de Barokstijl en wordt ook wel 'stile concertato' of concertatostijl genoemd.

Claudio Monteverdi
In Venetië, met haar grote rijkdom, kwam ook de opera tot bloei, mede dankzij de aanwezigheid van Claudio Monteverdi, die in 1613 maestro di cappella werd. Aanvankelijk toonden de Venetianen weinig belangstelling voor muziekdramatische werken, maar dit veranderde tijdens Monteverdi's verblijf. Dit komt ten eerste doordat het carnaval steeds theatralere vormen aannam en ten tweede doordat verschillende Venetiaanse handelaren de mogelijkheid roken om met opera geld te verdienen. Een beroemde zangeres in Venetië was Barbara Strozzi, een aangenomen dochter van Giulio Strozzi, een van de beschermheren van Monteverdi.

componisten
De Venetiaanse school oefende grote invloed uit op de muziek aan het eind van de 16e en het begin van de 17e eeuw.
Twee belangrijke componisten zijn: Andrea Gabrieli (1610-1585) en diens neef Giovanni Gabrieli (1554-1612).
Andere belangrijke componisten uit deze periode zijn:
Marco Ingegneri
Jacobus Clemens non Papa (1510 - 1556)
Philippus de Monte (1521 - 1603)
Giovanni Pierluigi Palestrina (1525 - 1594)
Orlando di Lasso (1532 - 1594)
William Byrd (1543 - 1623)

Voorlopers:
Het principe van contrast in kleur en volume kende een voorloper in de stemparen van Josquin, maar werd nu ruimtelijk toegepast.

Zie ook Venetiaanse Opera...

Venetië 18de Eeuw
Aan het begin van de achttiende eeuw was Venetië, hoewel de stad bijna geen politieke macht meer had en zijn economische ondergang tegemoetging, nog steeds aantrekkelijk voor reizigers, vooral musici, door de bekoring van het kleurrijke, uitbundige leven aldaar. Het was een op muziek gezet leven, een soort permanente opera. Mensen zongen in de straten en op de lagunes; de gondeliers hadden hun eigen liederenrepertoire en declameerden de poëzie van Tasso op traditionele melodieën. Aristocratische families bezaten operatheaters. Ze speelden en zongen zelf en waardeerden en beloonden goede musici.
Publieke festivals, waarvan er in Venetië meer waren dan elders, waren muzikaal gezien luisterrijke aangelegenheden. De kapel van de San Marco was nog steeds beroemd. De stad was trots op zijn traditionele rol als centrum van muziekdrukkunst, kerkmuziek, instrumentale composities en opera's. In de achttiende eeuw had Venetië nooit minder dan zes operagezelschappen, die samen in totaal vierendertig weken per jaar optraden. Tussen 1700 en 1750 zag en hoorde het Venetiaanse publiek per jaar tien of meer nieuwe opera's, en dat werden er zelfs nog meer in de tweede helft van de eeuw. Particulieren, religieuze broederschappen die men scuole noemde en academies financierden regelmatig muzikale programma's en op feestdagen waren kerkdiensten niet zozeer religieuze ceremonies als wel grote instrumentale en vocale concerten.

Antonio Vivaldi
Antonio Vivaldi (1678-1741), zoon van een van de meest vooraanstaande violisten van de kapel van de San Marco, had een dubbele opleiding: als musicus (onder Legrenzi) en als priester. Hij begon zijn priesterlijke plichten in 1703, maar werd een jaar later vanwege een chronische ziekte vrijgesteld van het opdragen van de mis. Van toen af aan wijdde hij zich geheel aan de muziek. Een dergelijke combinatie van een religieuze functie en een wereldlijk beroep was in die tijd niet ongewoon. Omdat Vivaldi rood haar had stond hij zijn hele leven bekend als il prete rosso (de rode priester), een bijnaam zoals het Italiaanse publiek zijn favoriete kunstenaars graag gaf. Van 1703 tot 1740 was Vivaldi met talrijke onderbrekingen werkzaam als dirigent, componist, leraar en algemeen hoofd van muziek aan het Pio Ospedale della Pietà in Venetië, een combinatie van weeshuis, conservatorium en meisjesschool. Hij reisde veel om te componeren en opera's en concerten te dirigeren in andere Italiaanse steden en elders in Europa.
Instellingen zoals het Ospedale della Pietà waren in het achttiende-eeuwse Venetië en Napels oorspronkelijk bedoeld als tehuis voor wezen en buitenechtelijke kinderen, waarvan er zeer veel moeten zijn geweest, als men sommige verhalen van reizigers moet geloven. De structuur van deze religieuze conservatoria leek op die van een klooster, maar meestal vormde een muzikale opleiding een belangrijk deel van het curriculum. Het onderwijs was grondig en de resultaten waren belangrijk voor het muziekleven van het hele land. Voor de efficiënt georganiseerde lessen werden kosten noch moeite gespaard. De resulterende drom van enthousiaste jonge amateurs en hun natuurlijke wedijver, aangemoedigd door bijzondere beloningen in de vorm van privileges en altijd gestimuleerd door de aanwezigheid van enkele bijzonder begaafde figuren, moeten voor elke componist een zeer gunstige omgeving zijn geweest.
Er kwam veel publiek naar de concerten in de kerk van de Pietà, evenals naar die in andere kerken. Reizigers schreven over deze gelegenheden met een. mengeling van enthousiasme en geamuseerdheid vanwege het ongebruikelijke schouwspel van een koor en een orkest dat voornamelijk uit tienermeisjes bestond.
Een aspect van de achttiende eeuw dat wij ons tegenwoordig moeilijk voor kunnen stellen, en dat toch van onschatbaar belang is, was de voortdurende vraag van het publiek naar nieuwe muziek. Er waren geen 'klassieken', en weinig werken in wat voor genre dan ook bleven langer dan twee of drie seizoenen op het programma. Van Vivaldi werd verwacht dat hij voor alle periodieke feestdagen in de Pietà oratoria en concerten componeerde. Een dergelijke voortdurende druk verklaart zowel de enorme produktie van veel achttiende-eeuwse componisten als de fenomenale snelheid waarmee ze werkten.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 158.