kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Vaganten

Vaganten (of goliarden)

vaganten (zwervers), bedelmonniken, reizende of varende klerken, speellieden, de makers van de speelmanspoëzie, sedert de 13e eeuw

Vaganten zijn 12e- en 13e-eeuwse ambulante intellectuelen die van (universiteits)stad naar (universiteits)stad trokken, naar hun legendarische patroon Golias ook wel goliarden genaamd. De vaganten behoorden, ook als ze alleen maar ‘studeerden’ tot de stand der geestelijken. Van hen zijn sterk ritmische Latijnse liederen bewaard gebleven, waarvan de inhoud aards genoemd mag worden: drank en vrouwen voeren de boventoon. Deze liederen zijn bekend geworden onder de verzamelnaam Carmina burana (vert. Van Elden, 19694). Men moet de vaganten niet verwarren met de laatmiddeleeuwse varende luyden, Aernoutsbroeders, marskramers, kwakzalvers, bedelaars, muzikanten en ander maatschappelijk drijfhout zonder een vaste woon- of verblijfplaats. In de Spiegel historiael scheert Jacob van Maerlant de goliarden over één kam met de minstrelen, waarschijnlijk omdat het niet ongewoon was dat gesjeesde of werkloze studenten als entertainer aan de kost trachtten te komen.

Men noemt hen vaganten (van het Latijn vagari, 'rondzwerven') of goliarden (een term van duistere oorsprong, soms afgeleid van het Latijn gula, 'gulzigheid', van het Italiaans gagliardo, 'waaghals', van het Provençaals gualiar, 'bedrieger', of zelfs van de bijbelse reus Goliath als symbool van het kwade). Deze vaganten of goliarden waren vaak geestelijken die handelden in strijd met de benedictijnse regel dat een juiste uitoefening van godsdienst standvastigheid vereist (ubi stabilitas, ibi religio). Het waren in ieder geval geletterden met een literair-muzikale achtergrond, vertrouwd met Latijnse dichters als Ovidius, Horatius en Juvenalis en op de hoogte van bijbelse thema's, kerkelijke gebruiken en ook wantoestanden. Als centra waar zij hun kunde en kunst ten uitvoer brachten, fungeerden universiteiten, scholen, hoven, kloosters, herbergen en markten.

Het begrip 'vaganten' ontstond doordat er in de Middeleeuwen een 'crisis' van de clerus was. Met de opkomst van de eerste universiteiten en het ontstaan van grote abdijen was er een 'overschot' aan clerici. Zo ontstonden de vaganten, die van de ene universiteit naar de andere, van het ene dorp naar het andere trokken. In de dorpen waren ze een graag geziene groep, waarschijnlijk door hun maatschappijkritiek en hun hoge cultuur. In onze streken werden ze vaak 'Aernouts broeders' of 'Ghesellen van wilde manieren' genoemd. Hun naam 'Varende luyden' ontstond doordat ze vaak in een blauwe boot, teken van de parodie, voeren. Officieel was er geen vereniging van de vaganten, maar er bestond wel een 'denkbeeldige' gilde, met als beschermheilige Sint Reinuit. De bekendste manuscripten zijn die van Cambridge (Carmina Cantabrigiensa) uit de 10de-11e eeuw en natuurlijk die van de Carmina Burana. Opmerkelijk is dat er ook enkele Nederlandstalige teksten onder het “Antwerpsch Liedboek” zijn verschenen. Vaganten signeerden hun werk zelden en als ze dit deden, dan meestal met een bijnaam. Het is dus moeilijk te achterhalen wie precies die bepaalde tekst heeft geschreven. Er zijn wel enkele namen bekend, waarvan de bekendste de “Archipoeta” of "Aartsvader" is, maar ook: Hugo van Orléans, bijgenaamd “Primas”, Walter van Châtillon, Peter van Blois, Filips de Kanselier, Godfried van Winchester, Gualtiero Map,…

Bron o.a. : wikipedia


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 22.