kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Trisha Brown

Documenta XII

Amerikaanse Postmoderne choregrafe en danser, 25 November 1936, Aberdeen, Washington, U.S.

Zij vormde samen met o.a. Twyla Tharp en Lucinda Childs in de zestiger jaren in de Verenigde Staten de pioniersclub van de postmoderne dans. Bij Trisha Brown ligt het meest intense drama in de spaarzame, strakke regie en choreografie.

Ze was anti-expressionistisch, het gewone werd benadrukt (alledaagse bewegingen) en ze herhaalde vaak bewegingen. Haar vroegste balletten waren experimenteel en vaak gesitueerd op platte daken of op andere plekken van gebouwen.

Haar experimentele choreografe doorliep verschillende fasen. Zo werkte ze in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw nauw samen met plastische kunstenaars zoals Donald Judd en Robert Rauschenberg en begon ze halverwege de jaren negentig aan een muziekcyclus. Inmiddels heeft zij zich ontwikkeld tot operaregisseur.

Het Judson Dance Theatre (1962) bracht de moderne dans tot leven. Dit was een verzamelnaam voor een aantal New Yorkse producties die o.l.v. choreograaf Judson in een kerk gemaakt werden. Zij gingen de straat op om performances te maken en te experimenteren met improvisatiemethoden en alledaagse handelingen. Ook danskunstenaars zoals Trisha Brown, Lucinda Childs, Steve Paxton en David Gordon hebben er aan mee gewerkt. Het Judson Danstheater speelde in op de ironie van het maken van dansvoorstellingen en speelde meestal op ongewone locaties, zoals op het dak van een wolkenkrabber. Het meest opvallende kenmerk was het anti-expressionistische (betekenisloze en ondramatische) karakter, de voorliefde voor simpele handelingen en eenvoudige dans of bewegingsthema's, met de voorkeur voor een nuchtere weergave van feiten en het combineren van dans met andere expressiemiddelen zoals voordracht of beeldende kunst. - (http://dvtg.hku.nl/scriptie/janssen/deel1.htm)
Tot die Judson groep behoorden ook beeldende kunstenaars als Robert Rauschenberg en Robert Morris, die een belangrijke rol speelden in pop-art en minimal art. Niet toevallig gaat het hier om twee stromingen in de na-oorlogse beeldende kunst die een strategie ontwikkelden om over kunst na te denken en kunst te maken die ook bepalend zal zijn voor het werk van de dansers van de Judson groep.
Vanaf het midden van de jaren ’70 zou het werk van deze groep dansers en choreografen langzaam uiteen vallen in verschillende oeuvres die zich elk zelfstandig verder ontwikkelden. Daarbij keerden vele choreografen, zoals Lucinda Childs en Trisha Brown uiteindelijk terug naar het theater. - 1970 begon Brown haar eigen dansgroep "Trisha Brown dance Company".

Roof piece uit 1973: vond plaats op verschillende specifieke plekken op 12 daken in een gebied van 10 blokken in New York. Elke danser geeft dan zijn dans door aan een danser op het dichtstbijzijnde dak. Geen enkele toeschouwer kon de gehele dans zien, maar als het doorgeven aan het eind was, en het doorgeven werd teruggedraaid kon je zien hoe de structuur verviel.

Zij werkt graag samen met beroemde schilders en musici zoals Robert Rauschenberg, Laurie Anderson en John Cage.

"Glacial Decoy" uit 1979 is een hommage aan popkunstenaar Robert Rausenberg, waarmee Brown geregeld samenwerkte.
Robert Rauschenberg vormt zowat het bindteken tussen de beeldende kunst en de dans in deze periode. Hij werkte vaak samen met Cunningham en later ook met Trisha Brown en beschouwde zijn bijdragen aan voorstellingen als een integraal deel van zijn artistiek werk.
Glacial Decoy (1979) en later Astral Convertible (1989) zijn twee kleurrijke en bijzonder stijlvolle creaties die Trisha Brown maakte met Rauschenberg.

In 1986 maakte ze een choreografie voor Lina Wertmüllers operaregie Carmen.

Andere Bekende ballettten van haar zijn Line Up (1977), Set and Reset (1983), M.O. (1995) en El Trilogy (2000).

5 Juli 2002 dansfestival Montpellier Danse
Trisha Brown, stelde op dit festival een vrij verrassend gebaar. Ze was prominent aanwezig met recente grote werken als El Trilogy, waarin ze haar verbazende kunnen demonstreert. In de marge toonde ze echter ook haar nieuwe improvisatie-solo It’s a draw waarin ze niet alleen danst, maar ook … tekent. Op grote vellen papier wentelt ze heen en weer, met stukken houtskool in de handen of tussen de tenen. Alsof ze een reïncarnatie van Jackson Pollock was suggereert de handeling een één-op-één verhouding tussen haar gemoedsaandoeningen en de lijnen op papier. Een röntgenfoto van haar hele zijn als het ware. Impliciet is die mythe van ‘onmiddellijkheid’ natuurlijk altijd aanwezig geweest in de improvisatie-praktijk die Brown met haar kompanen van de Judson Group en verwante kunstenaars in de jaren ’60 ontwikkelden. Maar daar waren de ‘issues’ toch altijd veel complexer dan de al bij al primitieve ideologie van een Pollock. Zo moet je bijna besluiten dat het hier toch nog om wat anders gaat: de voorstelling is vooral een melancholische ‘trip’ van deze ‘grand old lady’ (en dit is niet ironisch bedoeld) naar de onbekommerde begindagen waarin nog alles kon. Dat ze als locatie koos voor een vervallen hangar in een buitenwijk zegt, wat dat betreft, alles. - subject linger on the edge of the volume" (2005), zijn werken op respectievelijk muziek van John Cage (Prepared Piano) en Curtis Bahn.

Arizona Piece (2005) is een werk dat digitale projectie, computerkunst en muziek samenbrengt tot een dertig minuten durend visueel en auditief spektakel. Haar dansers spreken over Trisha's "digital sensibility".

De experimentele choreografe doorliep verschillende fasen in haar werk en ze begon halverwege de jaren negentig aan een muziekcyclus. Inmiddels heeft deze grande dame zich eveneens ontwikkeld tot operaregisseur. Daarmee begeeft zij zich op hetzelfde pad als choreografe en geestesverwante Lucinda Childs die zich de laatste tijd ook steeds meer met operaregie bezighoudt.

2006 Trisha Brown creëerde een choreografisch, abstract winterlandschap op Winterreise.
Als operaregisseur en choreografe heeft Trisha Brown een artistieke kompaan gevonden in de bariton Simon Keenlyside, met wie zij eerder samenwerkte aan de opera's Orfeo van Monteverdi en Luce mie Traditrici van Salvatore Sciarrino, en nu dus de concertante Schubert-cyclus, die in december in première ging in het Lincoln Center in New York.
Choreografe en operaregisseur Trisha Brown blijft dicht bij de originele noten, thematiek en tekst van Schuberts Winterreise en maakte spaarzame, abstracte choreografische beelden waarin de zanger zelf danst, zij aan zij met drie professionele dansers.
Brown ontdoet het pre-expressionistische stuk van een spinrag aan emoties door haar transparante, spaarzame beelden die een kaal, abstract winterlandschap uitbeelden en de grimmigheid van de cyclus blootleggen. Zij creëert visuele, abstracte beelden met een vernuftig spel van armen. De armbewegingen vormen voor Brown een leidmotief in haar stuk zoals ook Schubert aan sleutelwoorden muzikale motieven of toonsoorten meegaf. Op een dramatische climax van de Winterreise in het lied 'De Kraai', vormen de armen bijvoorbeeld een luguber silhouet van angstbeelden, op een ander moment weerhouden ze de zanger, Simon Keenlyside, ervan om in het graf te springen. De bariton vormt het emotionele epicentrum van het stuk, ondersteund door drie fantastische, professionele dansers uit de Trisha Brown Dance Company: Brandi L. Norton, Seth Parker en Lionel Popkin.
Hoewel Keenlyside geen geschoolde danser is, wordt hij door Brown wel als gelijke van de professionele dansers beschouwd, een 'democratisch' gegeven waarmee zij bij de Judson groep al werkte. Keenlysides bewegingen zijn volledig geïntegreerd met die van de dansers. - Holland Festival 2007 - www.theatermaker.nl)

Websites: www.desingel.be


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 242.