kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Triosonate

Speelstuk voor twee (gelijkwaardige) melodie-instrumenten in sopraanregister (bijv. viool, fluit, hobo, kornet) die in dialoog tegenover elkaar staan. Een derde instrument (meestal clavecimbel, cembalo of orgel) neemt daarbij met akkoorden de harmonische ondersteuning op zich en wordt soms versterkt door nog een basinstrument (fagot of viola da gamba), de zgn. Basso Continuo. Zodoende werd de triosonate dus door vier personen uitgevoerd.

kamersonate vs kerksonate
Deze sonate splitste zich in de eerste helft van de 17de eeuw in twee genres: de sonata da camera (kamersonate; de naam is voor het eerst gebruikt in 1637 door T. Merula), waarvan de delen een danskarakter hadden, en de sonata da chiesa (kerksonate), bestemd om als voor-, tussen- of naspel tijdens kerkdiensten gebruikt te worden, waarbij het orgel basso-continuo-instrument was. Omstreeks 1680 ging de sonata da chiesa bestaan uit vier delen: grave (homofoon of polyfoon), een fugatisch allegro, een homofoon andante, en een snel deel, dat spoedig ook danskarakter kreeg (type Corelli).

Na 1670 bestond de meest gebruikelijke instrumentatie voor zowel de kerk- als de kamersonate uit twee discantinstrumenten (doorgaans violen) en een bas, waarbij de harmonieën werden gecompleteerd door de continuospeler. Een sonate in een dergelijke bezetting heette een triosonate, ook al waren er voor de uitvoering vier instrumentalisten nodig (aangezien de basso continuo werd verdubbeld op een cello of een dergelijk instrument terwijl de organist of de klavecimbelspeler de geïmpliceerde harmonieën invulde).

De nomenclatuur, met name voor werken van het kamersonate-type, was verbazingwekkend gevarieerd: soms was de algemene titel van een verzameling van zulke werken gewoon een lijst met namen van de dansen, of werd zo'n lijst gevolgd door de woorden 'da camera'. Andere benamingen waren trattanimento, divertimento, concertino, concerto, ballo, balletto enzovoort. Kennelijk impliceerden deze verschillende benamingen geen bijzonder onderscheid. Verder gebruikten sommige componisten in de tweede helft van de zeventiende eeuw het woord sonata of sinfonia om een inleidend deel of delen van een suite met dansstukken aan te duiden.

Wat betreft de uiterlijke vorm zal men zich herinneren dat de evolutie van de canzona-sonata in de zeventiende eeuw steeds minder maar steeds langere delen inhield. De volgorde van de delen werd pas tegen het eind van de zeventiende eeuw gestandaardiseerd. Sporen van de cyclische opzet van de oude variatiecanzona bleven lange tijd bestaan. Thematische overeenkomsten tussen de delen werden gehandhaafd in vele sonates van Giovanni Battista Vitali (ca 1644-1692) en tevens in enkele werken van diens zoon Tommaso Antonio Vitali (ca 1665-1747). Aan de andere kant werd volledige thematische onafhankelijkheid van de verschillende delen steeds meer de regel aan het eind van de zeventiende eeuw, zoals bij voorbeeld in de tweedelige triosonate La Raspona van Giovanni Legrenzi.

De triosonate, die zich uit de transcriptie van vocale zinnen ontwikkelde in de instrumentale muziek, breidde zich tot midden 17e eeuw uit tot Duitsland en Engeland. Met het einde van de praktijk van de generale bas verdween ook de triosonate uit het blikveld van de compositorische belangstelling. Belangrijke componisten van dit genre waren o.a. Arcangelo Corelli, Georg Philipp Telemann, Antonio Vivaldi en J.S. Bach.

De textuur van de triosonate (twee hoge melodische lijnen boven een bas) was essentieel voor vele andere muziektypes in de barok en hield zelfs daarna nog stand. Sonates voor viool solo (of fluit of gamba) met een continuo (de zogenaamde solosonate) waren in de zeventiende eeuw minder talrijk dan triosonates. Ook werden er sonates voor grotere groepen geschreven, tot zes of acht instrumentale partijen met een continuo, en waren er enkele sonates (of soortgelijke stukken met een andere benaming) voor een enkel strijkinstrument zonder begeleiding.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 369.