kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Trecento

Het Trecento (14de eeuw)

De Italiaanse muziek van de veertiende eeuw (het Trecento) heeft een andere geschiedenis dan de Franse muziek uit dezelfde periode. In tegenstelling tot de steeds grotere macht en stabiliteit van het Franse koninkrijk bestond Italië uit een verzameling stadstaten, die door onderlinge machtsstrijd regelmatig in opschudding waren.

De bij de elite populaire meerstemmige muziek werd in die kringen gezien als een verfijnd werelds vermaak dat werd verzorgd door componisten die aan de kerk waren verbonden en vertrouwd waren met notenschrift en contrapunt.
De meeste andere Italiaanse muziek was ongeschreven. Aan de hoven waren in de dertiende eeuw de travatari in het voetspoor van de troubadours getreden. In Italië heeft, evenals elders, gedurende de hele middeleeuwen gezongen volksmuziek bestaan, die vaak wordt geassocieerd met instrumentale begeleiding en dans; van deze muziek is echter niets bewaard gebleven. Alleen de eenstemmige lauda's, processieliederen, zijn in manuscripten overgeleverd. Daarnaast was er nog de polyfonie in veertiende-eeuwse Italiaanse kerkmuziek, die vooral een kwestie van improvisatie was.

In de veertiende eeuw waren de voornaamste centra van Italiaanse muziek de steden in het midden en noorden van het schiereiland, zoals Bologna, Padua, Modena, Milaan, Perugia en bovenal Florence dat in de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw een zeer belangrijk cultureel centrum was.
Uit Florence stammen ook twee beroemde literaire werken, de Decamerone van Boccaccio en het Paradiso degli Alberti van Giovanni da Prato. Uit deze boeken en andere uit die tijd kunnen we opmaken dat bijna elke activiteit in het Italiaanse sociale leven werd opgeluisterd met vocale en/of instrumentale muziek. In de Decamerone wordt bij voorbeeld beschreven hoe elk lid van het gezelschap het dagelijkse verhaal begeleidt met zang en dans.

Het kan zijn dat een deel van de muziek waarover Boccaccio schrijft polyfoon was, maar in dat geval moeten de uitvoerenden geïmproviseerd hebben of uit het hoofd gezongen, want er zijn maar heel weinig concrete voorbeelden van Italiaanse polyfonie bekend van voor 1330. Na die tijd komen er steeds meer, zoals blijkt uit diverse manuscripten die in de veertiende eeuw in Zuid-Frankrijk of Italië zijn vervaardigd. De rijkste van deze bronnen is de prachtige Squarcialupi Codex, genoemd naar de voormalige eigenaar Antonio Squarcialupi (1416-1480), maar dit manuscript is nogal laat vervaardigd en helaas niet helemaal betrouwbaar. Deze op velijn geschreven en rijkelijk in heldere kleuren versierde codex, die waarschijnlijk rond 1420 werd gekopieerd, bevindt zich momenteel in de Biblioteca Medicea-Laurenziana in Florence. Hij bevat 352 verschillende composities (meestal twee- of driestemmig) van twaalf componisten uit de veertiende en vroege vijftiende eeuw. Aan het begin van elke sectie met werken van een bepaalde componist bevindt zich een miniatuur met diens beeltenis.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 400.