kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Tragedie-Lyrique

Tragédie Lyrique

Typische Franse, ernstige opera, door Lully ontwikkeld, meestal gebaseerd op klassieke onderwerpen.

De Tragédie Lyrique bestaat doorgaans uit een ouverture gevolgd door een proloog en 5 actes. In deze opera heeft het woord voorrang boven de muziek. De onderwerpen komen uit de Grieks-Romeinse mythologie.

Het Franse muziekleven in de 17de en 18de eeuw werd voor een belangrijk deel beheerst door de opera en de daaraan verwante genres zoals het ballet. De belangrijkste muzikale gebeurtenis van de 17de eeuw was dan ook het ontstaan van de Franse ernstige opera, de tragédie lyrique, waaraan J.B. Lully zijn naam blijvend heeft verbonden.
Hoewel Lully's schepping in menig opzicht voortbouwde op de Venetiaanse opera (dramma per musica) van de navolgers van Monteverdi, betekende zij tevens een voortzetting van enige zuiver Franse tradities, nl. het ballet de cour, de air de cour en de comédieballet, drie genres, die zich vooral in de eerste helft van de 17de eeuw ontwikkelden.
Robert Cambert (ca 1627-1677) deed vanaf 1659 enkele experimentele pogingen om tot een Franse opera te komen, maar de eerste belangrijke componist was Jean-Baptiste Lully (1632-1687) die erin slaagde om elementen van het ballet en het drama samen te voegen tot een vorm die hij tragédie lyrique noemde (muzikale tragedie).
Voor de libretto's van Jean-Philippe Quinault componeerde Lully passende pompeuze muziek waarin zowel de uiterst formele luister van het Franse koninklijke hof als de daar heersende enigszins beredeneerde fascinatie voor de bijzonderheden van hoofse liefde en ridderlijk gedrag tot uiting kwamen.

Jean-Baptiste Lully (1632-1687) - tragédie lyrique
Het Franse muziekleven in de 17de en 18de eeuw werd voor een belangrijk deel beheerst door de opera en de daaraan verwante genres zoals het ballet. De belangrijkste muzikale gebeurtenis van de 17de eeuw was dan ook het ontstaan van de Franse ernstige opera, de tragédie lyrique, waaraan J.B. Lully zijn naam blijvend heeft verbonden.
Hoewel Lully's schepping in menig opzicht voortbouwde op de Venetiaanse opera (dramma per musica) van de navolgers van Monteverdi, betekende zij tevens een voortzetting van enige zuiver Franse tradities, nl. het ballet de cour, de air de cour en de comédieballet, drie genres, die zich vooral in de eerste helft van de 17de eeuw ontwikkelden.
Robert Cambert (ca 1627-1677) deed vanaf 1659 enkele experimentele pogingen om tot een Franse opera te komen, maar de eerste belangrijke componist was Jean-Baptiste Lully (1632-1687) die erin slaagde om elementen van het ballet en het drama samen te voegen tot een vorm die hij tragédie lyrique noemde (muzikale tragedie).
Voor de libretto's van Jean-Philippe Quinault componeerde Lully passende pompeuze muziek waarin zowel de uiterst formele luister van het Franse koninklijke hof als de daar heersende enigszins beredeneerde fascinatie voor de bijzonderheden van hoofse liefde en ridderlijk gedrag tot uiting kwamen.
In 15 jaar (1672-87) produceerde Lully vijftien opera's, twaalf op teksten van Quinault, drie op teksten van Th. Corneille en Campistron. Lully's tragédie lvrique, uit heterogene elementen opgebouwd, aanvankelijk onzeker van stijl (Cadmus et Hermione, Alceste), vond spoedig een homogene vorm (Atys, Isis enz.): van het ballet de cour werden de Franse ouverture, de proloog en de balletten, vooral ook de pompeuze finale overgenomen, ook de recitatieven; de aria's, die zich vaak nauwelijks onderscheidden van het gedragen recitatief, richtten zich naar de air de cour,
vocalises werden vermeden, pathetiek was zeldzaam, grandioze effecten werden echter in de pantomimes en de finales vaak nagestreefd. Humoristische elementen, waarin Lully in de comédiesballets uitmuntte, werden na Alceste uitgebannen, om eerst in de pastorale Acis et Galathée terug te keren. De tragédie lyrique was een waardig rendant van de klassieke tragedie van Racine, zij weerspiegelde de grandeur van het hof van de zonnekoning.

De Franse Ouverture
Nog voor hij opera's begon te componeren had Lully de Franse ouverture zijn muzikale vorm al gegeven. In de laatzeventiende en vroeg-achttiende eeuw werden instrumentale stukken in deze vorm niet alleen gebruikt ter introductie van opera's en andere grote meerdelige werken maar verschenen ze ook als op zichzelf staande composities en vormden ze soms het eerste deel van een suite, sonate of concerto.

Régence
Tot de traditie van Lully behoorden voorts de tragédies lyriques van J.J. Mouret (o.a. Ariane et Pyrrhus), die overigens belangrijker was als componist van balletten voor de 'Nuits de Sceaux' en die voor het Italiaanse theater te Parijs een typische vertegenwoordiger was van het tijdvak der Régence met zijn lichte gratie en élégance. Zijn opéra-ballet Les fêtes de Thalie (1714) maakte veel opgang.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 365.