Taille
a. Insnoeringen aan de zijkanten van het corpus bij strijkinstrumenten.
b. benaming voor de tenorstem in een meerstemmig stuk;
Bach schrijft met het gebruik van de taille de tenorhobo (in f) uitdrukkelijk voor.
In Franse muziek uit het begin van de achttiende eeuw werd met taille de instrumentale of vocale middenstem aangeduid.
Basse-taille, lage tenor.
De benamingen van de zangstemmen zijn in Frankrijk anders dan in Italië: Hoge stemmen worden 'dessus' genoemd (die boven liggen) te weten de sopraan en de alt. De mannenstemmen beginnen bij 'haute contre', een naam die herkenbaar is als afgeleid van 'contratenor altus'. Vervolgens onderscheidde men de 'basse taille' lichte bas [3], en de 'basse'. Deze 'taille' - namen verdwijnen rond 1800, wanneer over geheel Europa het stemgebruik verandert; de kastraten zijn dan uit de mode en speciaal de tenorstem wordt opgedreven om de hoogste noten modaal (in 'borststem') te zingen. De Italiaanse terminologie wordt dan algemeen gebruikt. Aan de operapartituren van b.v. Rameau (rond 1750) is echter af te lezen dat het Franse stemgebruik duidelijk 'lichter' is dan het Duitse, zelfs het Italiaanse.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!
privacybeleid