muziekbus







De symfonie (v.), ~ën

Een symfonie (Grieks: sum = "samen, met", en fonie = "klank, geluid", letterlijk: "samenklank") is een meerstemmig instrumentaal muziekstuk, zonder solisten, voor (vol) symfonieorkest in doorgaans vier, ook wel drie delen, veelal in cyclisch verband tot elkaar staande, het eerste deel qua opbouw gelijk aan de sonate. Als er een of meerdere solo-instrumenten zijn, concerteren, heet het werk een concert of een concerto grosso.

De indeling van de symfonie is snel - langzaam - matig snel - snel.
- Het eerste deel is doorgaans in de hoofdvorm gecomponeerd, soms voorafgegaan door een langzame inleiding (overblijfsel van de Franse Ouverture).
- Het tweede deel is een liedvorm.
- Het derde deel is vaak een menuet (overblijfsel uit de suite), later (vanaf Beethoven) een scherzo.
- Het vierde deel is meestal een rondo.
Het moderne gebruik verlaat somtijds deze klassieke schematiek.

Het symfonieorkest == orkest, dat bestaat uit strijkorkest, houten en koperen blaasinstrumenten en slagwerk.
. strijkers: eerste violen, tweede violen, altviolen, celli, contrabassen;
. houtblazers: fluit(en), hobo('s), klarinet(ten), fagot(ten);
. koperblazers: hoorns, trompetten, trombones en tuba's;
. slagwerk, het eenvoudigst in de vorm van pauken, maar meestal aangevuld met allerlei andere slagwerkinstrumenten zoals grote en kleine trom en triangel;
. eventueel andere instrumenten, zoals harp of piano.
De bezetting van het orkest hangt af van de compositie die wordt uitgevoerd. De behandeling van de instrumenten in het orkest (de instrumentatie) is in de loop van de geschiedenis sterk veranderd en aangepast aan de heersende smaak of nieuwe mogelijkheden van de instrumenten.

Historie
Vanaf ca 1600 duidt de sinfonia een instrumentaal muziekstuk aan. Vanaf het einde van de 17de eeuw werd hiermee een driedelig voor- of tussenspel bij opera's, oratoria en cantates bedoeld van waaruit zich dan geleidelijk de klassieke symfonie ontwikkelde.

Joseph Haydn
Haydn breidde het aantal delen uit tot vier, een snel eerste deel in sonatevorm, een langzaam deel in liedvorm, een menuet met trio en een laatste deel, meestal in rondovorm. Bovendien liet hij vaak een langzame inleiding aan het eerste deel voorafgaan. De continuopartij, en daarmee ook het klavecimbel, verdween uit het orkest.

Klassieke tijd
De klassieken kenden symfonieën soms thema's en namen toe maar dit doelde niet op programmamuziek. Voorbeelden zijn Mozart’s Jupiter-symfonie, zijn ‘Praagse’ en ‘Haffner’ (de opdrachtgever); Haydn’s Parijse en Londense symfonieën (aldaar gecomponeerd) of die met bijnamen (‘de klok’, ‘de kip’ of ‘de filosoof’). Veel klassieke componisten hebben een groot aantal symfonieën geschreven, Mozart meer dan veertig, Joseph Haydn minstens honderdzes. Hij gaf de muziekstijl een nieuwe betekenis en wordt vaak genoemd als de "vader van de symfonie". Die eer deelt hij echter met Johann Stamitz, wiens symfonieën ook invloedrijk waren en mede door zijn Mannheimer Schule veel hebben gedaan om het genre te ontwikkelen en zijn huidige vorm te geven.

Beethoven
Beethoven heeft vorm en inhoud van de symfonie uitgebreid. De doorwerkingen in de hoofdvorm van het eerste deel werden groter, de coda's groeiden uit tot nieuwe doorwerkingen, het menuet werd vervangen door een scherzo, het aantal delen werd uitgebreid en er konden ook vocale stemmen optreden.

Ludwig van Beethoven luidt de overgang van de klassieke symfonische vorm naar de Romantiek in. Zijn zesde symfonie, ‘Pastorale’, wijkt af van de traditionele vierdelige vorm zoals beschreven (ze is vijfdelig) en introduceert het programma in de muziek dat later met het symfonisch gedicht een grote vlucht zou nemen. Beethoven geeft de vijf delen van deze symfonie naast tempoaanduidingen ook programmatische titels:
. Allegro non troppo - ‘Erwachen heiterer Empfindungen bei der Ankunft auf dem Lande’
. Andante molto moto - ‘Szene am Bach
. Allegro - ‘Lustiges Zusammensein der Landleute’
. Allegro - ‘Gewitter, Sturm’
. Allegretto - ‘Hirtengesang. Frohe und dankbare Gefühle nach dem Sturm’
. In zijn negende symfonie introduceert Beethoven meerdere zangsolisten en een slotkoor voor zijn ‘Ode an die Freude’. Dit zorgt ervoor dat de symfonie met een machtige klank kan worden afgesloten, als een ware apotheose. Deze innovatie werd na deze symfonie in de 19e eeuw slechts enkele keren nagevolgd, door Felix Mendelssohn in zijn tweede symfonie, ‘Lobgesang’, door Gustav Mahler in zíjn tweede symfonie, ‘Auferstehung’ en door Jean Sibelius in diens Kullervo.

Romantiek: Bruckner en Mahler
Bruckner breidde de symfonievorm nog uit door het zelfstandig maken van het derde thema en het vervangen van het thema door themagroepen. Mahler liet de omvang van het orkest toenemen.

Traditionele componisten hielden zich tot ver in de 20e eeuw vast aan het vierdelige schema, maar onder invloed van de Romantiek en de Laatromantiek kregen de symfonieën soms hele andere vormen: eendelig (bijvoorbeeld Sibelius' zevende), tweedelig (de Dante symfonie van Liszt en de achtste van Mahler, de ‘Sinfonie der Tausend’) of juist meer dan vier delen (Mahler twee, drie, vijf). Anton Bruckner hield zich aan de traditionele vorm van vier delen, maar introduceerde in zijn doorwrochte contrapuntische meesterwerken vanaf de tweede symfonie (1872) het derde thema. Daarmee bracht hij de symfonie op een nog hoger plan. De doorvoering van drie geëxposeerde thema's werden ware compositorische kunststukken. De lengte van de symfonie werd door Bruckner tot anderhalf uur uitgesponnen (vijfde en achtste), bij Mahler soms tot 100 minuten (derde).

De grote Romantici produceerden doorgaans minder symfonieën dan hun voorgangers: Beethoven negen, Franz Schubert tien (twee niet voltooid), Robert Schumann vier, Johannes Brahms vier, Anton Bruckner elf (inclusief de studiesymfonie uit 1863 en de nulde uit 1869), Gustav Mahler tien (de laatste onvoltooid), Pjotr Iljitsj Tsjaikovski zeven (inclusief de Manfredsymfonie), Jean Sibelius zeven (een achtste vermoedelijk in de open haard gegooid), Dmitri Sjostakovitsj vijftien.

De orkestbezetting nam toe. Was in de klassieke tijd het orkest dat de koning of het hof kon betalen bepalend voor de omvang, later werden orkesten verbonden aan een conservatorium, operahuis, gemeente en zelfs beroepsgroep (het Gewandhausorchester in Leipzig) of, in de 20e eeuw, verbonden aan een nationale radio-omroep. De 20e eeuw was het hoogtepunt van deze omvangtoename. Sommige symfonieën benodigden 150 musici en nog koren en zangsolisten. Onder invloed van de Romantiek kregen de werken soms uitgebreide (literaire) programma's mee. Het baanbrekende werk in dit opzicht was de Symphonie fantastique van Hector Berlioz, die ook in andere opzichten vernieuwend was. Zo was de instrumentatie van de Symphonie fantastique revolutionair. Franz Liszt introduceerde het (eendelige) symfonisch gedicht dat een programma (een duidelijk literair thema) verklankt. Richard Strauss en vele anderen traden in zijn voetsporen. In de 19e eeuw beleefde de symfonie als genre zijn grootste bloei en ontwikkeling.

20ste eeuw
Het begin van de 20ste eeuw produceert vele symfonieën maar in vooruitstrevende muzikale kringen wordt de symfonie in de ban gedaan. Zeer invloedrijke componisten zoals Schoenberg en Berg componeerden er geen in de bekende zin en na de Tweede Wereldoorlog lijkt het genre taboe. Vooral in Duitse kring is het ‘niet modern meer’ en de avant-gardistische bewegingen starten een hetze tegen alles wat naar symfonie riekt. Dit moet worden genuanceerd, omdat in de 20e eeuw waarschijnlijk nog meer symfonieën zijn gecomponeerd dan in de 19de eeuw, maar het minder aanwezig zijn van echte erkende meesterwerken doet vermoeden dat de symfonie als kunstvorm niet meer voldeed. De huidige concertpraktijk is daar mede schuldig aan door haar concentratie op het uitvoeren van muziekwerken tot ongeveer 1910.

Concertante symfonie
Een concertante symfonie is een symfonie waarbij één of enkele solisten een prominente solistische rol in de compositie spelen en dus als het ware concerteren. Het Concert voor orkest is ook een veelgebruikte vorm (Bartók, Tippett). Brahms’ eerste pianoconcert (opus 15) wordt ook aangeduid als ‘symfonie voor piano en orkest’ vanwege de sterk symfonische vorm van de orkestpartijen. Benjamin Brittens compositie voor cello en orkest heet ‘Cello Symphony’ (opus 68). Neoklassieke componisten gebruikten deze term zoals Mozart ze in zijn Sinfonia Concertante had bedoeld. Een voorbeeld is Bohuslav Martinù’s ‘Sinfonia Concertante’ (H322, 1949) voor hobo, fagot, viool, cello en kamerorkest.

Kamersymfonie
Een kamersymfonie is een symfonie voor kamerorkest. De strijkersbezetting is gereduceerd en de andere instrumenten zijn beperkt tot één of twee óf ontbreken geheel. Vele symfonieën uit de klassieke tijd zouden dan ook kamersymfonieën kunnen worden genoemd maar dat wordt met dit genre niet bedoeld. De kamersymfonie is een 20e-eeuws verschijnsel waarbij uitgebreide virtuositeit in een zeer vrije interpretatie van het symfonische kader voorop staat. Voorbeelden zijn Schoenbergs beide ‘Kammersinfonien’ (opus 9 - die in 1922 voor groot orkest werd bewerkt - en opus 38) en Franz Schrekers ‘Kammersinfonie’ voor 23 instrumenten uit 1916. Enkele bewerkingen van strijkkwartetten van Dmitri Sjostakovitsj (door bijvoorbeeld de Russische dirigent Rudolf Barshai) worden kamersymfonie genoemd: de ‘Kamersymfonie voor strijkers en blazers’ opus 73a (oorspronkelijk het derde strijkkwartet), de 'Kamersymfonieën’ opus 83a (vierde strijkkwartet), opus 110a (achtste strijkkwartet) en opus 118a (tiende strijkkwartet).

Symfonie voor strijkers
Vooral in het Angelsaksische taalgebied is de symfonie voor strijkers populair en kent een uitgebreide traditie. Het woord symfonie wordt hier gebruikt vanuit de betekenis ‘samenklinkend’. Een voorbeeld is Britten’s ‘Simple Symphony’, opus 4. Ook Amerikaanse componisten (William Schuman met zijn vijfde symfonie) componeerden ze.

Sinfonietta
De sinfonietta is bedoeld als verkleinvorm van de symfonie. Het begrip wordt vanaf het einde van de 19de eeuw als titel voor composities gebruikt waarbij afgeweken wordt van de vierdelige vorm of de orkestgrootte. Soms wil de term aangeven dat het werk gemakkelijker te spelen zou zijn dan een symfonie.

De eerste composities die opduiken met deze benaming zijn Joachim Raffs ‘Sinfonietta opus 188 für zehn Blasinstrumente’ (1873), Louis Th. Gouvy’s ‘Sinfonietta D-Dur opus 80’ (1886) en Nikolaj Rimski-Korsakovs ‘Sinfonietta über russische Themen a-moll opus 31’ (1880). Een groot deel van de sinfonietta's stamt uit het begin van de 20e eeuw waarbij die van Leoš Janáèek uit 1926 als de bekendste geldt. Een uitzondering op de definitie is de ‘Sinfonietta opus 5’ (1912) van Erich Korngold, die veertig minuten duurt, een symfonie is in alles behalve in naam en getoonzet is voor een zeer groot orkestapparaat. Andere voorbeelden zijn Otakar Ostrèil’s ‘Sinfonietta op.20’ die zwaarder georkestreerd is dan zijn symfonie (op.7) en Max Reger’s ‘Sinfonietta A-Dur opus 90’ (1905) wiens blijmoedige karakter en stilistische overeenkomst met de orkestserenade opvalt. Ze duurt bijna vijftig minuten. In het Angelsaksiche gebied is de sinfonietta (eventueel alleen voor strijkers) zeer populair. William Alwyn, Malcolm Arnold (drie stuks), Lennox Berkeley, Benjamin Britten en Ernst John Moeran componeerden ze. Een korte symfonie is niet automatisch een sinfonietta, zoals bijvoorbeel blijkt uit Hanns Eisler’s ‘Kleine Sinfonie’ (1932) of Aaron Copland’s ‘Short Symphony’ (Nummer twee, 1933).

Symfonische metal
In de latere jaren van de 20ste eeuw, met name vanaf de jaren '90, begonnen metalbands met het componeren van muziek die steeds meer en meer klassieke symfonische elementen bevatte. Ook de lengte van individuele nummers namen snel toe, waartoe veel nummers uit de symfonische metal meer dan een kwartier, of zelfs half uur, lang zijn. Dit is voor de moderne muziek erg lang; 'normale' pop-nummers zitten meestal zo rond de 3 minuten in lengte. De opkomst van de progressieve metal medio jaren '80 heeft ook een grote rol gespeeld in het ontstaan van symfonische metal. Hiertoe moet men wel weten dat er niet gesproken kan worden van "symfonische metal" als duidelijk genre; symfonische elementen zijn in vrijwel elk metalgenre te vinden, op wellicht Thrash metal en Death metal na. Genres waar symfonische elementen het meest in gebruikt worden zijn Progressieve metal, Gothic metal (dat verwant is aan progressieve metal), en Black metal. Hiertoe moet wel gerekend worden dat meer symfonische elementen lang niet altijd betekent dat de metal daartoe ook "softer" wordt. Daarentegen zelfs. Zo is Black metal een extreem metalgenre, en toch worden daar doorgaans veel symfonische elementen in gebruikt. De sfeer van veel metalbands wordt bepaald door het gebruik van symfonische elementen.

Symfonische elementen zijn de metal echter nooit vreemd geweest. Zo is de hele 'metalwereld' gebaseerd op klassieke componisten, en dan met name Richard Wagner en Wolfgang Amadeus Mozart.

Voorbeelden van symfonische metal zijn onder andere de Nederlandse band Epica (alle albums), de Zweedse band Therion (alle albums vanaf Theli), de Noorse Black metalband Emperor (alle albums) en de Japanse band X Japan (alle albums vanaf Jealousy, maar met name het 29 minuten durende Art of Live).




privacybeleid