kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Suite

(muziek) Suite, een opeenvolging van meerdere in zich gesloten dansdelen. Onder een suite verstaat men een opeenvolging van meerdere, in zich gesloten delen voor één of meerdere instrumenten. Uitgangspunt voor de vanaf het begin van de 16e eeuw wijd verspreide suite was de paarvorming van tegengestelde dansen; op een langzame statige dans in een even maat volgde een snelle sprongendans, in een oneven maat. Vaak werden de in eerste instantie voor luit en blaas- of strijkensemble gecomponeerde aparte delen van de suite door dezelfde toonaard of thematische verwantschap met elkaar verbonden. De oorspronkelijke vorm van de suite vindt men in Duitse en Franse tabulaturboeken uit de 16e eeuw; deze omvatten de opeenvolging van dansen: passamezzo, saltarello, pavane, en gagliarde of pavane, gagliarde, allemande en courante. In de 17e eeuw was het eerst gebruikelijk, zelfstandige reeksen uit dansen van dezelfde soort te vormen; zo volgden bijvoorbeeld op meerdere pavanes meerdere gagliardes etc. In Frankrijk nam de suite met een bezetting voor kamermuziek in de 17e eeuw een centrale positie in. J.C. de Chambonnières en F. Couperin ontwikkelden de pianosuite tot een reeks karakterstukken. Reeds in het midden van deze eeuw had zich de volgorde allemande, courante, sarabande en gigue doorgezet; deze opeenvolging van delen werd al snel door componisten als J. Pachelbel, F. Kuhnau en J.P. Krieger uitgebreid. Hierbij werden tussen sarabande en gigue intermezzo's als menuet, gavotte, bourrée en dergelijke ingevoegd; nieuw was ook het inleiden van de suite door middel van een preludium. De suite voor orkest kwam eveneens in de 17e eeuw in de opera en in het ballet tot volle ontplooiing. Als belangrijke componisten, die zich met het muzikale genre suite bezig hielden, dient men in Italië L. Allegri te noemen, in Frankrijk vooral Jean Baptiste Lully en Jean Philippe Rameau, in Duitsland onder andere Hans Leo Haßler, Michael Praetorius en Samuel Scheidt. Omstreeks het midden van de 17e eeuw werd de suite voor orkest door een inleidend stuk in de vorm van een meerdelige Italiaanse operasymfonie voorafgegaan; vooral A. Hammerschmidt en J. Rosenmüller golden als ijverige voorstanders van deze vorm van de suite. Johann Sebastian Bach bracht het genre suite niet alleen door zijn beroemde suites voor orkest (BWV 1066-1069), maar ook door zijn "Französische" en "Englische Suiten" uit de jaren 1722 en 1731, alsmede door zijn zes cellosuites tot de uiterste volmaaktheid. Naast het Concerto grosso was de suite voor orkest lange tijd de dominerende vorm voor de orkestmuziek in Duitsland. Deze werd pas eind 18e eeuw door de symfonie verdrongen, terwijl de pianosuite plaats moest maken voor de klassieke sonate. Als cyclische vormen losten het divertimento en de serenade langzaamerhand de suite af. Pas in de late 19e eeuw en in het begin van de 20e eeuw beleefde de suite een renaissance. Deze werd soms in barokke stijl nagebootst (b.v. Max Reger, "Suite im alten Stil"), soms bij programmatisch gemotiveerde cycli toegepast (Modest Moessorgski, "Schilderijententoonstelling"), of bleek de geschikte vorm voor de samenstelling van de muziek binnen een drama (Georges Bizet, Arlésienne-suites en Edvard Grieg, Peer Gynt-suites) of tot een ballet (Peter Tsjaikowski, Notenkraker-suite).

Een meerdelige compositie, meestal dansen. Bekende types suite zijn: 1. De barok suite. Bestond vast uit een allemande, courante, sarabande en gigue. Tussen de sarabande en de gigue waren de dansen "vrij". 2. De romantische suite 3. Suite samengesteld uit film-, toneel- of balletmuziek.

compositie bestaande uit al dan niet thematisch of tonaal samenhangende onderdelen; aanvankelijk bestonden deze onderdelen uit gestileerde dansen; het modernere gebruik verenigt zeer vaak enkele verschillende stemmingsbeelden, welke met dansvormen niets gemeen behoeven te hebben tot een suite.

in de zeventiende en achttiende eeuw: instrumentale compositie bestaande uit voornamelijk dansen die in dezelfde toonsoort staan. De suite ontstond rond 1600 door samenvoeging van twee danskoppels: eerst pavane - gaillarde - allemande - courante, later allemande - courante - sarabande - gigue, vaak ingeleid door een preludium of ouverture en met ingelaste andere dansen. Na 1750 raakte deze suite-vorm op de achtergrond. In de negentiende en twintigste eeuw wordt de naam opnieuw gebruikt voor een verzameling van vier karakterstukken, van verscheidene aard, maar door de componist onder één noemer gebracht.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 293.