kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Stephen Heller

Stephen Heller geboren Pest, Hongarije 15-5-1813, gestorven Parijs 14-1-1888
Hongaars- Frans componist en pianist

Stephen Heller toonde zijn muzikale talent al op zijn vijfde jaar en kreeg lessen op de pianoforte van Ferenc Brauer en lessen in harmonie van de plaatselijke organist Cibulka. Op zijn negende jaar voerde hij, samen met zijn leraar F. Brauer, Dussek's Concerto voor twee piano's uit in het theater van Boedapest. In datzelfde jaar stuurde zijn vader hem naar Wenen om te gaan studeren bij Carl Czerny. Aangezien deze pedagoog te duur was voor Heller ging hij bij Anton Halm studeren, die hem kon introduceren bij Schubert en Beethoven. Op zijn twaalfde jaar begon hij een concertreis door Wenen, Duitsland, Polen en Hongarije.

Na de winter van 1830 die hij in Hamburg doorbracht, keerde hij terug naar Boedapest via Cassel, Frankfurt, Nuremberg en Augsburg. In Augsburg werd hij ziek en maakte tijdens zijn herstel kennis met Frau Caroline Hoeslin von Eichthal, een lid van de aristocratie van Augsburg, die hem in dienst nam als muziekleraar voor haar kinderen.

Heller was in staat aan een serieuze compositie-studie te beginnen en zijn eerste leraar was Hippolyte Chelard, de concertmeester in Augsburg.

Hoewel alleen Hellers pianowerken bewaard zijn gebleven wordt gezegd dat hij enkele liederen gecomponeerd heeft evenals enkele stukken voor een concert.

In 1836 leerde Heller via correspondentie Robert Schumann kennen, die hem aanmoedigde en hielp een uitgever te verkrijgen. Ook gaf Schumann Heller het pseudoniem "Jeanquirit", dat hij gebruikte voor zijn kritieken in het Nieuwe Tijdschrift voor Muziek (Neue Zeitschrift für Musik).

Twee jaar later in 1838, ging Heller naar Parijs met de bedoeling daar zijn studies voort te zetten, waar hij nauwe betrekkingen onderhield met Hector Berlioz, Frédéric Chopin, Franz Liszt en andere bekende componisten uit die tijd.

Erkend voor zijn vermogen als componist en arrangeur was hij in staat een bescheiden inkomen te verdienen met het schrijven van piano fantasieën op de populaire muziek van de dag, het maken van piano arangementen van andere werken en het schrijven van muziek kritieken. Hij voltooide een boek L'art de phraser, over schrijven voor piano en het succes hiervan gaf hem een mate van financiële zekerheid. Hij onderscheidde zich uiteindelijk ook als concert uitvoerder en als pedagoog. In 1849 trad Heller op in Engeland.

Heller bleef etudes en andere korte pianowerken produceren, maar trad nog maar weinig op in het openbaar en liet de uitvoering van zijn stukken meestal over aan anderen.
Er wordt gezegd dat hij andere pianisten beschreef als bestaande uit drie soorten: een kleine groep pianisten, waaronder zijn goede vriend Charles Hallé, die zijn muziek goed uit konden voeren; een grotere groep die zijn muziek slecht uitvoerden; en de grootste groep die bestond uit pianisten die zijn werk nooit uitvoerden.

In 1862 besloot Heller weer eens als uitvoerder op te treden en trad op in Engeland in een serie concerten waarin hij en Hallé werken voor twee piano's speelden, waaronder Mozart's E-mol concerto voor twee piano's in het Crystal Palace.

Hij keerde terug naar Parijs en werkte door totdat zijn ogen hem in de steek begonnen te laten in 1883. Hallé, Robert Browning en Lord Leighton haalden samen de Engelsen over in te tekenen voor genoeg kapitaal om Heller voor de rest van zijn leven een jaargeld te verschaffen. Stephen Heller stierf in 1888.

Heller was een vruchtbaar componist voor de pianoforte en hoewel zijn werken geen verrassende originaliteit tentoonspreiden, zijn ze beroemd om hun gratie en elegantie. Wat betreft een specifieke kennis van het instrument werd Heller zelfs superieur aan Mendelssohn geacht. Zijn poëzie van het gevoel, pure en rijke melodie, vruchtbaarheid van ritmische uitvinding, plaatsen hem tussen de allerbeste componisten van zijn genre.
Heller schreef in totaal zo'n 150 opus nummers.

Werk: oa Traumbilder, op. 79; Promenades d'un Solitaire, op. 78, 80, 89; Nuits Blanches (of Blumen-, Frucht-, und Dornenstücke), op. 82; Dans les Bois, op. 13, 36, 86, 128; Eglogues, op. 92; 3 Bergeries, op. 106; Voyage Autour de Ma Chambre, op. 140; Tablettes d'un Solitaire, op. 153; Herbstblätter, op. 109; Balletstücke, op. 111; 3 Ballades, op. 115; 3 Préludes, op. 117;
Tarantelles, op. 53, 61, 85, 137, etc.; Etudes, op. 16, 45, 46, 47, 90, 125; verder schreef hij sonatas, enkele sonatines, mazurkas, scherzi, caprices, nocturnes, liederen zonder tekst, variaties en karakterstukken: Aufzeichnungen eines Einsamen op. 153.
Zijn studies zijn nog altijd populair bij muziekpedagogen en studenten.

Bron: www.answers.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 112.