kunstbus
Test je algemene kennis op YaGooBle.
Dit artikel is 12 07 2017 10:37 voor het laatst bewerkt.

sparks

Sparks is de popgroep van de broers Ron en Russell Mael, opgericht in 1968 in Los Angeles. Beiden waren afgestudeerd aan de UCLA; Ron als Grafisch Ontwerper en Russell Cinema en Theater, hetgeen hun visuele act en pakkende popsongs verklaart. Ron Mael, is keyboardspeler van de groep; hij valt op door zijn op Adolf Hitler en Charlie Chaplin gelijkend snorretje. Russell is de zanger; beiden zijn tekstschrijver en componist.

De gebroeders Ron en Russell Mael hadden halverwege de jaren '70 grote hits met nummers als "This Town Ain't Big Enough For Both Of Us" en "Amateur Hour".

Van ongekend tot Europees succes
In eerste instantie heet de band "Halfnelson". Na de eerste lp veranderde de groepsnaam in Sparks. Tot 1973 was de sound sixtiesachtig, hetgeen hen nauwelijks succes bracht. In dat jaar verhuizen de broers daarom - na een concerttour en een optreden in het BBC-televisieprogramma The Old Grey Whistle Test naar het Verenigd Koninkrijk dat ontvankelijker is voor avantgarde muziek en extravagante shows. De broers ontdekken een manier om hun muzikale en acteergaven in te passen in de glamrock en scoren in 1974 flinke hits en twee goed verkochte albums: "Kimono my house" en "Propaganda".

Verandering van smaak
In 1975 volgde het jazzy album "Indiscreet", net als voorgaande tweetal geproduceerd door Muff Winwood voor het Island label, dat minder enthousiast ontvangen werd. De broers verhuizen terug en maken met Rupert Holmes als producer 2 jaar westcoast muziek (albums: "Big beat" en "Introducing Sparks"). Terzijde zorgen ze voor de soundtrack van de film Rollercoaster, waarvoor eerst de Bay City Rollers getekend hadden. Omdat KISS verstek laat gaan voor een gastrol in de film, doen de broers dat er ook bij. De westcoastmuziek laat te weinig expressie toe en de broers besluiten tot een verandering van genre.

Opnieuw naar de voorgrond
Symfonische rock en hardrock voldeden in die jaren niet meer en velen keren zich tot rhythm and blues, terwijl de opkomende generatie de punk en new wave omarmen. Sparks ziet meer in de Duitse avantgardistische elektronische muziek van Tangerine Dream, Klaus Schulze, Can en Kraftwerk. Wanneer een vriend van hen aan Giorgio Moroder vertelt dat ze zijn werk zoals "I feel love" van Donna Summer bewonderen is de samenwerking een feit. De lp 'No. 1 in heaven' met de Britse hits "No. 1 song in heaven", "Beat the clock" en "Tryout for the human race" blijken voorlopers van de synthipoprage van begin jaren 80. Het volgende album "Terminal jive" leverde met "When I'm with you" een Franse Nummer-Eén-hit op; waarop de broers door Frankrijk toeren om de plaat te promoten. Jaren later noemen 'les Rita Mitsouko' de lp hun grote inspiratiebron.

Amerikaans succes
In de Verenigde Staten teruggekomen keren ze terug tot de nerveuze rock van "Kimono my house" en "Propaganda" en tekstueel blijven ze dichter bij zichzelf dan op 'Terminal Jive'. De albums "Whomp that sucker" en "Angst in my pants" leverden voor het eerst een vaste schare Amerikaanse fans op. Het grote succes in de VS kwam in 1983, toen Go-Go Jane Wiedlin, plaatsgenote uit Los Angeles en voorzitster van hun fanclub, hen ging promoten. "Cool places" (een duet met Wiedlin) van het album "Outer space" werd een Top Twintig-hit. Het album "Pulling rabbits out of my hat" uit 1984 probeert dit succes te continueren, wat niet lukt. Vanaf 1986 proberen de gebroeders opnieuw aansluiting te vinden bij de dansmuziek. De albums "Music that you can dance to" uit 1986 en het bijna demo achtige "Interior design" (1988) kennen wel een aantal aardige songs, maar zijn verder weinig opzienbarend; want... te gewoon.

In de jaren negentig steken de gebroeders veel tijd en energie in een musicalfilm gebaseerd op een Japans stripfiguur "Mai, the psychic girl" die er echter nooit zal komen.

Terugkeer
Met het album "Gratuitous sax and senseless violins" uit 1994 keren ze terug naar de popmuziek, deze keer met euro elektro pop, en scoren ze in Duitsland een grote hit met 'When do i get to sing my way'. Ook in Engeland en Nederland zijn de Sparks weer even aanwezig in de staart van de hitlijsten. Het album "Plagiarism" uit 1997, bevat covers van eigen hits waaraan Faith No More, Erasure en Jimmy Sommerville medewerking verlenen. In 1998 namen de broers een soundtrack op voor de film "Knock off" (met Jean Claude Van Damme). In 2000 proberen ze het nog eens met het op het het succesvolle "Gratuitous sax and senseless violins" gelijkende album "Balls". Echter zonder herhaling van het succes.

Radicaal anders
Met het album "Lil' Beethoven" uit 2003 gooien ze het over een geheel andere boeg met quasi-klassiek gearrangeerde nummers en teksten die zich kenmerken door eenvoud en herhaling. Het album wordt in de pers zeer goed ontvangen, zoals ook het opvolgende (20e!) album "Hello young lovers" (2006) dat dit concept verder uit bouwt; commercieel succes brengt het echter niet.  .



Test je algemene kennis op YaGooBle.

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie

Test je algemene kennis op YaGooBle.

Pageviews vandaag: 18.