kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Societe-nationale-de-musique-francaise

Société nationale de musique française

De Franse muzikale renaissance wordt over het algemeen geacht te zijn begonnen in 1871, bij de oprichting van de Société nationale de musique française aan het eind van de Frans-Duitse oorlog. Doel van het genootschap was het aanmoedigen van Franse componisten, met name door het organiseren van uitvoeringen van hun werk. Een van de gevolgen was een opvallende kwantitatieve en kwalitatieve toename van symfonische muziek en kamermuziek.
De hele, door dit genootschap gesymboliseerde beweging was van meet af aan nationalistisch: enerzijds in haar patriottische motivatie, anderzijds in haar streven om de karakteristieke kwaliteiten van de nationale muziek te herontdekken. Zij zocht haar inspiratie niet alleen in de volksmuziek, maar ook in een hernieuwde belangstelling voor de grote werken uit het verleden. Het oeuvre van Rameau, Gluck en de zestiende-eeuwse componisten werd opnieuw uitgegeven en ten gehore gebracht.

Met de oprichting van de Société Nationale de Musique in 1871 door Camille Saint-Saëns werd in brede kring in Frankrijk voor het eerst weer de aandacht gericht op andere muzikale uitingsvormen dan de opéra en de opéra-comique. Van de Société Nationale maakten o.a. deel uit César Franck, Édouard Lalo, Massenet, Bizet, Henri Duparc, Gabriel Fauré, Gabriel Pierné, Claude Debussy, Albéric Magnard, Guy Ropartz, componisten van even verschillende ambities als talenten, die elkander niettemin ontmoetten in het streven om de Franse muziek, onder het devies 'Ars Gallica', van vreemde en speciaal Wagneriaanse - smetten te zuiveren, ten einde aldus een zekere nationale traditie te herstellen.
Onder de promotors van deze muzikale 'renouveau' vielen al spoedig twee richtingen te onderscheiden:
zij die, gelijk Saint-Saëns, d'Indy en Franck, aan de klassieke vorm schema's wilden blijven vasthouden en, anderzijds, de stroming die, naar het voorbeeld van Debussy, zich weliswaar beriep op de Franse traditie van 'clarté' en 'équilibre' uit de glorietijd van Rameau en Couperin, doch die deze waarden op geheel nieuwe wijze beleefde en verwerkte, om zo geheel onbekende perspectieven voor de muziek, ook buiten Frankrijk, te kunnen openen.

De richting van het 'behoud' zou weldra haar voornaamste bolwerk vinden in de Schola Cantorum, een instituut dat door Charles Bordes en Vincent d'Indy was opgericht met de aanvankelijke bedoeling aankomende kerkmusici volgens de gezuiverde gregoriaanse beginselen op hun toekomstige taken voor te bereiden. Doch dit programma van actie
breidde zich allengs uit nadat César Franck de dominerende figuur geworden was, en van datzelfde moment af ontwikkelde zich de Schola Cantorum tot een centrum, waar het vak van componeren volgens de beproefde methoden en op de basis van het contrapunt onderwezen werd, om zo de verworvenheden der traditie te beveiligen tegen de revolutionaire krachten die naar vernieuwing streefden. Tot deze kring kunnen O.m. gerekend worden Ernest Chausson, Paul Dukas, ofschoon hij in strikte zin nooit tot de leerlingen van de Schola Cantorum heeft behoord, en, met enig voorbehoud, Henri Duparc, die werd opgeleid door Franck, doch zich als liederen componist de wegbereider van Fauré, Debussy en Ravel zou tonen, benevens Albert Roussel, een discipel van d'Indy. die zich in latere jaren echter steeds verder van zijn leermeester zou verwijderen.

Door deze en dergelijke activiteiten heroverde Frankrijk in de eerste helft van de twintigste eeuw haar leidinggevende positie in de wereld van de muziek. Zo leverde de Franse wederopbloei, begonnen met dezelfde idealen als de nationalistische bewegingen in andere landen, uiteindelijk een doorslaggevende bijdrage aan de ontwikkeling van de muziek op internationaal niveau.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 75.