kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Simeon ten Holt

Simeon ten Holt februari 2006

Nederlands componist en pianist, (Bergen (Noord-Holland), 24 januari 1923),

Simeon ten Holt is vooral bekend geworden door een aantal grote werken voor vier vleugels, geschreven in diatonisch systeem, met een repetitief karakter, waaronder Canto ostinato (1977/1979), Lemniscaat (1983), Horizon (1985) en Incantatie IV (1990).

(Een diatonische toonladder is een toonladder met hele en halve toonsafstanden. Denk aan een piano met alleen witte toetsen)

Ten Holt schrijft zijn muziek voornamelijk voor één of meerdere piano's; "Mijn pianowerken, met name die voor vier vleugels, zijn enorm orkestraal. De piano's vormen een orkest, zoals dat verder niet bestaat. Daardoor heb ik geen echt orkest meer nodig".

De interpretatie van de uitvoerenden bepaalt mede de opbouw en de lengte van de uitvoering. De term ad libitum wordt veel gebruikt in muziekpartituren van Simeon ten Holt. Zijn composities houden het midden tussen genoteerde en geïmproviseerde muziek. Hij schrijft zijn (latere) muziek als een 'open scenario'. Maten of groepen van maten krijgen een herhalingsteken; hoe vaak ze herhaald worden, wordt aan de uitvoerenden overgelaten. Als gevolg hiervan verdwijnen begin en eind als vormgrens. De lengte van het stuk is onvoorspelbaar wat de grote rol benadrukt die het tijdsaspekt speelt in de muziek van Ten Holt. Ook de dynamiek en de wijze van spelen zijn onbepaald. Niet alleen kunnen stukken door verschillende soorten instrumenten worden uitgevoerd, ook het aantal spelers varieert. In de partituur staat naast de basispartij een aantal varianten genoteerd. De uitvoerders stellen hieruit, binnen bepaalde marges, hun eigen stuk samen. Zij bepalen het aantal herhalingen van een sectie, maar ook de dynamiek en de articulatie. Zo is een uitvoering altijd anders en kan de tijdsduur nogal variëren.

De pianisten moeten goed op elkaar letten, elkaar signalen geven, beurtelings de leidende partij op zich nemen, op elkaar reageren. Ten Holt noemt dat 'de rotondementaliteit', 'Het is een sociaal proces, een werk in uitvoering. Als je niet meebeweegt met je omgeving gaat het fout. Echte solisten spelen mijn stukken daarom niet graag, die willen hun eigen weg gaan.'. 'Het middendeel van Canto Ostinato, bijvoorbeeld, kun je gebonden spelen, maar ook plotseling staccato en dan geeft dat een sterk klankkleur verschil. Het gaat in mijn stukken om een sociaal proces waarin de spelers elkaar moeten vinden. Ik heb dan ook wel goede pianisten nodig maar geen sterren, want sterpianisten zijn te individualistisch en te zeer solisten. Bij mij moeten ze een interactie met elkaar aangaan. Dat is het geheim.'

Uitvoeringen van het werk van Simeon ten Holt hebben plaats gevonden op ongebruikelijke plaatsen (bijv. Centraal Station Rotterdam) en met ongebruikelijke lengte, van vele uren. De premiere van Lemniscaat nam bijv. 30 uur in beslag.

levensloop
De componist Simeon ten Holt werd op 24 januari in 1923 geboren in het Noordhollandse Bergen. Hij is een zoon van de schilder Henri F. ten Holt.

1935 Ten Holt studeerde samen met o.a. Nico Schuyt (1922-1992) piano en muziektheorie bij de Bergense componist Jacob van Domselaer), de muzikale vertegenwoordiger van De Stijl. De invloed van Jakob van Domselaer is groot, zoals blijkt uit zijn eerste pianocomposities. Diens streng tonale invloed is evident in de vroege pianocomposities Kompositie I t/m IV (1942-46), en Sonate (1953) en in Suite voor strijkkwartet (1954-55).

In een interview met Thea Derks zegt Ten Holt: ‘Van Domselaer was niet alleen mijn leermeester, hij was een noodlot. Hij volgde in zijn lessen de traditionele theorie en tegelijkertijd filosofeerde hij over Schönberg. Maar Van Domselaer was een nogal uitgesproken persoonlijkheid: hij verklaarde alles tot nul en beschouwde zichzelf als de componist die op de Olympus woonde. Zo ging ik ook niet naar het conservatorium, omdat hij al dat blokken en examens doen maar niks vond. Met het gevolg dat ik totaal niet toegerust was toen ik de wereld inging. Ik heb me van hem los moeten maken om mijn eigen vleugels uit te kunnen slaan. Toch heb ik altijd een sterke band met hem gehouden.’

Simeon Ten Holt maakte in deze tijd ook deel uit van een groep kunstenaars onder wie Friso ten Holt, Gerrit Kouwenaar, Roland Holst, Constant Nieuwenhuis en de jonge dichter Jaap van Domselaer. Zij discussieerden over kunst en filosofie.

In 1943 vertrok Ten Holt naar Amsterdam.

In 1949 vertrok hij samen met zijn zus Sientje naar Parijs waar hij verder studeerde aan de École Normale te Parijs (Arthur Honegger en Darius Milhaud), maar ging als componist geheel zijn eigen weg.

In 1952 keerde hij weer terug naar Amsterdam om tenslotte in 1954 weer te verhuizen naar Bergen, ditmaal in een verbouwde bunker, aan de Groeneweg, uit de Tweede Wereldoorlog.

In de loop van de jaren vijftig componeerde hij o.a. de belangrijke pianocompositie Bagatellen (1954), die hij zelf in 1956 in het Bergense café-restaurant annex kunstenaarscentrum ‘De Rustende Jager’ ten doop houdt, en een aantal stukken volgens de door hemzelf ontwikkelde diagonaalgedachte: de Diagonaalsuites.

''eerste periode''
Aanvankelijk schreef Simeon ten Holt atonale en seriële muziek. Zijn belangrijkste werken uit deze periode zijn Trypticon voor zes slagwerkers (1956), Diagonaalmuziek voor strijkers (1958), Cyclus aan de Waanzin (1961/62), A/.talon voor mezzo-sopraan en 36 spelende en sprekende instrumentalisten op eigen geprogrammeerde teksten (1966-68, Interpolations voor piano (1969). Later zou Simeon ten Holt meer geïnteresseerd raken in een stijl van componeren waarin traditie en experiment van gelijk belang zijn.

''Suite'' (1954-55) voor strijkkwartet
''Suite'' (1954) illustreert Ten Holt's eerste periode. In deze ''Suite'' mengt Ten Holt invloeden uit verschillende muzikale hoeken tot een energiek geheel en geeft in zeven korte delen zijn visitekaartje af: aanstekelijke speelmuziek, wilde dansritmes en milde lyriek in vijf relatief snelle en twee langzamere delen.

Diagonaalsuite
Als reactie op de strenge tonale invloedsfeer van zijn leermeester Van Domselaer ontwikkelt Ten Holt een eigen methode om greep te krijgen op de begrippen tonaal/atonaal. Hij noemt het de diagonaalgedachte, het gelijktijdig gebruiken van complementaire toonsoorten in tritonusverhouding. (De tritonus, de afstand tussen c en fis/ges, deelt het octaaf exact in tweeën en werd hét interval van de naoorlogse avant-garde, die immers alle verwijzingen naar tonale spanningsverhoudingen wilde vermijden.) Dit resulteert in o.a. de composities Diagonaal-suite voor piano (1957), Diagonaalsonate voor piano (1959) en Diagonaalmuziek voor strijkorkest (1956-1958).

tweede periode
Ten Holt heeft een omvangrijk oeuvre dat in perioden is te verdelen. In de eerste periode vormt hij zijn muzikale identiteit vanuit een ontworsteling aan de invloedssfeer van zijn leermeester Van Domselaer. De tweede periode omvat muziek die vanuit diverse theoretische principes geconstrueerd is, waarbij het toonmateriaal serieel bepaald is. De twee pianowerken Bagatellen en Cyclus aan de waanzin (1961-1962) zijn typerend voor dit proces.

serialisme
Vanaf 1961 verlaat hij via het eigen componeersysteem van de diagonaal-methode verlaat Ten Holt de tonaliteit en raakt hij onder de invloed van het serialisme. Cyclus aan de waanzin (1961/62) was daarvan de eerste uiting.

Serialisme: Strenge, op wiskundige principes gebaseerde manier van muziek schrijven.
Voortbouwend op de dodecafonie van met name Anton Webern, ontstond de seriële techniek, die een gecodeerde rij (serie) van waarden voor alle muzikale parameters (niet alleen voor de toonhoogtes, maar ook voor de dynamiek, de toonduur en de toonkleur) als constructieprincipe aan een werk ten grondslag legde. De uitgangspunten van het serialisme zijn: 1. niet alleen toonhoogten, maar alle geluidsparameters worden in het systeem betrokken (dus ook toonduur, toonsterkte, toonkleur en toonplaats); 2. alle parameters zijn even belangrijk. De methode van componeren blijft dan ongeveer hetzelfde als die van de dodecafonie (Twaalftoonsmuziek).

..A/.TA-LON voor mezzosopraan en 36 spelende en pratende instrumentalisten (1967-68) (serieel).
‘Ik ging muziek benaderen als een taal, want ik realiseerde me dat muziek niet alleen uit een mooie melodie bestaat, maar vier dimensies heeft, die je op elkaar kunt betrekken. In de klassieke muziek waren toonhoogte en tijdsduur bepalend - klankkleur of intensiteit speelden hoegenaamd geen rol. Met het serialisme kregen we de klankkleurkunst, het ruiselement werd ontdekt. Als je consequent doordenkt, leidt dat tot een verdieping van wat een toon uiteindelijk is. In ..A/.TA-LON, voor mezzosopraan en 36 spelende en pratende instrumentalisten, zijn alle muzikale parameters, zoals duur, intensiteit, hoogte, maar ook klankkleur, herleidbaar tot een en dezelfde reeks, met al haar transposities en permutaties. Zelfs de tekst heb ik volgens dezelfde structuur gemaakt, puur op taalklank.’

Raster
De maatschappelijke betrokkenheid, de filosofische instelling en de literaire kwaliteiten van Ten Holt kwamen tot uiting in een aantal artikelen over muziek die werden gepubliceerd in het literaire tijdschrift Raster tussen 1968 en 1973.

Werkgroep Bergen Hedendaagse Muziek
In 1968 richt Ten Holt de nog steeds bestaande Werkgroep Bergen Hedendaagse Muziek op. Voor deze werkgroep organiseert hij concerten met uitsluitend hedendaagse muziek, eerst in het Kunstenaarscentrum Bergen (De Rustende Jager), later in de Ruïnekerk. Hij experimenteerde met elektronische muziek en muziektheater. Daarnaast is hij actief als pianist met het uitvoeren van eigen werk.

Tijdens het Holland Festival van 1969 wordt zijn slagwerkcompositie Tripticon (1956) uitgevoerd.

Experimenteert met aleatoriek (toevalselementen) in Interpolations voor piano (1969) en Five Pieces voor piano (1970-72)

In het Instituut voor Sonologie te Utrecht en in zijn eigen huisstudio werkt hij tussen 1969 en 1975 aan enkele elektronische composities (Inferno I en II (1970-71), Module IV (1970-72), I am Sylvia but somebody else (1973)). In deze periode bezoekt Ten Holt geregeld het Warschauer Herfst Festival en legt hij contacten in New York.

Academie voor Beeldende Kunsten te Arnhem
Van 1970 tot 1987 doceerde hij hedendaagse muziek aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Arnhem. Hij experimenteerde daar met groepsimprovisaties, hetgeen in de laatste jaren leidde tot enkele uitvoeringen voor Arnhemse Festivals. (Een vorm van totaaltheater waarbij de studenten onder zijn leiding verantwoordelijk waren voor de muziek, de choreografie en het theatrale beeld.)

"Ik leefde als een struikrover, elke zeven jaar was mijn leven anders. Ik heb een avontuurlijk leven gehad. Ik heb overal en nergens gewoond en gewerkt, ben altijd een buitenstaander en een Einzelgänger geweest. Was er geld, dan was het er, was het er niet, dan niet. Pas op m'n vijfenveertigste heb ik een 'nette' baan als muziekleraar aan het Arnhemse conservatorium geaccepteerd."

derde periode
De vrijheidslievende Ten Holt voelde zich al snel bekneld door ‘het dictaat van het schema’ dat de seriële muziek nu eenmaal oplegt. In de derde periode keert hij dan ook terug naar het instrument waarmee het componeren voor hem begonnen is: de piano. Hij noemt het zelf een sterke fysieke betrokkenheid tot de klank. Het resulteert o.a. in zijn belangrijkste compositie in deze periode, Canto ostinato voor toetsinstrumenten uit 1976-1979. In deze sterk tegen de repetitieve muziek aanleunende composities ontwikkelt Ten Holt een geheel eigen stijl waarin tonaliteit en herhaling een nieuw soort esthetiek oproepen ('tonaliteit na de dood van de tonaliteit').

In het Utrechts Nieuwsblad zegt Ten Holt over het afschudden van het juk van de atonaliteit: ,,Het positivisme en het structuralisme in de muziek hebben ravages aangericht. Ik zat gevangen in het dictaat van het schema. Het dictaat was weliswaar de neerslag van mijn innerlijk, maar ik zat als een ambtenaar mijn nootjes te noteren. Dat vond ik de vriesnacht, de nacht waarin de tonaliteit absoluut zoek was. Ik was een dor blad geworden. De verschraling was zo groot en de ontkenning van de stroom van het bloed en de hartenklop zo absoluut, dat ik het niet langer meer uithield en weer achter piano kroop, en zo begon 'Canto' te ontstaan. Het is de geschiedenis van mijn eigen lichaam. Zo moet je dat beschouwen: alles slibde dicht en aan de piano ging mijn bloed weer stromen. De sensualiteit van het leven ging weer meedoen.''

Aan de manier waarop iemand tonaal componeert herken je niet zijn vakmanschap, want die heeft iedere Nederlandse componist, maar wel zijn kunstenaarschap, meent Ten Holt. “Het kunstenaarschap is iets genadigs: meerwaarde die je hebt of niet hebt, maar wat die meerwaarde is in de muziek, dat blijft een geheim. Pas als je tonaal componeert blijkt wat je waard bent; wat je aan inhoud in huis hebt. Als je geen inhoud hebt is tonale muziek ook vreselijk. Dan schaf je flink wat getetter aan om die leegte te maskeren. Zo is heel veel Nederlandse muziek een tetterende maskerade van leegte.” (Utrechts Nieuwsblad - Joke Dame)

tonaliteit na de dood van de tonaliteit
‘Ik kreeg er genoeg van om aan een tafel, vanuit mijn hoofd te componeren - vanuit het intellect en niet vanuit het gevoel. Van Domselaer had mij heel klassiek opgeleid, mijn vingers jeukten van verlangen naar de piano. Geleidelijk kwam ik tot het besef dat tonaliteit de adequate vorm is om een innerlijke wereld tot uitdrukking te brengen. Maar ik streefde naar een andere vorm dan die we al kenden. Zoals de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer de idee ontwikkelde van een “God na de dood van God”, ontwierp ik de “tonaliteit na de dood van de tonaliteit”. Ik maak weliswaar gebruik van de traditionele harmoniek, maar de elementen van spanning en ontspanning die daarvoor zo kenmerkend zijn, verzelfstandig ik tot muzikale objecten. De luisteraar hoort dus wel herkenbare akkoorden, maar deze volgen niet de conventionele muzikale route, omdat ze op zichzelf komen te staan.’ (interview Thea Derks)

De pianowerken van Simeon ten Holt zijn marathons van zich steeds herhalende patronen waarin de pianist geen maat rust gegund wordt. De uitvoerders mogen zelf uitmaken wat ze hoe en hoe lang ze wat spelen. Ten Holt bepaalde de beperkingen, de uitvoerders vechten ertegen. Kenmerkende composities in deze stijl zijn behalve Canto Ostinato ook Lemniscaat (1983), Horizon (1985), Incantatie IV (1990), Soloduiveldans II (1986) en III (1990) en Méandres (1999), alle voor toetsinstrumenten. Ten Holt noemde de stukken afspiegelingen van zijn eigen innerlijk, in tegenstelling tot de formalistische werken die hij vóór Canto Ostinato schreef.

Simeon Ten Holt: 'Mijn composities ontstaan zonder een vooropgezet plan en zijn als het ware de neerslag van een tocht die gericht is op een doel dat niet bekend is. Veel tijd, geduld en discipline zijn de voorwaarden voor het produktief maken van een (genetische) kode die uiteindelijk bepalend is voor vorm, struktuur, lengte, bezetting, etc. Zo'n proces is moeizaam omdat het zicht op die genererende kode voortdurend vertroebeld wordt door het menselijk tekort en de eigen wil, en het moet hebben van momenten van helderheid en vitaliteit. En dan, de zee spoelt en slijpt, de tijd kristalliseert.'

Een doorbraak voor Simeon ten Holt vormde de uitvoering van ..A/.TA-LON door het Asko Ensemble tijdens het Holland Festival van 1978. Niet lang erna kwam met Canto ostinato het verrassend grote succes.

Canto ostinato (1976-79)
"Tijd wordt de ruimte waarin de muzikale objecten zweven".
Ten Holt werkte jarenlang aan Canto ostinato (voltooid in 1979): een avondvullend stuk voor twee tot vier piano's waarin veel beslissingen aan de musici worden overgelaten. Op 25 april 1979 is dan de Première van Canto ostinato in de Ruïnekerk, Bergen. Dit werk heeft onmiddellijk een ongekend succes.
Canto ostinato bereikte een breed publiek. Van de cd die Polo de Haas en Kees Wieringa in 1996 van Canto Ostinato maakten werden meer dan 15.000 exemplaren verkocht (een unicum voor een Nederlandse componist van 'serieuze muziek'). De versie voor 2 piano's heeft een gouden cd opgeleverd en dat is uniek voor hedendaagse gecomponeerde muziek. Een fenomenaal aantal, als je in beschouwing neemt dat van hedendaagse klassieke componisten meestal maar een paar honderd cd's over de toonbank gaan. Ten Holt lijkt zelf niet in het minst verbaasd: ,,Het stuk als zodanig is nu eenmaal boeiend. Daar kan ik ook niets aan doen.''

De componist zegt over Canto Ostinato voor vier piano's (1976/1977) : “Canto Ostinato ontwikkelt zich uit een traditioneel gegeven, is tonaal, en is opgebouwd uit functionele harmonieën waarvan de eigenschappen overeenkomen met de wetten van oorzaak en gevolg (spanning en ontspanning)”. Er is overigens geen sprake van muzikale ontwikkelingen in de traditionele zin, eerder bevat Canto Ostinato een ketting van geschakelde muzikale elementen. Het muzikale perspectief verandert in golven die zich over ongeveer tweeëneenhalf uur uitstrekken.

Canto Ostinato is geschreven voor een variabele bezetting, hetgeen betekent dat het kan worden uitgevoerd op elke combinatie van op elkaar afgestemde toetsinstrumenten. Maar ook de lengte is onbepaald, omdat de componist gebruik maakt van patronen die in vrijheid kunnen worden herhaald. In wezen kan iedere uitvoerder in de partituur zijn eigen route kiezen, zij het dat de componist de wegen (zijn patronen) heeft aangegeven, en er ook voor zorgt dat deze wegen op bepaalde plekken tezamen lopen.

De componist schrijft in de toelichting van de partituur zelf het volgende over het stuk: "De eerste uitvoering van canto ostinato vond plaats op 25 april 1979 in de Ruïnekerk te Bergen NH en werd gerealiseerd op 3 piano's en een elektronisch orgel. Uitvoerenden waren Stanley Hoogland, Chaim Levano, Simeon ten Holt (piano) en Andries Hubers (elektronisch orgel). Er zijn andere combinaties mogelijk waarbij toetsinstrumenten aan de orde zijn. Canto kan echter ook als solostuk worden opgevat (tweehandig toetsinstrument), al of niet met elektronische hulpmiddelen. Canto is ontsprongen aan een traditionele bron, is totaal en maakt gebruik van functionele harmonieën die naar hun aard gevoegd zijn volgens de regels van de harmonieleer, de wetten van oorzaak en gevolg (spanning en ontspanning). Hoewel alle onderdelen van canto, althans in principe en zoals het hoort in een ontwikkelingsstructuur, een vaste plaats hebben in het verloop en niet verwisselbaar zijn zonder de melodische lijn, de logica en de vorm geweld aan te doen, hebben begin en einde als vormbegrenzingen toch geen absolute betekenis. Hoe komt dat? Omdat oorzaak en gevolg, spanning en ontspanning als onafscheidelijke paren van functies als het ware uit elkaar getrokken en verzelfstandigd worden en de doelgerichte voortgang (niet de beweging) in de herhaling tot staan wordt gebracht. Er ontstaan akkoorden of groepen van akkoorden, be(om-)sloten in maten of secties, die losgemaakt van de melodische binding zelfstandigheden worden en een eigen leven gaan leiden. Deze maten of secties (we noemen ze muzikale ojecten) gaan, hoewel ze hun verleden niet vergeten, zich bekeren tot een kettingstructuur. Er wordt daarmee bedoeld dat de relatie tussen de akkoorden, tussen de groepen van akkoorden onderling, omdat die niet meer gericht wordt door een ontwikkeling, op losse schroeven komt te staan. Het is niet meer van zo'n groot belang of zij voor of na elkaar komen te staan. De vrijheid die wordt geschapen, biedt ruimte voor een grotere willekeur. Begin en einde, het voor en na worden ter keuze gesteld. Een belangrijke rol speelt de tijd. Hoewel de meeste maten of secties een herhalingsteken meekrijgen en de uitvoerenden zelf dienen te beslissen over het aantal van de herhalingen, is er in de traditionele zin toch geen sprake van herhaling zonder meer. De herhalingsprocedure heeft hier tot doel een toestand te scheppen waarin het muzikale object zijn zelfstandigheid bevestigt en kan zoeken naar zijn gunstigste positie ten opzichte van het licht en doorzichtig wordt. Tijd wordt de ruimte waarin het muzikale object gaat zweven. Wat er in die ruimte gebeurt, is, omdat het niet voorspelbaar is en afhankelijk van duizend en één factoren, moeilijk te traceren. Datgene wat er genoteerd kan worden, beperkt zich tot een symbool, een pretext voor een activiteit waarvan het doel buiten de omschrijving valt. De componist wijst met datgene wat hij heeft kunnen opschrijven op een grens waarachter niemand, dus hij ook niet, weet wat er is of kan worden. Wat hij doet beperkt zich principieel tot een voorstel, tot een open scenario, tot het oprichten van een platform en ... tot een beroep op de instelling van de uitvoerenden. Om de bedoeling van het stuk optimaal tot spreken te brengen en om op ideeën te kunnen komen die in de geest van het stuk liggen, verdient het aanbeveling, ongeacht of men solist of lid van een ensemble is, om zich alle details van de partituur eigen te maken. Opdat bij welke vorm van uitvoering dan ook impliciete en onvoorziene ontwikkelingen tot stand kunnen komen en er bij het opstellen van de regie en het verdelen der taken een maximale speelruimte mogelijk is. Voor de uitvoerenden bestaat een ruime marge aan inbreng. Zij beslissen over de maat van tijd, zowel betrekking hebbend op het detail als op het geheel. Zij beslissen over de al of niet dynamische contrasten. Zij beslissen over de al of niet tegengestelde klankkleurdifferentiaties, of men passages al of niet unisono speelt. Zij beslissen of maten en secties, afhankelijk van de plaats in de partituur, hernomen, gecombineerd etc. zullen worden. Zij beslissen, afhankelijk van de tijdsduur en gezien de fysieke inspanning, of er een aflossysteem zal worden toegepast of dat er een pauze moet worden ingelast. Bij de eerste uitvoering, die ongeveer twee uur in beslag nam, werd bij nr. 88 in de partituur het live-spel door een band overgenomen. Deze band, door één van de leden van het ensemble ingespeeld, verwijlde op de eerste secties (A, B en C) van de hier beginnende tussen-episode. Na ongeveer 25 minuten nam het ensemble het stuk live weer op. Zoals de band aan het begin van de pauze geleidelijk werd ingefadet, zo werd hij dan weer geleidelijk weggedraaid. Omdat de uitvoerenden over deze en tal van andere zaken dienen te beslissen, mag verwacht worden dat de voorbereiding van het stuk, om tot een sluitend systeem van afspraken te komen, wel enige tijd zal vergen. De groei en het uitkristalliseren van een interpretatie vormen een proces. Canto ostinato heeft geen haast en met het wezen van de zgn. minimal music heeft het gemeen dat er niet over tijdsduur gesproken kan worden. Uitvoeringen hebben meer het aspect van een ritueel dan van een concert. De eerste uitvoering heeft, zoals gezegd, ongeveer twee uur in beslag genomen maar omdat er voor tijdsduur geen richtlijnen bestaan, had het net zo goed korter of langer kunnen zijn. De muziek van canto wordt gedragen door de in de partituur vetgedrukte (hoofd) partij. Deze is de basis van het muzikale gebeuren. Voor de rechterhand zijn daarnaast twee balken waarop alternatieven (varianten) zijn genoteerd. Voor de linkerhand geldt hetzelfde op één balk. Veronderstellen we even dat het stuk door slechts één executant (bijv. een pianist) wordt uitgevoerd dan kan deze door van de basispartij uit te wijken naar de alternatieven zodoende varianten aanbrengen. Maar nog los van deze alternatieven biedt iedere maat of sectie van de basispartij zelf de mogelijkheid voor wijzigingen: door het verschuiven van accenten, het aanbrengen van dynamische contrasten verandert het karakter van het muzikale profiel. Men wentelt en keert het in de tijdruimte zwevende muzikale ding en zoekt de verschillende posities ten opzichte van het licht. Voorwaarde uiteraard is dat de tijd breed wordt uitgemeten. Door het aanbrengen van dun getekende stokken en waardestrepen worden in de partituur hieromtrent beperkte suggesties gedaan. Het één en ander geldt uiteraard ook bij de uitvoering door meerdere executanten. Er zijn dan, dat spreekt vanzelf, behalve dat basispartij en varianten gecombineerd kunnen worden, nog tal van andere mogelijkheden.

De onverstoorbaarheid waarmee Ten Holt Canto Ostinato tot model heeft genomen voor alle composities die daarop volgden is bewonderenswaardig; het bracht hem de officieuze eretitel ‘meest herkenbare componist van Nederland.’ Zijn ontwikkeling van de ‘tonaliteit na de dood van de tonaliteit' maakte van hem een even gevierd als eenzaam componist.

minimal music
Simeon ten Holt greep in de tweede helft van de jaren zeventig terug op klanken die door elk oor begrepen kunnen worden. Hij verruilde de toen gangbare, complexe partituren, gebouwd op geavanceerde naoorlogse twaalftoonstechnieken, voor eenvoudige drieklanken, verschuivende ritmische patronen en herhalingstekens. Zijn composities vormen een Hollandse versie van de minimal music. Omdat ten Holt zich bedient van tonale patronen die voortdurend worden herhaald en soms nauwelijks van elkaar verschillen, ontstaat een soort compositie die men kan vergelijken met de muziek waarop het etiket new age kan worden geplakt: een doorgaande stroom, overwegend kalme, rustgevende muziek, die op het eerste gehoor steeds hetzelfde is en bij nader horen toch voortdurend anders. Simeon Ten Holt keurt overigens zelf het etiket minimal music nog wel goed, maar is het er niet mee eens dat men zijn stukken met new age vergelijkt: "Sommige mensen omschrijven mijn werk als mininale muziek of zelfs New Age-muziek. Met die eerste term heb ik niet zo'n moeite, hoewel ik vind dat er in mijn muziek meer gebeurt dan in de minimale muziek. Met New-Age muziek voel ik met niet verwant, die term wordt er vaak op geplakt door mensen die niet echt de moeite nemen te luisteren. Wat ze me aansmeren moeten ze zelf weten. Ik maak wat ik van binnenuit moet maken."

1979\1980 BiBaBo
Dit vocale werk bestaat uit een vijftal klankwoorden die op allerlei manieren in de compositie zijn verwerkt.
compositie (1979) van Simeon ten Holt, schreef en regisseerde Ramón Gieling de experimentele musicalfilm BI BA BO met vijf professionele zangers van het Quink Vocaal Ensemble. Vier mensen komen bij elkaar na een crematie om over het testament te praten. Daarbij lopen de gemoederen hoog op.

Natalon in E
Schreef hij in 1968 nog A/.ta-lon (1968) - anagram voor 'atonal' - zijn meest complexe werkstuk, in 1979/1980 ontstond met het solo-pianowerk Natalon in E de totale tegenhanger. Ook deze titel was weer een anagram - 'niet-atonaal' - en de toonsoortaanduiding maakte aan alle nog eventueel bestaande twijfel een einde. Het stuk werd uitgesproken kritisch ontvangen, maar voor Ten Holt was er geen weg meer terug.

Ten Holt beoogt samenwerking tot stand te brengen tussen de uitvoerders van zijn composities. Vanwege de vrije interpretatie van zijn stukken, heeft de componist liever dat zijn werk wordt vertolkt door 'verdienstelijke' muzikanten, dan door 'sterren'. Die laatsten zijn in zijn ogen te zeer gericht op het leveren van individuele prestaties. Hoe belangrijk uitvoerders en publiek voor hem zijn, blijkt uit de volgende uitspraak: ,,Het stuk is pas voltooid als het wordt uitgevoerd.'' ‘Het gaat mij om een sociaal proces. De mens heeft een onvermogen tot communiceren en door zoveel open te laten dwing ik de spelers tot overleg. De moment gebonden interactie bepaalt de uiteindelijke vorm van het stuk. Ik ben slechts een regisseur op afstand: ik lever enkel de bouwstenen. Hierdoor ontstaat een continuüm tussen mij, de uitvoerder en het publiek: door te leren kennen, word je zelf gekend.’

In de jaren tachtig wordt zijn muziek veelvuldig uitgevoerd, niet alleen in concertzalen, maar vaak ook op zeer uiteenlopende locaties zoals stationshallen, parken en pleinen.

1982/1983 lemniscaat
Lemniscaat is o.a. gebaseerd op de lemniscaatfiguur: een wiskundig symbool voor oneindigheid.
Uitvoeringen van de werken waren niet zelden totaalevenementen waarbij zowel de pianisten als het publiek elkaar, vanwege de mogelijkheid om een stuk uren te laten duren, aflosten. Een uitvoering van Lemniscaat in Bergen nam bijvoorbeeld bijna een etmaal in beslag. Het publiek kan in- en uitlopen, even een uurtje of twee luisteren en dan weer verder: precies zoals Ten Holt het wil. 'In Lemniscaat probeer ik de tijd stil te zetten. Tijd is de ervaring van oorzaak en gevolg. Ik probeer in Lemniscaat oorzaak en gevolg uit elkaar te halen zodat de tijd vanzelf stilstaat. Of het waar is? Tuurlijk is het een theoretische benadering en gaat het erom hoe je de tijd tijdens zo'n stuk ervaart, maar het is het zoeken waard.'

1985
In 1985 wordt Canto ostinato uitgevoerd tijdens het Gala van de Nederlandse Muziek in het Concertgebouw te Amsterdam; het geeft Ten Holt landelijke bekendheid. Vanaf deze tijd is de muziek van Ten Holt veelvuldig te beluisteren: in concertzalen, maar ook op opmerkelijke locaties zoals stationshallen, parken en pleinen. Muziekcentrum Vredenburg speelt daarbij een voortrekkersrol: er vinden vele eerste uitvoeringen en plaat- en cd-opnamen plaats.

Soloduiveldans
Soloduiveldans Nr. 2 (1986) 30'
Soloduiveldans Nr. 3 (1990) 20'
Soloduiveldans Nr. 4 (1998) 17'
De technisch veeleisende Soloduiveldansen behoren tot het hoogtepunt van Simeon ten Holt's oeuvre. Hun repeterende structuur schept een marge van vrijheid waarin voor de pianist ruimte bestaat om te spelen met accenten, dynamische contrasten en verschillende muzikale lagen. Hierdoor wentelt hij het in tijdruimte zwevende muzikale object en zoekt de verschillende posities ten opzichte van het licht. Vanwege deze vrijheden zijn de Soloduiveldansen zowel voor pianist als publiek een uniek muzikaal avontuur.

Over de Soloduiveldansen schreef Ten Holt: ‘Er schuilt niets duivelachtigs in de Soloduiveldansen, eerder iets demonisch. Ieder mens wordt geleid door een engel en een duivel: tussen die twee bestaat een heel merkwaardige, precieuze relatie.’ Over de titel ‘Soloduiveldans’ zei Ten Holt: ‘Ik verzin nooit titels. Ze worden me in de schoot geworpen. Een werk schrijft als het ware zichzelf. Net als een roman, waarin de personages een eigen leven leiden. Dat wil niet zeggen dat ik makkelijk componeer. Het is een moeizaam proces. Componeren is een grotendeels intuïtief gebeuren en welke valkuilen je precies moet vermijden, is niet altijd duidelijk. Een compositie zit helemaal in mijn handen, voor ik hem opschrijf. Mijn handen grijpen, wat mijn hoofd niet grijpen kan.’

Eadem Sed Aliter & Solo Devil Dance III
Componist Simeon ten Holt, pianist Kees Wieringa en geluidstechnicus Bert van Dijk hebben zich in de zomer van 1998 twee dagen opgesloten in de Grote Zaal van Muziekcentrum Vredenburg. Zij waren tot elkaar veroordeeld voor de opname van een nieuwe compact disc met pianomuziek van Simeon ten Holt. Het betreft de plaatpremière van Eadem sed Aliter en een nieuwe duivelse pianodans, genaamd Soloduiveldans nr.3. De specialist bij uitstek in het repertoire van Simeon ten Holt, Kees Wieringa heeft deze nieuwe solowerken ooit in première gebracht in de grote zaal van Muziekcentrum Vredenburg. De zaal heeft de ideale akoestiek voor deze muziek van de toekomst.
''Er is een grote ruimte in de interpretatie van de latere werken van Ten Holt. De uitvoering is afhankelijk van diverse faktoren waaronder de dispositie van het moment en de chemische samenstelling van de groep. Er hoeft maar één musicus te veranderen of de chemie verandert.
Een ideale uitvoering van de muziek van Ten Holt is dus steeds weer anders. De muziek is zeer open genoteerd, in de vorm van een open scenario. Een bepaalde marge aan vrijheid is structureel in de compositie ingebouwd. De uitvoerenden moeten soms spelen als er geen noten staan en soms zwijgen als er wel noten staan, dat zit in de regie verpakt. De tijdsduur is vaak onbepaald en is mede afhankelijk van de atmosfeer waarin wordt gespeeld of de houding van de luisteraar.
''
© Kees Wieringa.

Incantatie IV
"Werk in uitvoering", zo omschrijft Simeon ten Holt zijn compositie Incantatie IV. De componist doelt daarmee op de grote artistieke vrijheid die de uitvoerenden van het muziekwerk krijgen voor wat betreft de lengte, de vorm en het karakter van het stuk. Incantatie IV is na Canto Ostinato, Lemniscaat en Horizon de vierde compositie van Ten Holt in een serie werken voor twee of meer vleugels. Op 30 mei 1991 verzorgden Francien Hommes, Annette Middelbeek, Sander Sittig en Kees Wieringa de wereldpremière van Incantatie, nadat zij er meer dan een jaar op hadden gerepeteerd. Door de complexiteit van het stuk is het namelijk zeer moeilijk uit te voeren.
Bij het betreden van de grote zaal kan de avond voor mij eigenlijk al niet meer stuk. De vier Steinway-vleugels op het podium hebben iets magistraals. Het lijken wel Arabische volbloedpaarden, waarbij de rondgebouwde zaal als manege fungeert. Nadat ik weer in de realiteit ben teruggekeerd, komen de pianisten het podium op. De tastbare stilte die aan elk klassiek concert voorafgaat treedt in. Exact gelijk beginnen de musici te spelen. Patronen die elkaar aanvullen, om daarna tegen elkaar in te gaan. Sander Sittig heeft de "leiding" over het geheel. Met hoofd- of armbewegingen die voor de andere pianisten duidelijk zichtbaar zijn, geeft hij aan waar de wendingen in het stuk plaatsvinden. Na circa twintig minuten waarin het beginthema zich met subtiele klankwisselingen heeft herhaald, komt de eerste echte wending in het stuk. Na nog eens tien minuten verandert het ritme voor de eerste keer. Saaie muziek ? Allerminst. Nadat je aan de schijnbare monotonie gewend bent geraakt, begin je steeds meer te ontdekken. Het monotone van de muziek is als de cadans van een trein, die door de klank- en ritme wisselingen door verschillende landschappen rijdt. Tijdens de "treinreis" verandert ook het weer; grommende bastonen zorgen voor onweer, ijle hoge noten zijn de regendruppels daarna. Naast verschillende stemmingen zijn er ook diverse stijlen in de muziek waar te nemen. Soms is het geïmproviseerde muziek, dan weer klassiek, daarna jazz, volksmuziek en soms associeer ik de muziek zelfs met disco ? CARLO NIJVEEN 1992

De cd Canto ostinato met Sandra & Jeroen van Veen is reeds in 43 landen verkocht. Dit duo draagt tevens bij aan de uitvoering van "Incantatie IV". "Het stuk klinkt alsof je lange tijd naar de zee kijkt; de golfbewegingen, de zonnestralen en de lucht bepalen de schittering en de kleurnuances van de zee. Dit spectrum van mogelijkheden is voortdurend in beweging en dus variabel", aldus Jeroen van Veen. De derde pianopartij in deze uitvoering wordt gespeeld door Tamara Rumiantsev.

Met Palimpsest (1993) lijkt Ten Holt een nieuwe weg in te slaan. Na jaren van exclusieve aandacht voor de piano schreef hij deze compositie voor zeven strijkinstrumenten. Simeon ten Holt schreef ondermeer ter toelichting: "Het stuk lijkt opgediept uit verschillende lagen waaruit het is samengesteld. Schriftuur over schriftuur, document over document waarvan het ene het andere bevestigt of verhult. Ik heb gekozen voor de titel "Palimpsest" omdat er met het stuk inderdaad sprake lijkt van een textuur waarin verschillende versies over elkaar heen geschreven zijn."

Schaduw noch Prooi uit 1995 is weer een stuk voor twee piano's.

Méandres
"Veel tijd en geduld en discipline zijn de voorwaarden voor het productief maken van een (genetische) kode die uiteindelijk bepalend is voor vorm, structuur, lengte, bezetting, etc. Zo'n proces is moeizaam omdat het zicht op die genererende kode voortdurend vertroebeld wordt door het menselijk tekort en de eigen wil, en het moet hebben van momenten van helderheid en vitaliteit. En dan, de zee spoelt en slijpt, de tijd kristalliseert." Met deze woorden beschijft Simeon ten Holt het ontstaansproces van repetitieve werken als "Canto Ostinato, Lemniscaat & Incantatie IV". Wie het modale geluid van deze mild voortkabbelende toetsenmuziek weet te waarderen, zal ook zeker geïntereseerd zijn in "Méandres" uit 1995-97

7.08.2000 Stationshal van Groningen omgetoverd tot concertzaal
Voor het eerst in honderd jaar wordt de Groningse stationshal een muziekpodium. Vier pianisten spelen daar op 30 september het stuk Canto Ostinato van de Nederlandse componist Simeon ten Holt. DVD met daarop o.a. de Reiziger In Muziek uitzending uit 1996 die gewijd was aan Ten Holt.
De componist van o.a. Canto Ostinato, Horizon en Lemniscaat zei ooit gekscherend over zichzelf: "Je hebt Simeon ten Holt en je hebt alle anderen." Tenslotte was het Ten Holt die het aandurfde om complexe partituren te verruilen voor eenvoudige drieklanken, verschuivende ritmische patronen en herhalingstekens. Deze weg naar schijnbare eenvoud was echter allesbehalve eenvoudig. Met zijn werken voor meerdere toetsinstrumenten schiep Ten Holt een geheel eigen wereld waarin hij zijn opvattingen van tijd en ruimte muzikaal gestalte gaf. Behalve de drie hierboven genoemde composities, bevatten de cd's tevens Soloduiveldans I, II, III en IV alsmede Méandres. De dvd bevat naast de uitzending van Reiziger In Muziek ook Canto Ostinato en een fotoalbum.

Liederen heeft hij nooit geschreven. “Ik zit wel eens te denken, moet dat niet nog een keer. Maar ik weet niet of ik nog heel lang zal leven, ik ben al vrij oud hoor, en mijn vitaliteit is vorig jaar zo ernstig op de proef gesteld, dat ik het niet nog een jaar dacht vol te houden. Het gaat nu wel weer redelijk. En zou ik niet ook nog eens voor koor moeten componeren. Dat is natuurlijk prachtig, een koor. Maar ik beloof niks. Ik vind het nu aan het eind van mijn leven ook wel leuk om op een bankje bij mijn huis te zitten en in het zonnetje een pijpje te roken. Nou, die pijp is er helaas niet meer bij, maar er is wel een bankje, er is soms zon en er is een dik boek, over Goethe.”

carrière en de muziek die hij tot nu toe schreef. >

4 Grand Piano Pavilion kunstenaar: Dré Wapenaar
Dré Wapenaar heeft de 4GPP: 4 Grand Piano Pavilion for Simeon ten Holt speciaal ontworpen voor de muziek van componist Simeon ten Holt. Ten Holt composities hebben een sterke ruimtelijke werking nodigen uit tot experiment. Theaterfestival Boulevard in ’s Hertogenbosch plaatste tijdens het festival van 6 tot en met 15 augustus 2004 het mobiele Viervleugelpaviljoen van Wapenaar in de Bossche Broek.
Ten Holts muziek wordt zowel in concertzalen als in kerken, parken en zelfs een keer in de hal van een treinstation gespeeld. Voor het eerst is er nu een ruimte speciaal ontworpen voor de muziek, waarin Wapenaar deze elementen combineert: de ruimtelijkheid van een Vredenburg met de openheid van een Vondelpark, de stilte van een kerk met de voortdurende drukte van een station. De tent is als het ware een sculpturale vertaling van de muziek van Ten Holt. Bovendien is de tent mobiel en bedoeld om op verschillende plekken te kunnen functioneren.
Doorgaans vragen concerten om twee uur of langer stil te zitten in een ruimte. Tijdens concerten in de tent van Wapenaar kan het publiek, oplopend tot circa 200 man, zitten en staan, rondlopen, naar buiten, een drankje drinken en al die tijd is de muziek van Ten Holt te horen, zelfs tot in de toiletten. Naast dit dynamische karakter is ook de plaats van het publiek ten opzichte van de pianisten uitzonderlijk. De vleugels staan in de hoeken van het paviljoen en het publiek zit in het midden. De pianisten zien elkaars hoofd uitvergroot op ronde projectieschermen die boven de hoofden hangen, waardoor zij elkaar beter zien en met elkaar kunnen communiceren. Ook van buiten zijn deze projecties zichtbaar. Door de projecties is ook de emotie van de pianisten uitvergroot zichtbaar voor iedereen. De spanning van het stuk ontvouwt zich zo boven de hoofden van het publiek.
Naast een hommage aan de muziek van Ten Holt is de tent ook een commentaar op conventionele uitvoeringen waarbij het publiek vaak niet betrokken lijkt te worden bij het stuk zelf en slechts van een afstand mag meeluisteren. Wapenaar vindt dat een publieke uitvoering ook naar het publiek gericht moet zijn. Hoewel de programmering draait om de composities van Ten Holt voor piano, is er ook ruimte voor andere uitvoeringen: slagwerk, zang, geluidsprojecten. Naast concerten kunnen educatieve activiteiten in de tent plaatsvinden, zoals workshops, masterclasses of een programma voor jonge kinderen.

Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht vervult een belangrijke rol in de verbreiding van de muziek van Ten Holt door enkele seizoenen series te organiseren met zijn avondvullende composities voor toetsinstrumenten. Van deze concerten zijn verscheidene compact discs verschenen. Buiten Nederland is de muziek van Simeon ten Holt gespeeld in Adelaide, Australië (Horizon); Los Angeles, V.S. (Lemniscaat); Italië, Polen en Japan (Canto Ostinato); Turkije, Joegoslavië, Polen en verschillende West-Europese landen (Soloduiveldans).

kruispuntmentaliteit vs rontondementaliteit
Inmiddels toont ook het bedrijfsleven interesse in Ten Holts ideeën: ‘Ongeveer driekwart jaar geleden kreeg ik een artikel toegestuurd van dr. ir. Ton Asseldonk, waarin deze voorstelt de principes van mijn muziek over te hevelen naar het bedrijfsleven. Tegenover een van bovenaf, centraal bestuurde organisatie waarin het individu geen enkele vrijheid heeft om zelfstandig te handelen, plaatst hij mijn werkwijze, waarin de interactie tussen verschillende individuen centraal staat. In plaats van het massagerichte denken moeten we volgens hem naar een individuele benadering: iedereen krijgt een product op maat. Asseldonk noemt de oude, hiërarchische structuur een “kruispuntmentaliteit” – één persoon of dirigent bepaalt de hele gang van zaken. Daar tegenover staat de “rontondementaliteit” die hij herkent in mijn muziek, waarin het individu zelf verantwoordelijk is voor het eindproduct. Zo ontstaat een veel grotere interactiviteit tussen producent en klant.’ (interview Thea Derks)
Het contact met Asseldonk leidde tot een experiment. Tijdens een uitvoering van Canto ostinato voor twee piano’s en twee marimba’s kreeg het publiek een afstandsbediening. Door middel van een druk op de knop kon men mede het verloop van de compositie bepalen – harder, zachter, donkerder, gepassioneerder. De gemiddelde uitkomst van deze publieksbemoeienis werd op een scherm geprojecteerd in steeds van kleur verschietende kolommen. Ten Holt: 'Het was als het ware één grote hartenklop. Probleem is dat gevoel zich niet laat digitaliseren, het is nu een keer vloeiend. De musici wisten niet goed hoe ze op het scherm moesten reageren, omdat er twee talen werden gebruikt die strijdig zijn met elkaar. Het experiment is dus mislukt, maar vaak leiden juist miskleunen tot de interessantste ontdekkingen. Ik ben benieuwd wat hieruit voort zal komen!' (interview met Thea Derks)

klein overzicht werk
Bagatellen (1954), Cyclus aan de Waanzin (1961), Interpolations (1969), Natalon in E (1979) voor piano
Diagonaalmuziek voor strijkers (1958)
Tripticon voor 6 slagwerkers (1965)
..A/.ta-lon voor mezzosopraan en 36 spelende en pratende instrumentalisten op zelfgeprogrammeerde teksten (1966-68), Muziek bij de film Kockijn (1966)
Centri-fuga (1979) en Une Musique Blanche (1982) voor orkest
Elektronische werken: Canto Ostinato (1979), Lemniscaat (1983) en Horizon (1985) voor toetsinstrumenten
Soloduiveldans I (1959), II (1986) en III (1990) voor piano
Incantatie IV< (1987-90), voor toets- en andere instrumenten

Compact discs
Capriccio (Benjamin Schmidt) NM Classics 92120
Cyclus aan de waanzin III (Kees Wieringa) Clarison CDJD 13 SH
Ead sed aliter (Kees Wieringa) Do records 003
Horizon (P. de Haas, Y. Abe, F. Oldenburg, M. Krill) CVCD 5/6
Incantatie IV Piano Productions PP 9800(3) + Clarison CDJD 18 SH
Kompositie I + II (Simeon ten Holt) Plein zeven KCB 94-1
Lemniscaat CVCD 51-53 + Clarison 53317-19
Méandres NM Classics 92106
Natalon in E (Kees Wieringa) Clarison CDJD 13 SH
Palimpsest (Doelen Ensemble) CVCD 85
Soloduiveldans II (Kees Wieringa) Erasmus WHV 055
Soloduiveldans III (Kees Wieringa) Do records 003
Soloduiveldans II + III (Polo de Haas) Clavicenter PDH 250901
Soloduiveldans II + IV (Ivo Janssen) VOID 9903
Soloduiveldans IV (Jeroen van Veen) Piano Productions PP 2011

Van zijn Canto Ostinato zijn er inmiddels zo’n zes of zeven interpretaties op cd verschenen, denkt Ten Holt,. en die interpretaties verschillen sterk. “Zo zelfs dat ik bepaalde interpretaties niet meer als mijn stuk beschouwde. Ik werd bijvoorbeeld wel boos toen ze van de melodiepassage een soort fuga gingen maken. Stilwiderlich noem je dat in het Duits, het hoort niet in de stijl thuis. Net alsof je Middeleeuwse muziek met Mozart combineert. En dan is er ook een uitvoering op cd waarop maar de helft van Canto Ostinato wordt gespeeld, met voor de smulpapen aan het slot nog even die melodiepassage. Dat vind ik degoutant, teveel op de verkoop gericht. Maar mijn controle op mijn stukken is natuurlijk maar betrekkelijk, want ik volg niet alles wat ermee gebeurt.”

Zie ook minimal music.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 17.