muziekbus







SeriŽle Muziek

Vormprincipe na de tweede wereldoorlog (ca 1950-1965) uit de twaalftoontechniek (dodecafonie) ontstaan, waarin alle parameters van de muziek in reeksen worden geordend.

In de seriŽle muziek zijn niet, zoals bij de dodecafonie, alleen de twaalf tonen van de chromatische toonladder in een reeks ondergebracht, maar ook de verschillende toonlengten, articulaties en dynamische schakeringen. Hierdoor ontstaat een voortdurende afwisseling met een grote mate van abstractie.

Door hoogte, duur, klankkleur en intensiteit van de toon in reeksen te ordenen dacht men absolute muziek te kunnen maken, vrij van enige associatie: een logische en gepredestineerde muziek. Olivier Messiaen propageerde dit en K. Goeyvaerts schreef de eerste compositie voor dit genre (Komposition I). Belangrijke bijdragen aan de seriŽle muziek leverden ook Karlheinz Stockhausen en Luigi Nono.

Elke noot moest door de vier parameters verschillend zijn van het vorige. Niemand kon echter de samenhang nog begrijpen in deze puzzel. In 1958 maakte John Cage met zijn toevalstheorie een einde aan de seriŽle technieken. Deze konden wegens wiskundige implicaties slechts elektronisch worden aangemaakt en dat was meteen een begrenzing. Later heeft men ingezien dat seriŽle muziek een mislukking was.

privacybeleid