kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Rudolf Escher

Rudolf George Escher geb. Amsterdam 8-1-1912, gest. De Koog, Texel, 17-3-1980
Nederlands componist en muziektheoreticus

Escher studeerde van 1931 tot 1937 compositie en piano aan het Toonkunst Conservatorium te Rotterdam en was van 1934-37 leerling van Willem Pijper. In deze tijd schreef hij alleen kamermuziek, een piano en een orgelsonate en een strijkkwartet. Hij publiceerde ook gedichten en essays, o.m. Toscanini en Debussy, magie der werkelijkheid (1938), waarin een uitvoerige analyse van La Mer. Verder schreef hij vele tijdschriftenartikelen.
In 1940 componeerde hij zijn eerste orkestwerk het Largo uit de Sinfonia in memoriam Maurice Ravel.
Bij het bombardement in 1940 gingen vrijwel alle composities uit zijn jeugd en zijn studietijd verloren.

Hij componeerde tussen 1940 en '45 Musique pour l'esprit en deuil, een groot orkestwerk, waar hij in 1946 de muziekprijs van de stad Amsterdam mee behaalde. In augustus 1945 vestigde hij zich in Amsterdam en werd hij na de bevrijding medewerker voor muziek en beeldende kunst van De Groene Amsterdammer (1945-46). Hij vervulde daar in de loop der jaren bestuursfuncties bij diverse muziekinstellingen. Hij was secretaris van het bestuur van de Nederlandse Opera (1946–1951) en bestuurslid van de Stichting Nederlandse Muziekbelangen (1947–1962).

In Delft volgde Escher colleges over studioapparatuur en werkte hij in de studio's voor elektronische muziek van de Technische Hogeschool te Delft (1959-60) evenals van de Rijksuniversiteit in Utrecht (1961). Van 1964 tot 1977 was hij daar hoofdmedewerker aan het Instituut voor Muziekwetenschap en gaf er college over de muziek van de twintigste eeuw en deed muziektheoretisch en audiologisch onderzoek.
In 1960-1961 gaf Escher een cursus aan het Amsterdams Conservatorium in het 'Studiecentrum voor hedendaagse muziek' over 'De betekenis van structuur en vorm bij Debussy in verband met recente seriële compositietechnieken'. Hij had kritiek op deze richting (de componisten Webern en Boulez uitgezonderd), omdat zij naar zijn idee geen rekening hield met de fysiologie van het menselijk gehoor.
Hij stelde tegenover de atonale muziek van Arnold Schönberg- als 'andere weg na Wagner'- de muziek van Debussy, welke hij op nauwkeurige wijze analyseerde volgens methoden die aan de moderne taalwetenschap waren ontleend. In 1977 werd hem de Johan Wagenaarprijs voor zijn gehele oeuvre toegekend.

Werken m.u.v. bovenstaande: o.a. pianomuziek: suite Arcana musae dona; orkestmuziek: concert voor strijkorkest, Hymne du grand Meaulnes (1950-51), Tweede Symfonie (1958, herz. 1964 en 1980); kamermuziek w.o. sonate voor cellosolo, sonate voor fluitsolo, sonate voor cello en piano, Le Tombeau de Ravel voor instrumentaal sextet; liederen, Nostalgies(tenor en orkest 1951, herz. 1973); a-capella koor, Le vrai visage de la paix (1953 op tekst van Paul Éluard; geschreven voor achtstemmig koor, is een extatische lofzang op een menselijk leven in vrede en gerechtigheid); toneelmuziek bij Aischylos' De Perzen en elektronische muziek voor een televisiespel; geschriften: Debussy, actueel verleden (1985); gedichten.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 269.