kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Robert Heppener

Robert Heppener geboren Amsterdam 1925
Nederlands componist en pianist

Zijn muzikale opleiding kreeg hij aan het Amsterdams Conservatorium, waar hij piano studeerde bij Jan Odé en Johan van den Boogert. Daarna volgde hij compositielessen bij Bertus van Lier.

Hij doceerde muziektheorie in Rotterdam en wasdaarna enkele jaren leraar theoretische vakken aan het Muzieklyceum te Amsterdam; vervolgens was hij als docent voor compositie en theorie verbonden aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en aan het conservatorium in Maastricht. Tegenwoordig wijdt hij zich volledig aan het componeren.

Als componist stelde hij zich terughoudend op ten opzichte van de moderne experimentele vrijheden. Hij schrijft in een gematigd moderne, tonale stijl, die zich kenmerkt door een vloeiende, vocale melodiek.
Als karakteristiek voor zijn muziek kunnen de volgende regels van zijn leerling Joël Bons gelden: "Heppener heeft in zijn muziek nooit een bepaalde school vertegenwoordigd, maar steeds met grote integriteit zijn eigen 'innerlijke logica' gevolgd, gebaseerd op kennis van en liefde voor de traditie".

In 1969 ontving hij de Fontein Tuynhoutprijs voor Canti carnascialeschi en in 1974 de Willem-Pijperprijs voor Four songs on poems by Ezra Pound (1970). Voor Im Gestein (1992) ontving hij in 1993 de Matthijs-Vermeulenprijs.
In 1996 kreeg Heppener de Johan Wagenaarprijs voor zijn gehele oeuvre en in 2000 de ANV-Visser-Neerlandiaprijs.

Heppener schreef werken voor verschillende bezettingen;
voor orkest onder meer een Symfonie (1952), Derivazioni (1958), Eglogues (1963), Air et sonneries (1969), Muziek voor straten en pleinen (1970) en Boog (1988, voor het Eeuwfeest van het Concertgebouworkest).
Zijn werken voor vocale bezettingen lopen uiteen van Cantico delle Creature di San Francesco d'Assisi (1952), voor hoge stem en strijkorkest, tot en met Memento (1984), voor sopraan en ensemble, geschreven voor Jane Manning en het Nieuw Ensemble.
De werken voor koor a cappella: o.a. Canti carnascialeschi (1966), Del iubilo del core che esce in voce (1974), Nachklänge (1977) en Bruchstücke eines alten Textes (1990), nemen een voorname plaats in zijn oeuvre in.
Verder schreef hij kamermuziek, toneelmuziek, filmmuziek: oa voor de films De stem van het water, 1966, van Bert Haanstra en Het gangstermeisje, 1967, van Frans Weisz en het opvallende Hymns and conversations voor 28 harpen (1969), geschreven ter gelegenheid van de 10e internationale harpweek.

Bron: oa www.donemus.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 120.