kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Quincy Jones

Quincy Jones-titelnummer van de film, They call me Mr. Tibbs

Quincy Jones geboren Chicago, Illinois 14-3-1933
Amerikaans (jazz)muzikant, muziek impressario, arrangeur, filmcomponist en producent

Quincy Delight Jones, Jr., bij zijn vrienden bekend als "Q", werd geboren op de South Side van Chicago. Op zijn tiende jaar verhuisden zijn vader en stiefmoeder naar Bremerton, Washington, een voorstad van Seattle.

Hij werd voor het eerst verliefd op muziek toen hij op de lagere school zat en probeerde bijna alle instrumenten uit in zijn schoolband voordat hij zich richtte op de trompet.

Hij was nauwelijks een tiener toen hij bevriend raakte met Ray Charles, een lokale zanger-pianist, slechts drie jaar ouder dan hij. De twee jongens vormden een combo, en belandden uiteindelijk in kleine clubs en op trouwpartijen.

Op zijn achttiende jaar won de jonge trompettist een studiebeurs voor Berklee College of Music in Boston, maar stopte plotseling met zijn studie nadat hij een aanbod had gekregen van de bandleider Lionel Hampton om met hem te gaan toeren. De karigheid bij Lionel Hampton, leidde ertoe dat Quincy als freelance arrangeur ging werken. Hij vestigde zich in New York, waar hij gedurende de vijftiger jaren werkte voor Tommy Dorsey, Gene Krupa, Sarah Vaughan, Count Basie, Duke Ellington, Dinah Washington, Cannonball Adderley en zijn oude vriend Ray Charles.

In 1956 trad Quincy Jones op als trompettist en muzikaal leider bij de Dizzy Gillespie band, tijdens een door Buitenlandse Zaken gesponsorde tour door het Midden-Oosten en Zuid-Amerika.
Kort na zijn terugkeer nam hij in eigen beheer zijn eerste albums op als bandleider voor ABC Paramount Records.

In 1957 vestigde Quincy zich in Parijs, waar hij compositie studeerde bij Nadia Boulanger en Olivier Messiaen en werkte als muzikaal leider voor Barclay Disques, de Franse distributeur van Mercury Records.

Als muzikaal leider van Harold Arlen's jazz musical Free and Easy, ging Quincy Jones weer op toernee. Een Europese toernee eindigde in Parijs in februari 1960.

Met de muzikanten van de Arlen show vormde Jones zijn eigen big band, bestaande uit 18 artiesten, waarbij hij hun families op sleeptouw nam. Het publiek bij de Europese en Amerikaanse concerten was enthousiast en ze kregen sprankelende recensies, maar de opbrengsten van de concerten kon een zo grote band niet onderhouden en deze viel uiteen, Jones met grote schulden achterlatend.

Nadat een persoonlijke lening van het hoofd van Mercury Records, Irving Green, had geholpen om zijn financiële problemen op te lossen, begon Jones in New York als muzikaal leider van het label te werken. In 1964 werd Quincy Jones tot vice-president van Mercury Records benoemd, de eerste Afro-Amerikaan met een dergelijke leidende functie binnen een blanke platenmaatschappij.
In datzelfde jaar richtte hij zijn belangstelling op de filmmuziek, een muziekgebied dat lang gesloten was voor zwarten. Op uitnodiging van de regisseur Sidney Lumet componeerde Jones de muziek voor The Pawnbroker. Het was de eerste van zijn 33 grote filmmuziek partituren.

Na het succes van The Pawnbroker, verliet Quincy Jones Mercury Records en verhuisde naar Los Angles. Na zijn partituur voor The Slender Thread, met Sidney Poitier, was hij een veelgevraagd componist.
De filmtitels waarvoor hij de muziek schreef in de daaropvolgende vijf jaar waren onder meer; Walk Don't Run, In Cold Blood, In the Heat of the Night, A Dandy in Aspic, MacKenna's Gold, Bob and Carol and Ted and Alice, The Lost Man, Cactus Flower en The Getaway.

Voor televisie schreef Quincy Jones de thema muziek voor Ironside (de eerste theme-song gebaseerd op de synthesizer), Sanford and Son, en The Bill Cosby Show.

Voor Quincy Jones waren de jaren zestig en zeventig ook jaren van sociaal activisme. Hij was een belangrijk aanhanger van Dr. Martin Luther King, Jr.'s Operation Breadbasket, een poging economische ontwikkeling in de binnensteden te promoten. Na de dood van Dr. King zat hij in het bestuur van People United to Save Humanity (PUSH), van dominee Jesse Jackson.

Gedurende zijn carrière heeft Jones zich altijd ingezet voor de waardering van de Afro-Amerikaanse muziek en cultuur. Hij heeft geholpen de IBAM (Institute for Black American Music) te vormen. Opbrengsten van IBAM evenementen werden gedoneerd aan de oprichting van een volks-bibliotheek van Afro-Amerikaanse kunst en muziek.
Hij is ook één van de oprichters van het jaarlijkse Black Arts Festival in Chicago.
In 1973 was hij co-producer van de televisie special Duke Ellington, We Love You Madly van CBS televisie. Dit programma had artiesten in de hoofdrol als Sarah Vaughan, Aretha Franklin, Peggy Lee, Count Basie en Joe Williams die de muziek van Ellington uitvoerden. Quincy Jones zelf leidde het orkest.

Quincy Jones - Ai No Corrida (1981)

Van 1969 tot 1981 nam hij een serie albums op, die de hitlijsten veroverden en Grammy's in de wacht sleepten, waarin hij beschaafd gevoelige jazz vermengde met R&B grooves en populaire vocalisten, waaronder de albums Walking in Space, Gula Materi, Smackwater Jack, en Ndeda.
Het album uit 1973 You've Got It Bad, Girl, was zijn opnamedebuut als zanger. Van het daaropvolgende album Body Heat verkocht hij meer een miljoen exemplaren en het stond zes maanden lang in de top vijf van de hitlijsten.

Aan dit alles kwam een plotseling einde toen Quincy Jones in augustus 1974 werd getroffen door een bijna fataal cerebraal aneurisme, het barsten van aderen die naar de hersenen leiden. Na twee operaties en zes maanden herstel, ging Quincy Jones met hernieuwde toewijding aan het werk. De albums Mellow Madness, I Heard That en The Dude beëindigden zijn contract bij A&M records als uitvoerend artiest, maar nieuwe uitdagingen lagen alweer voor hem.

Jones ging terug naar de studios om het solo album Off the Wall van Michael Jackson te produceren. Er werden 8 miljoen van verkocht, waarop Michael Jackson een internationale superster werd en Quincy Jones de meest gewilde producer in Holywood werd.
In 1982 werkten ze weer samen om Thriller te maken. Het werd het best verkochte album aller tijden, waarvan meer dan 30 miljoen verkocht werden over de gehele wereld en was het produkt van zes top tien singles, waaronder Billie Jean, Beat It en Wanna Be Startin' Somethin'.

In 1985 hielp Jones de historische opname samen te stellen en te produceren om geld in te zamelen ter verlichting van de hongersnood in Ethiopië. De inspiratie hiertot kwam van Bob Geldof's Live Aid show. De opname We Are The World, een nummer geschreven door Michael Jackson en Lionel Richie, was één van de meest unieke momenten in de popmuziek, waaraan een grote verscheidenheid aan sterren meededen van Bruce Springsteen en Bob Dylan tot Diana Ross en Willie Nelson tot Stevie Wonder en Tina Turner.

Eveneens in 1985 maakte hij zijn debuut als filmmaker, als co-producer van Steven Spielberg's bewerking van The Color Purple naar het boek van Alice Walker. De film won elf Oscar nominaties en introduceerde Whoopi Golberg en Oprah Winfrey bij het bioscooppubliek.

In 1993 ensceneerden Quincy Jones en David Salzman het spectaculaire concert An American Reunion om de inauguratie van president Bill Clinton te vieren. De beide impressario's besloten een permanent partnerschap aan te gaan genaamd Quincy Jones/David Salzman Entertainment (QDE) een co-onderneming met Time-Warner, Inc.

De onderneming waarin Jones zetelt als co-CEO (Chief Executive Officer) en voorzitter, bevat multi-media programmering for huidige en toekomstige technologieën, waaronder toneelmatige film en televisie. Verder geeft QDE Vibe magazine uit en produceerde de populaire NBC televisie serie Fresh Prince of Bel Air. Tegelijkertijd bestuurd Jones zijn eigen platenlabel Qwest Records en is voorzitter en CEO van Qwest Broadcasting, één van de grootste omroepbedrijven in de VS in handen van een 'minderheid'. Hij bleef hits produceren, waaronder Back on the Block en Q's Jook Joint.

Quincy Jones is de meest genomineerde Grammy artiest aller tijden, met een totaal van 76 nominaties en 26 onderscheidingen, hij ontving eveneens een Emmy Award, 7 oscar nominaties en de 'Academy of Motion Picture Arts and Sciences Jean Hersholt Humanitarian' Onderscheiding.

Zijn leven en carrière werden in 1990 opgetekend in de kritisch ontvangen film van Warner Bros. Listen Up: The Lives of Quincy Jones.

In 2001, publiceerde hij Q: The Autobiography of Quincy Jones.

Eind oktober 2006 maakte het organisatiecomité van de Olympische Spelen 2008 in Peking bekend, dat Quincy Jones is aangesteld als cultureel adviseur voor de openings- en slotceremonie van de Spelen.

Bron: www.achievement.org


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 14.