kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Querelle-des-Bouffons

Opera buffa
Er bleef verzet tegen de Franse traditionele operavormen bestaan en dit nam toe nadat Rameau in 1739 met het ballet Les fêtes d'Hébé en de tragédie lyrique Dardanus het hoogtepunt van zijn roem had bereikt. Deze oppositie leidde tot een heftige en langdurige polemiek, waaraan behalve Rameau ook vooraanstaande auteurs zoals Rousseau, d'Alembert, Grimm e.a. deelnamen. De zgn. encyclopédistes (o.a. Rousseau. Diderot, d'Alembert) eisten grotere natuurlijkheid in de declamatie, minder opschik, meer eenvoud in onderwerp en regie, meer pantomime en minder 'ballet'. De Italiaanse opera buffa van Pergolesi was hun ideaal. Het was dan ook met moeite dat de traditionele ernstige opera zich na Rameau handhaafde, o.a. bij F. Francreur en F. Rebel, Mondonville (Titon et L'Aurore, 1753), La Borde (Thétis et Pelée, 1765), en Gossec (o.a. Sabinus 1773).

Opéra Comique
De Franse versie van de lichte opera stond bekend als opéra comique. De opéracomique vindt zijn oorsprong in de kluchten, blijspelletjes enz. van auteurs als Dancourt, Favart, Prion e.a., die men sinds het begin van de 18de eeuw opvoerde op de foires van St.-Germain en St.Laurent, en waarvoor componisten als Lacoste, Rameau, Mouret, Gilliers, Lacroix e.a. liedjes e.d. schreven. Hij begon rond 1710 als een simpel volksvermaak dat werd opgevoerd op dorpsmarkten en was tot het midden van de eeuw voor zijn muziek vrijwel geheel aangewezen op populaire liedjes (vaudevilles), of simpele melodieën in navolging van zulke liedjes.
Tegen het midden van de eeuw kregen deze stukken meer allure, ze werden minder satirisch en meer sentimenteel en larmoyant in de zin van de stukken van Nivelle de la Chaussée en de 'drames bourgeois' van Diderot. J.J. Rousseau gaf aan het genre vaste vorm met Le devin du village 1752, een idyllisch werkje, waarbij de muziek, hoe simpel ook, reeds een belangrijke rol speelde. Het succes was enorm.

De Italiaanse Buffonisten
Het bezoek van De Italiaanse Buffonisten aan Parijs in 1752 stimuleerde de produktie van opéras comiques waarin nieuwe melodieën (de-zogenaamde ariettes) in een gemengde Italiaans-Franse stijl werden geïntroduceerd naast de oude vaudevilles. Geleidelijk verdrongen de ariettes de vaudevilles, tot men tegen het eind van de jaren zestig deze laatste helemaal liet vallen en alle muziek nieuw werd gecomponeerd.

querelle des bouffons
De Italiaanse Buffonisten oogstten grote bijval met opvoeringen van Pergolesi's Serva padrona en andere opere buffe. Rousseau c.s. zagen in deze Italiaanse komische opera's hun ideaal verwezenlijkt. Reeds sinds het begin van de 18de eeuw bestond er in Frankrijk een polemiek tussen voor- en tegenstanders van de Italiaanse muziek. Deze strijd laaide nu hoog op. De medestanders van Rousseau (die in 1753 bovendien een Lettre sur la musique française publiceerde, waarin hij een felle aanval op Lully en Rameau deed) noemden zich bouffonnistes. de polemiek noemt men sindsdien de 'querelle des bouffons'.

Gluck
Toen Gluck, wiens ideaal, mede dank zij Calzabigi en du Rollet, in menig opzicht met de oude tragédie lyrique overeenstemde, te Parijs verscheen met zijn zgn. hervormingsopera's op Franse tekst (Iphigénie en Aulide, 1774, Armide, 1777, Iphigénie en Tauride, 1779, en de Franse bewerkingen van Orfeo en Alceste), ontstond opnieuw een heftige polemiek tussen voor- en tegenstanders, waaraan patriottistische motieven niet vreemd waren. Doch ondanks het naar voren schuiven van de Italiaan Piccini bleef de triomf aan Gluck. Deze had in zijn Franse hervormingsopera's getracht de tragédie lyrique van Lully en Rameau met de eisen van Rousseau c.s. te verzoenen, door meer respect voor het drama te hebben en door zowel natuurlijker recitatieven als pathetischer koren en aria's te schrijven. Zijn werken betekenden zowel het eindpunt van een ontwikkeling die tot Lully terugvoerde als het uitgangspunt voor een nieuwe ontwikkeling, die de ernstige Franse opera zou voeren naar de grand opéra naar Italiaans model van de 19de eeuw. Glucks Franse navolgers (o.a. Méhul, Spontini als verfranste Italiaan) sloegen reeds de weg in die daarheen zou leiden. Toch had, al sinds het midden van de 18de eeuw, de ernstige opera met zijn classicistische allure zijn centrale plaats in het Franse muziekleven verloren; ook Gluck kon daaraan niets veranderen. Had enerzijds de instrumentale muziek dank zij het toenemende concertleven een grote sociologische betekenis gekregen, anderzijds nam het jonge genre van de opéra comique een enorme vlucht. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 10.