kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Poeme-electronique

Het Philipspaviljoen
Voor de wereldtentoonstelling had Philips naar een idee van hun General Art Director Louis Kalff besloten dat het zich zou presenteren met een kunstwerk waarmee het streven naar vooruitgang en technische innovatie op een artistieke manier naar voren werd gebracht. Voor dit project had Philips in eerste instantie architect Rietveld op het oog, maar koos uiteindelijk voor Le Corbusier. De architect was enthousiast, maar verleende zijn medewerking op voorwaarde dat hij zelf mocht bepalen met wie hij zou werken.

Le Corbusier zou van het paviljoen een synthese van architectuur, klank en beeld maken. Zelf wilde hij het interieur ontwerpen, zijn medewerker Yannis Xenakis deed de architectuur van het paviljoen en componist Edgard Varèse zou de klankbeelden verzorgen.

Le Corbusier en Xanakis ontwierpen een welvend, tent-achtig ontwerp dat opgetrokken was uit vijf centimeter dunne platen beton. Een voor die tijd bijzonder gedurfde constructie die nog steeds bewondering oproept. Het basisidee is een maag: aan de ene kant ga je het gebouw in, na de voorstelling ga je er aan de andere kant weer uit.

Objet Mathématique
La Objet Mathématique, een ingenieuze buizenconstructie die op het grasveld voor het Auditorium van de TUE staat, maakte deel uit van het gelijknamige paviljoen waarmee Philips zich in '58 manifesteerde op de Wereldtentoonstelling die toen in Brussel gehouden werd.

Kort voor de opening ziet Le Corbusier een probleem. Het verschil tussen de ingang en de uitgang vindt hij niet duidelijk genoeg. Daarom ontwerpt hij in korte tijd het 'Objet Mathématique', dat als een baken voor de entree dient. Na de wereldtentoonstelling wordt het Philips Paviljoen afgebroken. Het 'Object Mathematique', het enige deel dat daadwerkelijk overblijft van het paviljoen, staat jarenlang bij Philips Lighting in Eindhoven. Het Centrum 'Kunstlicht in de Kunst' geeft het in 1998 in bruikleen aan de TU/e.

Poème électronique
De 75-jarige Varèse (1883 - 1965) toog naar Eindhoven om in het Natlab met hulp van Philips-ingenieurs aan het werk te gaan. De componist bivakkeerde meer dan een half jaar in Eindhoven in een huisje aan de Gagelstraat. Hij knutselde maandenlang met primitieve samples van echte en kunstmatig opgewekte geluiden: klokkengelui, geluiden van transformatoren of spanningsmeters, babygehuil, alles komt in aanmerking. Het resultaat was een acht minuten durende compositie die gebruik maakte van vijftien kanalen. Het stuk werd in het Philips-paviljoen afgespeeld via zo’n vierhonderd (!) speakers. De speakers werden aangestuurd door verschillende telefooncentrales die zorgden dat het geluid als het ware langs de wanden bewoog.

De compositie Poème électronique werd begeleid door een diashow van Le Corbusier die op de metershoge wanden van het paviljoen geprojecteerd werd en de ontwikkeling van de mensheid uitbeeldt met afbeeldingen van de natuur, maskers van oude culturen, wapentuig, kinderen, volwassenen, bejaarden, steden, geboorte, leven en dood.

Vanaf 1956 werkten Le Corbusier en Varese aan wat een Elektronisch Gedicht voor de 20ste eeuw moest worden. Bij de opname van het acht minuten durende stuk ‘elektronische muziek’ dat Le Corbusiers futuristisch klank- en lichtspel moest ondersteunen, kreeg Varese het aan de stok met de klankingenieurs van Philips. Le Corbusier van zijn kant kreeg ruzie met iedereen. Het gevolg was o.m. dat Vareses eigengereide muziek nauwelijks accordeerde met wat er te zien was. Het geheel liet de bezoekers in de grootste verwarring achter. Het Philips-paviljoen werd dan ook in de herfst van 1958 opgeblazen. Officieel omdat het niet op een lang leven was berekend.

Zes miljoen gulden kostte het vooruitstrevende ‘Gesamtkunstwerk’ dat gedurende de Wereldtentoonstelling helaas regelmatig te kampen had met technische problemen. In 1984 wijdde de TUE, toen nog de TH, een tentoonstelling aan La poème électronique. De tentoonstelling bestond onder meer uit een maquette en veel bijzonder materiaal dat na intens spitwerk uit de archieven van Philips naar boven gekomen was. De tentoonstelling werd geopend door architect Xenakis. In die periode werd het Elektronisch gedicht bovendien voor het eerst sinds 1958 opnieuw uitgevoerd in de Eindhovense Stadsschouwburg.

La Objet électronique is in langdurige bruikleen gegeven aan de faculteit Bouwkunde door de stichting ‘Kunstlicht in de Kunst’. In de toekomst gaat La poème wellicht de toegang naar het nieuwe gebouw van de faculteit Bouwkunde markeren. Verder is er in Eindhoven niets meer dat nog herinnert aan het project. Afgezien misschien van het bordje dat de gemeente Eindhoven in juli van het vorig jaar aan de gevel van het huis in de Gagelstraat nummer 38 bevestigde: “In dit huis woonde in 1957/1958 Edgard Varèse (Parijs, 1883-New York, 1965) tijdens de creatie van Poème électronique voor het Philips Paviljoen op de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1958.”

Websites: www.tue.nl, w3.tue.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 20.