kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-01-2009 voor het laatst bewerkt.

Piano

1. [It.], voordrachtsaanduiding in de muziek: Piano betekent 'zacht' en wordt afgekort door "p".
2 [scherts.] zachtjes, rustig
3 (de piano, ~'s) toetsinstrument waarbij de kracht van de hameraanslag tegen de snaren gevarieerd kan worden => tingeltangel

Piano of Vleugel
De piano behoort tot de groep chordofonen (dit zijn instrumenten waarbij het geluid wordt voortgebracht door het in trilling brengen van snaren).
De piano (Duits: das Klavier) is een toetsinstrument met een verticaal staande kast. Dit model is ontwikkeld uit de vleugel in de vroege 19e eeuw en wordt gebruikt omdat het goedkoper is en kleiner. Een vleugelpiano klinkt wel helderder, vooral de laagste snaren, door een gunstiger lengte/dikte/spannings verhouding.

Het toonbereik van de piano is groot en wordt slechts overtroffen door dat van het orgel. De meeste piano's hebben 52 witte en 36 zwarte toetsen, met een bereik A0-C8 of ''A - c''''', zeven octaven plus een kleine terts.

De piano is een veelzijdig instrument dat niet alleen snaren toepast, maar ook een hamerachtige constructie om die snaren aan het trillen te brengen en heeft dientengevolge ook percussie-achtige eigenschappen. Het is tevens een polyfoon instrument, hetgeen wil zeggen dat er een heleboel snaren tegelijk kunnen klinken en dat ook nog over een zeer breed gebied van ruim 7 oktaven. Daarmee zou je eigenlijk kunnen zeggen dat er in die kast vol snaren een compleet orkest zit opgesloten. Anton Rubinstein zei over de piano : "U denkt, mijnheer, dat dit één instrument is ? U vergist zich, mijnheer : dit zijn honderd instrumenten !" Een pianist die techniek heeft, is in staat zijn piano volledig anders te doen klinken in Haydn dan in Brahms dan in Debussy dan in Prokofiev en ga zo maar door.

In een zwaar en stabiel gietijzeren (of houten) raamwerk bevindt zich het snaarwerk met snaren van metaal. De piano is ongeveer 1,2 meter lang.
Het mechaniek van de piano bestaat uit de claviatuur en een hefboomwerk, die de toetsdruk doorgeeft aan hamertjes, die met vilt zijn bekleed en circa vier tot acht gram wegen. Die slaan de snaren van het instrument aan en doen ze trillen. Bij elke toets horen één of meerdere snaren. Hoe hoger het aantal trillingen per seconde, des te hoger is de toon; hoe verder de snaar uitspringt, des te harder klinkt de toon. De circa tien millimeter dikke klankbodem versterkt het trillen van de snaren nog. Als de toets wordt losgelaten, springt een vilten dempertje tegen de snaren aan, zodat het geluid wordt afgedempt en de toon niet blijft doorklinken. In het hoogste gebied zijn er geen dempers.

pedalen
Normaal gesproken heeft de piano twee pedalen:
- Het rechterpedaal zorgt voor de opheffing van de snaardemping, zodat de snaren tegelijkertijd kunnen trillen. men noemt dit met pedaal spelen.
- Het linkerpedaal verkort de afstand van de hamertjes tot de snaren. Dat heeft een vermindering van de geluidssterkte tot gevolg. men noemt dit met una corda spelen. Bij een vleugelpiano zorgt dit pedaal er namelijk voor dat de hamers in plaats van de twee of drie snaren per toets er nog maar een of twee raken, wat een minder volle klank geeft. Als het pedaal opnieuw in de oorspronkelijke positie gebracht wordt, heet dit tre corde, wat 3 snaren betekent.
- Een eventueel derde (middelste) pedaal bij een piano is het moderatorpedaal of studiepedaal. Dit plaatst een viltstrook tussen de hamertjes en de snaren zodat men kan spelen zonder te veel geluidsoverlast te veroorzaken. Sommige vleugelpiano's hebben deze optie ook maar dan door aan een hendeltje te trekken. Het instrument lijkt door deze terchniek echter zwaarder te gaan spelen en muzikale nuances zijn minder goed mogelijk.
Sinds enige jaren bestaan er piano’s voorzien van een systeem waarmee het instrument in een ‘Silence mode’ gezet kan worden. Hierdoor kan de akoestische piano of vleugel in een handomdraai ook via hoofdtelefoon bespeeld worden. De bespeler kan zo het instrument bespelen zonder iemand te storen.
- Een eventueel derde (middelste) pedaal bij een vleugel is het sostenutopedaal, dat alle snaren door laat klinken waarvan de toets is ingedrukt op het moment dat het pedaal wordt ingedrukt.

Stemmen
Het stemmen gebeurt door het verdraaien van de stempennen, waaraan de snaren vastzitten. Hierdoor verandert de spanning en dus de toonhoogte van de snaar. De verdeling van de twaalf tonen binnen een octaaf heeft Pythagoras al hoofdbrekens gekost omdat de zuiverklinkende frequentieverhoudingen van een octaaf (2:1) en kwarten en kwinten (2:3 en 3:4) wiskundig niet verenigbaar zijn. Dit leidde tot veel verschillende stemmingen, die deze fout op verschillende manieren probeerden weg te werken. In de tegenwoordig gebruikte gelijkzwevende stemming wordt deze fout gelijkmatig verdeeld.

Vleugelmechaniek
Het vleugelmechaniek heeft een andere constructie dan een pianomechaniek, waarbij de zwaartekracht van de hamer een belangrijke rol speelt. In principe kun je op een vleugelmechaniek meer controle uitoefenen op de klank, waardoor de dynamische mogelijkheden groter worden. Tevens de repetitie (terug komen van de hamer waardoor je sneller kunt spelen) is van het vleugelmechaniek sneller. De uiteindelijke kwaliteit is afhankelijk van o.a. de juiste berekeningen, materiaalgebruik en vakmanschap.
De lengte van een vleugel is bepalend voor de klank. Hoe groter de piano, hoe groter de zangbodem en besnaring hoe 'groter' de klank. Daarmee is lengte van de vleugel nog geen kwaliteitsoordeel, deze worden ook door andere belangrijke factoren bepaald.
De lengte wordt aangegeven in centimeters of door middel van 'termen' nl: Babyvleugel, Salonvleugel, Kleine concertvleugel, Semi-concertvleugel en Concertvleugel.

historie
De piano is ontwikkeld vanuit een citer waar een klavier aan werd toegevoegd. Dit leidde tot het klavichord, psalter en klavecimbel en vervolgens de pianoforte.

Een andere voorloper waarbij de snaren wél werden aangeslagen was de duizenden jaren oude dulcimer of santur. Hierbij werden meerdere snaren tegelijk door een soort houten lepels beroerd. Een midden-Europese ontwikkeling leidde tot de grotere cimbalom.

Christofori's pianoforte

De pianoforte (~s) 18e-eeuwse piano => fortepiano
De eerste bruikbare resultaten bij de ontwikkeling van het zogenaamde hamermechaniek boekte de Italiaan Bartolomeo Christofori omstreeks 1709 in Florence met de pianoforte (dit was een vleugelmodel). Het instrument werd ook cembalo a martelli (Ital., = hamerklavier) genoemd.
Bartolomeo Cristofori wilde een toetsinstrument produceren, dat meer op de aanraking van de speler reageerde dan het klavecimbel (op dit instrument kon je de geluidsterkte niet beïnvloeden, dus van hard naar zacht was niet mogelijk). Op de pianoforte (piano=zacht, forte=sterk) kon je de geluidsterkte wel beïnvloeden, door de toets zachter of harder aan te slaan, en was een repeterende aanslag mogelijk.

De pianoforte bood de bespelers een geheel nieuwe uitdaging. Deze ontdekking maakte het mogelijk dat je op dit toetsinstrument in grote mate expressief kunt spelen. Niet langer maakte voornamelijk vingervlugheid deel uit het van het spel, maar ook expressie en klankkleur werden een belangrijk onderdeel.

De hakkebordvirtuoos Pantaleon Hebenstreit, Christoph Gottlieb Schröter uit Dresden en ook Jean Marius uit Parijs werkten geheel zonder succes aan een verdere ontwikkeling van deze hamertechniek.
Ook de poging van de bekende instrumentbouwer Johann Gottfried Silbermann uit Saksen om het stootmechaniek van het Cristofori-model te verfijnen, liep aanvankelijk op niets uit. Pas in 1743 lukte het hem, het mechaniek wezenlijk te verbeteren, wat ook door Johann Sebastian Bach lovend werd erkend. Gottfried Silbermann werkte het principe van de Stossmechanik uit (waarbij een opstoter de hamer tegen de snaren doet slaan).

Joh. Christian Bach is de eerste geweest die te Londen in 1768 tijdens een openbaar concert het hamerklavier bespeelde. In zijn werken vindt men de stijlkenmerken van de nieuwe klaviermuziek: Albertijnse bassen, het zingende allegro, een contrasterend tweede thema, minder versieringen. Zijn invloed op Mozart is zeer groot geweest.

Een verdere vooruitgang van het hamermechaniek van Silbermann werd door John Broadwood te Londen geboekt. Die als Engels mechaniek aangeduide verfijning van de instrumentenbouw leverde de basis voor het tot op de dag van vandaag gebruikte pianomechaniek.
In Frankrijk werd de de techniek verder verfijnd tot de thans in principe nog algemeen toegepaste repetitiemechaniek (méchanique à double échappement), in 1822 te Parijs ontworpen door Sébastien Érard, waardoor het snelle herhalen van een zelfde toon mogelijk werd.

Om tot de hedendaagse piano te komen werden nog tal van andere nieuwe technieken gebruikt. Zo werden er dikkere snaren gebruikt om het instrument meer volume te gegeven. Tevens werden de hamerkoppen groter en werd de toetsomvang uitgebreid. Dit alles deed de krachten op het nog houten frame enorm oplopen. Na tal van experimenten deed daarom omstreeks 1820 het gedeeltelijke gietijzeren frame z'n intrede.

Een belangrijke stap in de ontwikkeling van de piano was voorts de uitvinding van het kruissnarige systeem door A. Babcock in 1830. Nadat Steinway & Sons (New York) er in 1855 de definitieve vorm aan hadden gegeven, werd dit systeem algemeen ingevoerd.

Steinway & Sons
In 1867 introduceerde Steinway & Sons op een tentoonstelling in Parijs een nieuw type vleugel, waarmee het een medaille won. Deze vleugel was o.a. kruissnarig en had een gietijzeren frame. Al snel bouwde veel fabrikanten dit principe na en daarmee was een nieuwe standaard gezet.

Belangrijke pianisten/componisten: C.Ph.Em. Bach, Joh. Christian Bach, Haydn, Mozart, M. Clementi, Beethoven, C. Czerny, C.M. von Weber, F. Schubert, Mendelssohn, Grieg, Schumann, John Field, Chopin, Rob. Schumann, Franz Liszt, Joh. Brahms, M. Moessorgski, A. Skrjabin, S. Prokofjev, D. Sjostakovitsj, G. Fauré, C. Debussy, M. Ravel, Strawinsky, B. Bartòk, P. Hindemith, A. Schönberg

De piano komt in de 19e eeuw tot grote bloei en wordt het huisinstrument bij uitstek. Hij wordt gebruikt als solo- èn als begeleidingsinstrument. In de Verenigde Staten werd de piano het universele muziekinstrument bij uitstek in veel woonkamers, in de vele kerkjes op het platteland en daarnaast in vermaakshuizen, van danslokalen tot bordelen. De opkomst van de populaire ragtime, van latere pianostijlen als boogie woogie en stride en de acceptatie in de de swingbands vanaf 1920 maakte dat de pianofabrieken op volle toeren draaiden.

Bronnen: www.digischool.nl, www.muziekindex.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 320.