kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Per Norgard

Per Nørgård



Per Nørgård geboren Gentofte 13 juli 1932
Deens componist

tekenen en muziek
Nørgård begon op zijn zevende jaar piano te spelen en begon al vroeg te improviseren en te componeren. Hij had ook een tekentalent en een aantal jaren richtte hij zich hierop. Nørgård maakte "tecnis", cartoons op muziek, hij maakte de tekeningen en componeerde de muziek en zijn oudere broer Brent schreef de teksten. Hij was toen 11 jaar. Toen hij 16 jaar was moest zijn broer Brent in dienst en wilde Per geen cartoons meer maken.

Vaghn Holmboe
Nørgård besloot zich alleen nog aan compositie te wijden. In 1949 op zijn zeventiende jaar schreef hij zijn eerste pianosonata en bijna al zijn vrije tijd besteedde hij aan compositie. Omdat hij meer wilde leren over compositie, ging hij in 1949 naar Vagn Holmboe om te vragen of deze hem als privéleerling aan wilde nemen. Holmboe stemde toe en Nørgård nam privélessen in compositie bij Vagn Holmboe, totdat hij in 1951 toegelaten werd aan de Koninklijke Deense Academie voor muziek in Kopenhagen. Hij bleef privéleerling van Vaghn Holmboe.

muziekstudies
Nørgård studeerde aan de Koninklijke Deense Academie van 1952 tot 1955, zijn belangrijkste vak was compositie en zijn leraar Vagn Holmboe. Voor muziektheorie studeerde hij bij Finn Høffding, piano bij Herman D. Koppel, muziekgeschiedenis bij Bjørn Hjelmborg en solfège bij Svend Westergaard.

de conservatieve academie
In zijn studietijd componeerde hij belangrijke werken als de eerste piano sonata, Solo intimo op. 8 voor cello en de koorsuite Aftonland op een tekst van Pär Lagerkvist. Hoewel de academie vrij conservatief was en veel nieuwe componisten negeerde, had Nørgård veel succes. De hele Schönberg school, de Amerikaanse componisten, Messiaen en Boulez uit Frankrijk, Stockhausen, Cage en vele anderen wist men niets over of werd niet over gepraat.

Sibelius
In 1953, na de eerste uitvoering van Holmboe's Sinfonia boreale, werd zijn interesse in Jean Sibelius van grote invloed. Nørgård bestudeerde alle partituren en verzamelde alle opnamen van de muziek van Sibelius. Hij ontdekte dat het idee van vormveranderingen, dat een centrale rol speelt in Holmboe's muziek, al in volkomen ontwikkelde vorm te vinden was in de muziek van Sibelius. Het bestaan van verscheidene onafhankelijke niveau's in de muziek, het afwisselen tussen voorgrond en achtergrond en zelfs het idee van hierarchie zelf, dit alles vond Nørgård in de muziek van Sibelius. In november 1954 schreef Nørgård een brief aan Sibelius waarin hij toestemming vroeg zijn nieuwe koorwerk, Aftonland op. 10, aan Sibelius op te dragen. Sibelius stemde toe en kreeg later de partituur toegezonden.

Aftonland
Nørgård's werken kregen goede kritieken en Aftonland op. 10 werd voor het eerste uitgevoerd op 19 oktober 1955 door het Madrigaal Koor van de Academie voor Muziek onder directie van Niels Møller, op een concert met werken van jonge Scandinavische componisten, georganiseerd door de studenten van de Muziekacademie. De muziekcriticus van de krant noemde Nørgård het grootste Deense muziektalent sinds Viggo Bentzon.

Vlak na zijn laatste examen trouwde Nørgård met Anelise Brix Thomsen. Zij kregen twee kinderen.

Parijs en Nadia Boulanger
Op aanbeveling van Vaghn Holmboe en met een beurs vertrok Per Nørgård in 1956 naar Parijs om bij Nadia Boulanger te studeren. Hij woonde van januari 1956 tot mei 1957 met zijn vrouw in Parijs. Nørgård ontving de Lili Boulanger prijs, waarmee zij hun verblijf konden financieren.
Het was daar voor hem echter geen rozengeur en maneschijn. Nadia Boulanger bekritiseerde de jonge componist om zijn provincialisme, wat Nørgård zeer kwetste.
In Parijs werd hij geconfronteerd met een gesofisticeerde levensstijl, vooral onder de concertgangers van de nieuwe "schandaal muziek" van Cage, Tudor en anderen, een geaffecteerde en oppervlakkige levensstijl die Nørgård verafschuwde. In deze tijd schreef hij zijn meest Noordse werken, en voelde zich als een spirituele banneling.

docent en criticus
Van 1958 tot 1961 was Nørgård verbonden als docent aan de Funen Muziekacademie in Odense. Van 1961 tot 1965 was hij ook docent aan Koninklijke Deense Academie voor Muziek. Voorts was hij van 1958 tot 1962 muziekcriticus voor de krant 'Politiken'. Vanwege het conservatisme van de Koninklijke Deense Academie voor Muziek besloot Nørgård in 1965 hier ontslag te nemen en aan de Jutland Academie voor Muziek te gaan doceren, waarbij hij zijn leerlingen meenam. Hier floreerde de nieuwe muziek. Nørgård bleef lesgeven naast het componeren, totdat hij in 1995 met pensioen ging als professor compositie aan de Jutland Academie voor Muziek.

De Europese avant-garde
Nørgård besloot om samen met drie andere jonge Deense componisten een reis te maken naar de ISCM Wereldmuziekdagen in Keulen om de Europese avant-garde muziek beter te leren kennen. Er werden vele werken uitgevoerd, die later moderne klassiekers zouden worden, waaronder: de opera Wozzeck van Alban Berg, Anagrama van Mauricio Kagel, Kontakte van Stockhausen, Pli selon pli van Pierre Boulez, Apparitions van Ligeti en vele andere werken. Na hun terugkeer uit Keulen besloten ze een studiegroep op te richten, gefocussed op nieuwe ideeën en technieken, waar nog veel meer componisten aan mee deden. Ze kwamen 1 keer week samen om te discussiëren over, te bestuderen en te luisteren naar werken en ze zorgvuldig te analyseren.

amateurmuziek
Per Nørgård schreef naast zijn 'complexe' werken, ook werken voor musici met begrensde vaardigheden, als amateurs, kinderen en jonge mensen. In de vroege jaren '60 schreef hij vooral muziek voor scholen, of muziek die op een of andere manier te maken had met kinderen. Later aan het eind van de jaren '70 schreef hij een aantal 'open werken', die alle soorten solozangers, koren, musici en dansers bij elkaar brachten in een gezamenlijke muzikale inspanning. Deze muziekwerken waren open in de zin van instrumentatie, lengte en vaak wat betreft de vorm.
Een vroeg voorbeeld is Dommen (Het Oordeel) een theatraal oratorio voor jonge mensen, gecomponeerd in 1962. Het libretto was geschreven door zijn broer Brent Nørgård. In 1960 had hij al een kinder oratorio gecomponeerd Det skete i de dage (En het gebeurde in die dagen), ook hiervoor schreef Brent het libretto. Deze samenwerking met zijn broer resulteerde in 1963 in zijn eerste opera Labyrinten.

Eugene Ionesco
In 1964 vroeg de Franse toneelschrijver Eugene Ionesco aan Nørgård om de muziek te schrijven voor een ballet van hem. Het werk was een opdracht van de Deense Omroepvereniging, die zijn veertigjarig bestaan vierde. Het ballet werd over heel Europa op de TV uitgezonden. Het ballet, getiteld Den unge mand skal giftes (De jonge man moet trouwen), een absurdistisch drama, waarvan de muziek een collage van allerlei verschillende stijlen is, was direct voor televisie geproduceerd en werd op 2 april 1965 uitgezonden. In datzelfde jaar kreeg Nørgard de Deense Ballet en Muziekfestival Prijs. Tegelijkertijd moest hij een opdrachtwerk afmaken voor de Zweedse Radio, het werk Prisme, voor drie solostemmen en een ensemble.

experimenten
In de jaren 1965-66 schreef Nørgård vooral muziek voor speciale momenten of doelen. Muziek voor de film Den røde kappe, voor een radio hoorspel, een collectieve compositie met zijn collega's, muziek voor een pantomime en muziek voor amateurs, waaronder Babel, een podiumwerk, waarin de spelers het basisidee zelf kunnen bewerken. Ook in 1966, trouwde hij voor de tweede keer, ditmaal met Helle Rahbæk.

nieuwe composities
Behalve het componeren van meer open en experimentele werken, begon Nørgård een soort muziek te ontwikkelen die zijn muziekrichting voor lange tijd zou bepalen. Iris (1966-67) een groot orkestwerk, introduceerde een periode, waarin zijn muziek zich zou concentreren op sonoriteit: klanken en de perceptie van klanken. Elk gedeelte heeft zijn eigen duidelijke melodie en motief, maar er zijn zoveel delen dat dat resulteert in een iriserend akoestisch patroon met langzaam veranderende fraseringen. Het werk werd voor het eerst uitgevoerd op 19 mei 1967 en in datzelfde jaar werd Nørgård, de Harriet Cohen Medaille voor balletmuziek toegekend.

Luna, voor orkest uit 1967 is melkwit, slechts zelden duidelijk en altijd vol geheimen, in tegenstelling tot Iris, dat iriserend als een regenboog is. In zowel Iris als Luna gebeurt weinig, de muziek is totaal niet dramatisch. Aan de andere kant is er een volkomen nieuwe en niet eerder vertoonde diepte in de muziek, alsof je in een driedimensionaal schilderij loopt.

Dezelfde vorm van experiment komt terug in Grooving, een werk voor piano uit 1967-68, en in nog grotere mate in Voyage into the Golden Screen, een werk voor kamerorkest uit 1968.

Californië
In 1970 reisde Nørgård naar de V.S. Hij bracht de meeste tijd door in Californië, waar hij was uitgenodigd om te doceren over zijn muziek. Een Amerikaanse collega regelde een aantal concerten en lezingen. Voorts werd zijn muziek uitgezonden op de radio gedurende de twee maanden dat hij in de V.S. was en componeerde hij. Nørgård voltooide een werk voor kamerorkest Arcana in San Francisco.

Voor zijn reis naar Amerika was Nørgård in Rome geweest, waar hij zijn Tweede Symfonie had voltooid. In deze symfonie ontwikkeld hij zijn ideeën uit Voyage op nog grotere schaal. Het werd uitgevoerd in 1970, herzien en uitgevoerd in 1971 en nog vele malen daarna.

In de zeventiger jaren was er niet allen geld voor cultuur maar ook de wil om het te promoten en vooral de nieuwe muziek. Nørgård was voorzitter van de Vertegenwoordigende Commissie van de nationale muziekraad van 1971-75.

Kalendermusik
Kalendermusik, een opdracht van de Deense Omroep, werd voltooid in 1970. Het stuk zou gebruikt worden als achtergrond voor het testbeeld van de Deense televisie. Een stuk electronische muziek, dat de loop van de seizoenen uitbeeldde en dat gebaseerd was op de oneindigheid series, waardoor iedere nieuwe gedeelte van de muziek zijn eigen identiteit kreeg.

De muziek volgde een doorgaande loop van het jaar volgens een patroon waarin de natuurprocessen worden gereflecteerd in klank volgens een gedetailleerd plan.
Er was een nieuw stuk muziek voor iedere dag van het jaar en het zou een interessante ervaring voor de kijkers zijn geweest om het voorbijgaan van het jaar op deze manier vertaald te zien in muziek.

De meeste mensen wilden dit echter niet. Kalendermusik beleefde zijn televisiepremière op 21 maart 1973, maar enkele maanden later moest het project opgegeven worden vanwege protesten van de kijkers. Er was veel discussie in de krantencolumns en op de radio en de tv. Nørgård stond plotseling in het middelpunt van een debat, dat in vele kringen furore maakte. Nørgård nam deel aan dit debat en in een aantal intervieuws legde hij in detail de ideeën achter Kalendermusik uit.

Gilgamesh
Nørgård's opera, Gilgamesh, werd uitgevoerd op het moment dat het debat over interval muziek zijn hoogtepunt bereikt had. Hij had het werk, een opdracht van de Academie van Opera in Stockholm, voltooid in 1972, het werd echter voor het eerst uitgevoerd door het Jutland Operagezelschap, geproduceerd door Eske Holm en Nørgård zelf. De première vond plaats in de Riisskov County Grammar School op 4 mei 1973. De uitvoering werd goed ontvangen en in 1974 werd Nørgård geëerd voor zowel zijn opera als zijn werk als componist in het algemeen met de Nordic Council Music Award. In datzelfde jaar werd de opera uitgevoerd in Stockholm. De ere-ceremonie vond plaats in Stockholm.

Tegen deze tijd was Nørgård een belangrijke publieke figuur en werd hij uitgenodigd voor een soirée aan het hof.

de Derde Symfonie
Van 1972 tot 1975 werkte Nørgård aan zijn grootste project de derde symfonie, weer een opdracht van de Deense Omroep, wiens directeur, Mogens Andersen, een groot aanhanger van de nieuwe muziek was. Nørgård had de zekerheid dat het stuk tweemaal uitgevoerd en uitgezonden zou worden. Hij kreeg de gelegenheid delen van het stuk te repeteren met het Radio Symfonie Orkest, terwijl hij aan het componeren was.
Het was echt een 'werk in uitvoering': Nørgård kon aan de klank van zijn compositie werken met het orkest; de musici kregen een inkijk in de manier waarop de componist werkte. Televisiekijkers konden dit proces volgen, omdat sommige repetities opgenomen en uitgezonden werden.

De Derde Symfonie was voltooid op 25 mei 1975 en ging in première op 2 september 1976. Het werk riep grote interesse op en de kritieken waren goed, soms zelfs lyrisch. Nørgård schreef tijdens het componeren een lang verslag van het werk, waarin hij uitlegde hoe de muziek zich ontwikkeld had. De Derde Symfonie markeerde het hoogtepunt van Nørgård's hiërarchische fase en was een mijlpaal in de muziekgeschiedenis in Denemarken. Hoewel het werk complex is, streeft het naar esthetische schoonheid; het werk is goed uitgebalanceerd, terwijl delen ervan bijna chaotisch klinken, omdat er zoveel dingen tegelijkertijd gebeuren. Het is melodieus en helder en toch behoudt het een aura van geheimzinnigheid en mysterie. Het werk is op vele gelegenheden uitgevoerd.

conflict als idee
Na de derde symfonie bewoog Nørgård's creativiteit zich in andere onverwachte richtingen. Hoewel zijn muziek zich, in de jaren tot aan de derde symfonie, volledig had ontwikkeld in de hiërarchische wereld, richtte hij zich in zijn nieuwe composities tot het idee van het conflict. Zijn vroegere muziek bevatte ook wel een element van conflict; maar in het hiërarchische systeem sluiten alle delen ineen zijn in context, terwijl onze normale menselijke reactie op conflict, lijden en absurdisme, het gevoel is dat dingen uiteenvallen, uit de context raken en niet langer georganiseerd kunnen worden als een systeem of 'weggeharmoniseerd' kunnen worden.

Nørgård heeft voortdurend gestreefd om de volle potentie uit zijn muziek te halen en conflict, lijden en absurdisme vormen een deel van het gehele plaatje. Zijn probleem was nu hoe in de hiërarchische wereld te blijven en toch zulke elementen als conflict, lijden en absurdisme uit te beelden.

Siddharta
Dit probleem werd duidelijk in Nørgård's belangrijkste opera Siddharta, gecomponeerd in de periode 1973-79. Hij begon er al aan terwijl hij nog volop bezig was met de derde symfonie. Hij wilde al lang een opera schrijven, van een mystieke religieuze aard en dacht erover deze te baseren op de figuur van Jezus. Na de ontmoeting met Ole Sarvig, koos Nørgård ervoor om te werken aan het verhaal van de jonge prins Siddharta, wiens vader hem bedroog in het geloof dat er een paradijselijke wereld bestond waarin lijden niet bestond. Siddharta doorzag het bedrog, verliet zijn vaders hof en zeilde de wereld in, waar hij te zijner tijd wijsheid vergaarde en later de Buddha werd.

Nørgård's samenwerking met Ole Sarvig in het schrijven van de tekst veranderde in een vreemd en ongewoon proces waarin geen van beiden de volledige credits wilden voor het geschrevene.

De totale instorting van de hoofdfiguur is het beslissende moment in de opera, maar tijdens de eerste uitvoering in 1983 in Stockholm werd daar min of meer in stilte aan voorbijgegaan, gewoon omdat Nørgård niet in staat was een stuk muziek te componeren dat zulk een totale ineenstorting kon uitbeelden. Een criticus schreef: "Hier hebben we Per Nørgård de componist, die opgeeft in het gezicht van de verlangens van Per Nørgård de man". De componist zelf was ook niet tevreden over dit gedeelte en later in 1983 componeerde hij hiervoor een nieuwe aria. Het heette Formørkelse (duisternis valt) en was gebaseerd op een tekst van Adolf Wölfli. Ole Sarvig was het jaar daarvoor overleden. Siddharta werd uitgevoerd in Kopenhagen in 1987.

Maria Lalander maakte de choreografie voor Siddharta. De succesvolle samenwerking met Maria Lalander duurde vele jaren en omvatte werken als Det Guddommelige Tivoli en verscheidenen dansuitvoeringen (vooral op Saltlageret in Kopenhagen) in de tachtiger jaren.

Adolf Wölfli
In 1979 werd Nørgård geconfronteerd met de werken van de schizofrene kunstenaar Adolf Wölfli, waardoor hij nog sterker het gevoel kreeg dat de grenzen van zijn muzikale expressie moesten uitbreiden. In de Louisiana Kunstgalerie was een tentoonstelling getiteld 'Outsiders', waar werken van beroemde artiesten werden getoond die geestesziek waren geweest. Deze tentoonstelling maakte een diepe indruk op Nørgard, die hier het opgekropte conflict van innerlijke spanningen zag uitgebeeld in een grote verzameling teksten en afbeeldingen.

Hierdoor werd Nørgård geïnspireerd om spontaner en minder systematisch te componeren. De inspiratie van Wölfli leidde tot een groot aantal composities, waarvan sommige de populairste die hij ooit schreef: het koorwerk, Wie ein Kind (Als een kind), uit 1980; het percussiewerk, I Ching, uit 1982; en de Wölfli opera, Det guddommelige Tivoli (Het Goddelijke Circus) uit 1982, dat verschillende fasen uit Wölfli's leven uitbeeldde in de vorm van een soort revue.

Hoewel Nørgård overging op een meer spontane stijl van componeren, verliet hij de hiërachische technieken niet geheel. Alle drie bovenstaande werken bevatten delen waarin deze technieken zijn gebruikt, maar ze vormen delen van grotere contexten die niet langer hiërarchisch gestructureerd zijn.

In 1982 werd de componist 50 jaar en werden in dit verband twee belangrijke boeken gepubliceerd: Ivan Hansen redigeerde een aantal artikelen, Per Nørgård artikler 1962-82 en Birgit Bjørnum publiceerde een complete lijst van Per Nørgård's composities.

Instrumentale concerten
In de tachtiger jaren schreef Nørgård instrumentale concerten, waaronder Between, voor cello en orkest, Remembering child voor altviool en orkest en Helle Nacht (Heldere Nacht) voor viool en orkest. Vooral de laatste twee werken zijn vaak uitgevoerd. Over Helle Nacht, dat veel interessante vernieuwingen bevat, zijn een groot aantal artikelen geschreven.

Nørgård was voorzitter van het bestuur van de muzikale kunsten onder de Nationale Stichting van de Kunsten van 1983-86. Er werd hem in 1987 de Wilhelm Hansen Family Scholarship toegekend en de Henrik Steffens Award in 1988.

De Vijfde Symfonie
Nørgård's symfonieën markeren vaak een hogtepunt van een periode van ontwikkeling. Dit geldt voor de Tweede Symfonie, de Derde Symfonie en in mindere mate voor de Vierde Symfonie, die in 1981 gecomponeerd werd in het begin van de Wölfli fase.

De Vijfde Symfonie werd gecomponeerd in de jaren 1986-1990 en is een groot werk dat 40 minuten duurt. De Derde Symfonie duurt 50 minuten, terwijl de Tweede en de Vierde Symfonie korter dan 30 minuten duren. De Vijfde Symfonie was weer een opdracht van de Deense Omroep. Het is een moeilijk werk, waarvan de tonen vaak onvoorspelbaar en zelfs dreigend zijn. Er zit ook een grote portie muzikale humor in en het gebruikt vrijwel alle beschikbare tonale effecten. De eerste uitvoering van de vijfde symfonie vond plaats in december 1990 op een 'Donderdag Concert', waar de vijfde symfonie van Sibelius zowel als die van Carl Nielsen ook werd uitgevoerd. Het feit dat de eerste uitvoering van zijn symfonie plaatsvond naast de uitvoering van twee van zulke belangrijke werken, was een eer op zich en toonde aan dat Nørgård nu als een 'modern classic'.

Ter gelegenheid van Nørgård's 60ste verjaardag was er een groot festival concert in de Tivoli Concert Zaal, werden er talrijke krantenartikelen geschreven, waren er radio uitzendingen etc.

De Sonning Award, 1996
Eén van de hoogtepunten in Nørgård's carriére was de uitreiking in 1996 van de Leonie Sonning Music Award. De presentatie van zulke prijzen trekken veel publieke aandacht, er waren verscheidene tv-programma's over Nørgård's muziek en verschillende radio-uitzendingen waren gewijd aan de prijswinnaar van het jaar. Verder schreven de Deense kranten lange artikelen over deze gebeurtenis. Anderen die de Sonning Award gewonnen hebben waren, Stravinsky, Miles Davis, Boulez, Ligeti enz.

Op het concert van de award ceremonie werd Nørgård's piano concerto, Concerto in due tempi uit 1996 voor het eerst uitgevoerd, voorts werd er een collectie artikelen in het Engels gepubliceerd in een boek getiteld The Music of Per Nørgård. Aan het boek werkten 14 verschillende auteurs mee die verschillende kanten van Nørgård's oeuvre onderzochten, Anders Meyer (hoofdredacteur van Dansk Musiktidsskrift) redigeerde het boek en Nørgård zelf schreef een verslag van zijn vroege kindertijd en opvoeding in Kopenhagen. Er staan veel illustratie in het boek, waaronder foto's uit zijn kindertijd en het bevat een CD met voorbeelden van zijn muziek. Ook in 1996 werd Nørgård gekozen tot erelid van de ISCM.

Nuit des hommes
Nuit des hommes, deze kameropera werd voor het eerst uitgevoerd in september 1996 in Albertslund en handelt over de gruwelijkheden van de Eerste Wereldoorlog. De titel Nuit des hommes kan twee dingen betekenen, "De nacht van de mensheid" of de "De nacht van de mannen", de muziek is donker en dramatisch, een enorm contrast met het luchtige piano concerto van enkele maanden eerder.

Tijdens de 'Musikhøsten' (Oogst van Muziek) in Odense in 1997 was Nørgård één van de belangrijke namen op het festival. Uitgevoerd werden zijn: nieuwe percussieconcert Bach to the Future en zijn nieuwe Strijkkwartet nr. 8.

Veel van Nørgård's werken zijn moderne klassiekers geworden, waaronder het viool concerto Helle Nacht.

Op 6 januari 2000 werd op het 'Donderdag Concert' de zesde symfonie, getiteld At the End of the Day (1997-99, duur 36 minuten), van Nørgård voor het eerst uitgevoerd, samen met Tapiola van Sibelius en het klarinet concerto van Carl Nielsen.

Bron: www.pernoergaard.dk


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 310.