kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Parijse chanson

Zie chanson.

Parijse chanson
Zoals de mis altijd in het Latijn werd opgedragen, zo was het Frans de taal van het chanson. In het begin van de zestiende eeuw bleven componisten in Frankrijk missen en motetten schrijven in een iets afwijkende versie van de internationale stijl, maar in het chanson ontwikkelde zich aan het begin van de eeuw en tijdens de lange regeerperiode van Frans I (1515-1547) een stijl die qua tekst én muziek werkelijk nationaal te noemen is, het zgn. Parijse Chanson, dat voornamelijk liefdes- en drinkliederen omvatte. Dit chanson is minder polyfoon van opzet (dit is waarschijnlijk ook een Humanistische invloed: verstaanbaarheid van de tekst vereist een andere compositie-stijl dan het polyfone stemmenweefsel) en maakt de indruk meer vanuit akkoorden te zijn gecomponeerd. Er komt nog wel imitatie-techniek in deze compositie voor, maar verstaanbaarheid van de tekst door een duidelijke indeling in frasen en door programmatische invloeden, maken een duidelijk nieuwe tendens in de muziek van de zestiende eeuw merkbaar.

Pierre Attaingnant
Dat nieuwe type chanson was ruim vertegenwoordigd in de uitgaven van de eerste Franse muziekdrukker Pierre Attaingnant, die tussen 1528 en 1552 in Parijs meer dan vijftig chansonbundels uitbracht, alles bij elkaar zo'n 1500 composities. Andere drukkers volgden al spoedig het voorbeeld van Attaingnant. De populariteit van het chanson blijkt ook uit de honderden transcripties, voor luit en voor zang met luitbegeleiding, die in de loop van de zestiende eeuw in Frankrijk en Italië zijn uitgebracht.
De chansons in de eerste bundels van Attaingnant lijken in veel opzichten op de Italiaanse frottola's en canti carnascialeschi: lichtvoetige, snelle, sterk ritmische liederen in een vierstemmige, syllabische zetting. Verder zien we veel herhaalde noten en overwegend binaire metra met incidentele passages in ternair metrum. Homofonie overheerst en de melodie ligt meestal in de bovenste stem, maar dat sluit korte imitatieve passages niet uit. De chansons hebben korte, duidelijk gemarkeerde secties die gewoonlijk worden herhaald in makkelijk herkenbare patronen zoals AABC of ABca Verder wordt de structuur van de tekst verduidelijkt doordat het eind van elke regel wordt benadrukt met relatief lange tonen, cadensen en/of toonherhalingen. Vorm en inhoud van de teksten variëren, maar liefdesscènes zijn een geliefd onderwerp dat de dichter gelegenheid geeft tot allerlei speelse commentaren en dubbelzinnigheden. Overigens waren niet alle chansonteksten even frivool.
De twee belangrijkste componisten van chansons uit de bundels van Attaingnant waren Claudin de Sermisy (1490-1562) en Clément Janequin (ca 1485 -1560). Vooral de laatste was buitengewoon populair vanwege zijn programmatische chansons, die wel iets weghebben van Italiaanse caccia's.

De belangrijkste uitgevers van chansons in de eerste helft van de zestiende eeuw waren Attaingnant en een aantal anderen in Parijs, Jacques Moderne in Lyon (publicerend tussen 1532 en 1560) en Tielman Susato in Antwerpen (tussen 1543 en 1555 uitgever van veertien bundels).

Clement Janequin (1485-1558) is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van deze nieuwe, onder invloed van het Humanisme opkomende compositie-stijl. Kenmerkend voor zijn stijl is de vaak voorkomende niet-muzikale geluiden-imitatie (bv. vogelgeluiden).


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 36.