kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Orkest de Volharding

Orkest De Volharding

Nederlands oudste 'gedemocratiseerde' orkest,

orkest is in 1972 opgericht door de componist Louis Andriessen (1939) met klassieke en jazz-musici als saxofonist Willem Breuker en bestond in de beginjaren onder meer uit Toon van Ulsen, Willem van Manen en Bernard Hunnekink.
De oprichting van De Volharding was een van de uitvloeisels van de Notenkrakeracties tegen het gevestigde muziekbestel in de tijd dat het oorlog was in Vietnam.

1972 Louis Andriessen, De Volharding (= Perseverance)
Orkest de Volharding ontstond als wapen in de strijd die in de jaren '70 werd gevoerd tegen een vastgeroeste orkestpraktijk. In 1972 richtte Louis Andriessen samen met Willem Breuker het blaasorkest op. In het voorjaar van 1972 brachten zij een aantal musici uit de geïmproviseerde en de klassieke muziek bijeen om Andriessens gelijknamige compositie De Volharding uit te voeren. Op 12 mei vond in het Amsterdamse Theater Carré de eerste uitvoering plaats tijdens een gedenkwaardig, rumoerig concert. Daarna werd besloten met het ensemble door te gaan aan het front van de nieuwe muziek.

De volharding : voor piano, 3 saxofoons, 3 trompetten en 3 trombones: (1972)
Amsterdam : Donemus cop. 1972. In opdracht van de Stichting Cultuurfonds Buma.
Opgedragen aan Arthur ten Bosch [et al.]
[Première: 12 mei 1972 - Theater Carré, Amsterdam (Inklusief Konsert) - ad hoc ensemble]
Bij het stuk 'de Volharding' ging het me om het slechten van enige muzikale barrières. Dat was ook de opzet van de z.g. Inklusieve Konserten, zoals die begin jaren zeventig in Amsterdam georganiseerd werden: gratis konserten van 8 à 9 uur, waarin allerlei soorten muziek ten gehore werden gebracht: avantgarde, middeleeuwse muziek, pop, jazz, elektroniese muziek, etc. We hoopten daarmee de exclusiviteit van de verschillende concertgenres, en hun publieken, te doorbreken. Al bij het werken aan het stuk begreep ik dat je die 'democratisering' van muziek niet alleen in konserten moest organiseren, maar ook in de muziek zelf. Het stuk 'de Volharding' heeft dan ook zowel te maken met avantgardemuziek als met elementen van de volksmuziek, zoals doorgaande ritmes en vrijere interpretatie van de uitvoerder. Dat komt ook door het feit dat de uiteindelijke inhoud van het stuk beïnvloed is door de spelers, evenals de manier waarop het stuk uitgevoerd is. - Louis Andriessen

Andriessen heeft voor het gezelschap de Volharding tien verschillende composities geschreven, ondermeer On Jimmy Yancey (1973) en Workers Union (1975), en bewerkte voor hen zes composities waaronder La Création du Monde van Darius Milhaud.

De Staat
Van 1973 tot 1976 ontstond zijn compositie De Staat, voor vier vrouwenstemmen en groot ensemble. Deze werd bekroond met de eerste prijs van het Internationaal Rostrum of Composers van de Unesco 1977. 'De Staat' wordt in de boeken wel omschreven als 'de geboorte van de Andriessen-sound': radicaal, hard, minimalistisch en anti-romantisch.
Louis Andriessen heeft zich jarenlang intensief ingezet om zijn politieke en sociale idealen uit te dragen. Daarbij is hij zich overigens bewust van de onmogelijkheid deze idealen louter in tonen te duiden (daarover gaat met name zijn compositie De Staat). Zijn politieke stellingname heeft geleid heeft tot de oprichting van het blaasorkest De Volharding.

In de jaren zeventig ging Louis Andriessen zich met technieken van de minimal-music of repetitieve muziek bezighouden. Hierin hebben helderheid, strakheid, onverwacht wisselende pulsen en verscheidene technische uitgangspunten tot zeer boeiende resultaten geleid, zoals in een van de beste werken op dit gebied, De Staat, maar ook in Hoketus (1977), voor het door hem opgerichte gelijknamige ensemble. Als componist van minimal music heeft Andriessen zelfs een ware school van leerlingen voortgebracht, die onder insiders ook wel de Nieuwe Haagse School genoemd wordt. Louis Andriessen bracht het een en ander ten uitvoer bij de twee gespecialiseerde ensembles die onder zijn wakend en artistiek oog zijn ontstaan: De Volharding en Hoketus. Het gevolg van een dergelijke zinvolle podiumgerichtheid heeft tot direct gevolg gehad dat ook andere componisten voor De Volharding en Hoketus zijn gaan schrijven. Aangezien beide ensembles een specifieke speelstijl wensten uit te dragen, moesten de voor hen geschreven partituren bijna als vanzelfsprekend zich daarnaar richten. Zo ontstonden verscheidene werken met een gelijkluidende signatuur, voor Hoketus onder meer van Louis Andriessen, Diderik Wagenaar, Huib Emmer, Cees van Zeeland en Gene Carl.
Andriessen voor De Volharding componeerde, is ‘Workers Union’ (1975). De titel alleen al wijst op het politieke karakter van het werk, al is het een abstracte instrumentale compositie gebleven, zodat die politieke dimensie niet al te expliciet wordt geëtaleerd. De partituur schrijft één partij voor die door alle muzikanten gezamenlijk wordt uitgevoerd. Alleen is in die partij niet aangegeven welke noten er exact gespeeld moeten worden, enkel de ritmes en de algemene contouren (stijgende of dalende melodie, hoge of lage noten) zijn bij benadering aangegeven, zodat dit één groot unisono is, of beter gezegd, een unisono enkel op ritmisch vlak. Andriessen geeft immers aan dat iedere individuele muzikant zelf moet kiezen welke toonhoogten hij speelt, waarbij hij aanraadt dat het stuk “ dissonant, chromatisch en vaak: agressief ” hoort te klinken en hij bezweert “ geen toonladders of andere conventionele figuren ” te spelen. Dit woeste ritmische unisono (dat op enkele plekken zich opsplitst in twee afzonderlijke lijnen, die telkens al snel weer samenkomen) biedt zo een beeld van éénheid (alle muzikanten die gezamenlijk door de aaneenschakeling van snelle, bijtende ritmische motiefjes ploegen) in verscheidenheid (het feit dat iedere muzikant voor zich vrij is de toonhoogten die hij daarbij speelt te kiezen). Dat deze muziek zo een politieke metafoor wordt, ligt voor de hand. Al spelend organiseert het ensemble zich collectief zoals een maatschappij - uiteraard naar links model - zich zou kunnen organiseren met evenwichtig respect voor vrijheid en regels. “Enkel indien iedere muzikant speelt met de overtuiging dat zijn bijdrage essentieel is, zal het werk slagen, net als in de politiek”, geeft Andriessen op de partituur aan de uitvoerders mee.
‘Workers Union’ bestaat uit kleine ritmische cellen die aanelkaar worden geknoopt tot grotere gehelen die voortdu-rend nieuwe combinaties vormen. De systematiek waarop één ritmisch gegeven wordt uitgewerkt zoals we dat bijvoorbeeld bij Steve Reich vinden, is hier niet langer aanwezig, maar het illustreert wel hoe in zoveel minimal music-verwante werken het in grote mate om zulke kleine ritmische motieven draait. (bron: Erik Satie en later vooral Igor Strawinsky ontwikkelde Andriessen geleidelijk zijn muzikale stijl, die een mede politiek gemotiveerde vereenvoudiging van het muzikale materiaal ten koste van de esthetische beginselen van de Europese avant-garde voorstaat. Hij was lid van het collectief dat in 1969 de anti-imperialistische opera Reconstructie schreef.
Veel van Andriessens composities waren spelletjes met de techniek, met het luisteren, met afzonderlijke tonen of samenklanken, desnoods ook met muziek van anderen. Een zelfde houding karakteriseert ook de stukken die hij schreef bij wijze van confrontatie om zijn politieke en sociale idealen te luchten. Dat leidde op zijn beurt tot de oprichting van het blaasorkest De Volharding en het Hoketus ensemble in 1977, waarvoor hij gelijknamige werken componeerde. Want als volgens Andriessens uitgangspunt muziek niet politiek gekleurd kan zijn en dat ook van zichzelf niet kan zijn (daarover zet hij zich uiteen in De staat), moet dat maar gebeuren bij de uitvoeringen in zijn specifieke recht-voor-z’n-raap klank die nader getuigen van het geïdealiseerde socialistische milieu.
Tot de werken in deze geest behoren bijvoorbeeld Volkslied (1971), De volharding (1972), On Jimmy Yancey (1973), Workers union (1975) en in zekere zin ook Hoketus (1975/76). Werken die zoals gezegd zelfs leidden tot de vorming van de gelijknamige specialistische ensembles die zich erop toelegden de barrières tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur, tussen serieuze kunstmuziek en vluchtige popmuziek te slechten. Zo bestond orkest De Volharding uit jazz musici die zich even nadrukkelijk manifesteerden tijdens politieke betogingen als in de concertzaal, terwijl Hoketus bestond uit een zwaar elektronisch versterkte groep rock musici met een klassieke opleiding die zich toelegde op het zo luid, snel en smerig spelen. (bron: jazz-muzikanten en klassiek geschoolde musici en de bedoeling was een ensemble te vormen dat een fris en eigentijds alternatief moest zijn voor de ‘verstarde’ klassieke orkesten. De impuls voor de oprichting van De Volharding was natuurlijk in de eerste plaats muzikaal van aard: een manier van musiceren en een muzikale feeling creëren die zowel de gedrevenheid van jazz en andere lichte muziek had als het radicalisme van de avantgarde kon overbrengen. Maar van meet af aan was er ook een sociaal-politieke dimensie verbonden aan de missie van het ensemble. De eerste concerten van de Volharding werden niet gespeeld in conventionele concertzalen maar waren deel van politieke protestmanifestaties - in 1972 uiteraard in de eerste plaats tegen de Vietnam-oorlog gericht. De groep werkte volgens een a-hiërarchische structuur, wat helemaal paste bij het links-radicaal politiek bewustzijn van deze jonge musici, waarmee ze natuurlijk perfect aansloten bij de tijdsgeest van die periode. Dat het ensemble een socialistisch klinkende naam kreeg die vooral aan de naamgeving van fanfares en harmonieorkesten doet denken illustreert de brugfunctie tussen hoge en lage cultuur die de Volharding idealiter moest vervullen.(bron: Orkest de Volharding anno 2006
In de jaren '70 was De Volharding - in de breedst mogelijke betekenis - het Nederlandse strijdorkest.
In de loop van de jaren '80 ontstond de inmiddels internationaal erkende en benijde, bloeiende Nederlandse ensemblecultuur, waarbinnen de Volharding zich ontwikkelde van strijdorkest tot ensemble dat zich onderscheidt door de integratie van hedendaagse gecomponeerde muziek met geïmproviseerde muziek en popmuziek en door de samenwerking met andere kunstdisciplines.

Orkest de Volharding bestaat uit 13 musici en een dirigent. Het ensemble speelt moderne of eigentijdse muziek. Jaarlijks worden 30 à 40 concerten gegeven op binnen- en buitenlandse podia. Daarbij doet het orkest zowel de grote concertzalen en festivals aan als de kleine minder bekende muziekzalen. Zo worden optredens in Amsterdam, Londen en New York gecombineerd met concerten in bijvoorbeeld Middelburg, Alkmaar en Velp. Het orkest participeert ook in samenwerkings projekten met andere kunstvormen zoals dans, theater en opera. Regelmatig is het orkest te zien en te beluisteren op radio en televisie. Veel muziek van De Volharding is inmiddels ook op CD verschenen.

De unieke vaste bezetting van 3 saxofoons, 3 trompetten, 3 trombones, hoorn, fluit/piccolo, piano en contrabas/basgitaar bepaalt de uitermate herkenbare klank van het orkest, die vaak omschreven wordt als 'krachtig', 'energiek' en 'dynamisch'. Alle muziek die De Volharding speelt is speciaal voor het ensemble geschreven of bewerkt. Bijna 200 nieuwe composities zijn voor het orkest geschreven. Nederlandse componisten hebben in dit repertoire een aanzienlijk aandeel.

De Volharding is een orkest van vandaag en een orkest van morgen. Er wordt niet in het verleden geleefd, aan museumkunst of relikwieënverering wordt niet gedaan. Dat doet evenwel niets af aan het feit dat het orkest geschiedenis heeft geschreven, een roemruchte geschiedenis van een kwart eeuw.

Orkest de Volharding spreekt een duidelijke taal. Zij doet dat op het podium. Wat hierboven staat zijn slechts woorden. Daarvan is er niet één gelogen, maar het gaat natuurlijk om de klinkende muziek en om niets anders dan de klinkende muziek. Die spreekt de taal waarvoor het orkest is opgericht en waarvoor het orkest doorgaat en volhardt op zijn welbewust gekozen weg.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 167.