kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Omroeporkesten

Sinds het ontstaan -kort na de Tweede Wereldoorlog- lagen de omroeporkesten en het Groot Omroepkoor al onder vuur. Er zou te weinig gebruik van worden gemaakt en ze zouden teveel in het vaarwater van de andere orkesten zitten. Ondanks veel gekrakeel en een aantal dramatische fusies bleven de orkesten doen waar ze goed in zijn: veel bijzonder repertoire uitvoeren dat bij de andere orkesten zelden aan de orde komt.

Website: Historie
De vijf “oude” omroepverenigingen zonden al spoedig na hun oprichting in de jaren ’20 veel muziek uit. De zendtijd van KRO, VARA en AVRO werd in 1935 voor ongeveer 60 % gevuld met populaire, en voor 15 % met klassieke muziek. Deze omroepen, evenals de NCRV, richtten eigen orkesten op bestaande uit maximaal veertig musici. De café-strijkjes, bioscooporkesten, variété- en operette-ensembles verdwenen in deze periode geleidelijk. Vele hieruit afkomstige musici vonden meteen een plaats in een van de radio-orkesten. Voor grotere symfonische werken waren de radio-orkesten te klein; hiervoor konden de omroepen een deel van de concerten van de reguliere orkesten rechtstreeks uitzenden.

Tijdens de bezetting werden de omroepverenigingen opgeheven; het personeel werd ondergebracht bij de genazificeerde Nederlandsche Omroep, een rijksinstelling. Er werden enkele amusementsorkesten opgericht en een symfonieorkest met circa tachtig musici: het Omroep Symphonie Orkest.

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de zuilen weer tevoorschijn; wel kwam een aantal belangrijke veranderingen tot stand. In juni 1945 stelt Eli Bomli een nieuw orkestapparaat samen. Men richtte orkesten voor verschillende genres op: het Radio Philharmonisch Orkest (vanaf 1956 Radio Filharmonisch Orkest), het Omroeporkest, het Vaudeville Orkest (vanaf 1949 Promenade Orkest), het (Omroep) Kamerorkest (vanaf 1958 Radio Kamerorkest), het Metropole Orkest en het Groot Omroepkoor. In 1947 werden deze ensembles samen met onder meer de fonotheek en de muziekbibliotheek ondergebracht in de Nederlandse Radio Unie (in 1969 omgedoopt tot Nederlandse Omroep Stichting).

Ontwikkeling na WO II
De omroepensembles verrichtten hun werkzaamheden bijna twintig jaar lang vrijwel uitsluitend in de verschillende concertstudio’s in Hilversum. Gaandeweg werden er meer “buitenconcerten” gegeven. Zo werkten het Radio Filharmonisch Orkest (RFO) en het Radio Kamerorkest (RKO) vanaf 1951 - aanvankelijk onder hun oude namen - samen met het Holland Festival en begeleidden alle omroeporkesten vanaf 1970 geregeld voorstellingen van de Nederlandse Operastichting.

Fusies / reorganisaties
In 1985 fuseerden Omroeporkest en Promenade Orkest tot het Radio Symfonie Orkest.
Vanaf 1988 gaan de orkesten en het koor opereren onder de naam Muziekcentrum van de Omroep. Later dat jaar wordt Edo de Waart benoemd tot artistiek directeur, en Ben Janssen tot algemeen directeur. Per 1 januari 1995 verzelfstandigt het MCO tot Stichting Muziekcentrum van de Omroep. Begin dat jaar trekt de Muziekbibliotheek – sinds 1965 gevestigd op het Mediapark – in bij de overige MCO-onderdelen.

Op 20 januari 1996 wordt het verbouwde MCO-gebouw aan de Heuvellaan officieel geopend. In 2005 vindt een ingrijpende reorganisatie plaats; door de overheid opgelegde bezuinigingen hebben als gevolg dat er nu naast Groot Omroepkoor en Metropole Orkest twee klassieke orkesten zijn: het Radio Filharmonisch Orkest en de Radio Kamer Filharmonie, beide onder leiding van de nieuwe chef-dirigent Jaap van Zweden.
Vanaf 2006 maakt het MCO weer deel uit van de Nederlandse Publieke Omroep.

Repertoire
Sinds hun ontstaan hebben de omroeporkesten vooral werken gespeeld die niet tot het standaardrepertoire behoorden. Hedendaagse muziek, werk van Nederlandse componisten en “niet met gewone middelen” uitvoerbare muziek stonden regelmatig op het programma. Veel composities werden in opdracht van een omroepvereniging geschreven; ook de Matinee op de vrije zaterdag, vanaf 2003 ZaterdagMatinee genaamd, heeft vele compositieopdrachten verleend.
Omroepensembles hebben ook diverse wereldpremières gegeven; zo gaf het Groot Omroepkoor in 2002 in de Matinee de eerste uitvoering van Engel-Prozessionen van Stockhausen.

Concertseries
De omroepen organiseren sinds vele jaren eigen concertseries. De VARA begon in 1961 in het Amsterdamse Concertgebouw de Matinee op de vrije zaterdag, de KRO organiseerde in de jaren tachtig de serie Bijzondere muziekproducties in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg. De NOS ontwikkelde de Promenos-serie, die werd uitgezonden vanuit Studio I aan de Heuvellaan; later initieerde de VPRO onder meer projecten als De grote oversteek. Ook de andere omroepen hebben zich op dit terrein niet onbetuigd gelaten: NCRV, TROS, Veronica en EO brachten eigen series. Deze werden tot ca. 1985 onder meer in de Hilversumse omroepstudio’s geprogrammeerd. Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht fungeerde vanaf de opening min of meer als “thuiszaal” van de omroepensembles. In 1994 begonnen de Zondagochtendconcerten in Amsterdam, georganiseerd door de AVRO en het Concertgebouw, en sinds najaar 2005 is er De Vrijdag van Vredenburg, waarin de Publieke Omroep samenwerkt met TROS, NPS, AVRO Klassiek, Radio 4, Muziekcentrum Vredenburg en het MCO. De omroepensembles participeren regelmatig in de Robeco Zomerconcerten.
Het Groot Omroepkoor werkt regelmatig samen met het Koninklijk Concertgebouworkest; ook buitenlandse orkesten doen een beroep op het koor. Zo werd in 2006 de Tweede symfonie van Mahler in Berlijn uitgevoerd met de Berliner Philharmoniker o.l.v. Simon Rattle.

Festivals
De omroepensembles leveren eveneens veelvuldig bijdragen aan festivals als het Holland Festival, de Internationale Gaudeamus Muziekweek en de Nederlandse Muziekdagen. Het Metropole Orkest is een vaste gast op het Northsea Jazz Festival. Verder verlenen de ensembles medewerking aan buitenlandse festivals, onder meer in Duitsland, België en Frankrijk. Zo werden de Warschauer Herbst, Wien Modern, de Berliner Festwochen en de Donaueschinger Musiktage met regelmaat aangedaan.

Educatie
Al vroeg zagen de omroepen het als een taak een bijdrage te leveren aan de opleiding van jonge dirigenten en musici. In 1953 ging de jaarlijkse Internationale Dirigenten Meesterklas Hilversum van start, gevolgd door het Kirill Kondrasjin Concours, dat in 1984, 1988, 1994 en 1998 werd gehouden. Hiervoor werkten NOS en RFO samen.
Nadat het Concertgebouworkest de functie van assistent-dirigent had opgeheven was het RFO in 1994 het eerste Nederlandse orkest dat de functie van assistent-dirigent in ere herstelde. Na Lawrence Renes konden onder meer Alexander Liebreich, Micha Hamel en Benjamin Wallfish ervaring opdoen.
Het Metropole Orkest organiseert sinds de periode waarin Rogier van Otterloo chef-dirigent was (1980-1988) workshops voor jonge dirigenten en arrangeurs.
Sinds geruime tijd biedt het MCO verder repetitiebezoeken, familieconcerten en educatieve activiteiten voor diverse doelgroepen in het basis- en voortgezet onderwijs.

Opnamen
Vanaf het begin hebben de omroepensembles uiteraard veel opnamen gemaakt, van zeer uiteenlopend repertoire. Gelukkig is nagenoeg alles bewaard gebleven; dit materiaal wordt beheerd door het Instituut voor Beeld en Geluid. Vele opnamen zijn beschikbaar gekomen in de vorm van grammofoonplaat, CD of DVD.
De komende jaren zullen veel meer registraties van omroepensembles worden ontsloten, via de “klassieke” dan wel moderne media. Zo werd voorjaar 2007 het label QuattroLive in het leven geroepen. Radio 4, Radio Nederland Wereldomroep, NPS, AVRO, TROS en het MCO werken hierin nauw samen om bijzondere opnamen van de omroepensembles voor een breder publiek toegankelijk te maken.

Websites: Muziek Centrum van de Omroep www.mco.nl en www.radio4.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 165.