kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-11-2008 voor het laatst bewerkt.

Nikolai Rimski-Korsakow

Russisch componist, Nikolai Andrejevitsj Rimski-Korsakov geboren 18 maart 1844 in Tichwin/Nowgorod, gestorven 8 juni 1908 op het landgoed Ljubensk/St.-Petersburg

Rimski-Korsakov was de zoon van welgestelde ouders (landadel), die zijn muzikale talenten wel onderkenden, maar toch wilden dat hij een carrière als zeeofficier maakte. In 1856 werd hij naar de Marineschool in St.-Petersburg gezonden en naast zijn officiersopleiding studeerde hij cello bij de cellist van de Hofopera Uhlich en piano bij Feodor Kanille. Deze laatste was zo overtuigd van de muzikale begaafdheid van zijn leerling, dat hij hem in contact bracht met Balakirew, de mentor van alle jonge Russische musici.

Het muziekonderricht van Balakirev is bepalend geweest voor de latere ontwikkeling van Rimski-Korsakov, die zich aansloot bij 'Het Machtige Hoopje' (groep vooruit­strevende componisten: Balakirev, Cui, Moessorgski en Borodin) en zelfs aan het ontwerp van een symfonie begon.

Van 1862-65 maakte Rimski-Korsakov als luitenant een wereldreis met het Russische oorlogsschip 'Almas'. Tijdens deze reis werkte hij aan een symfonie (de eerste symfonie ooit door een Rus geschreven) en deed hij onvergetelijke natuurindrukken op, die later in zijn muziek terugkwamen.

Sheherazade

Na zijn terugkeer in april 1865 voltooide hij de Symfonie in es-moll, die bij een concert van de Vrije Muziekschool Balakirew zo succesvol was, dat hij besloot beroepsmusicus te worden.

In 1873 zei hij de zeemacht vaarwel, maar werd toch nog in datzelfde jaar benoemd tot inspecteur van alle Russische marine-orkesten. Die functie oefende hij uit tot 1884.

In 1871 werd hij benoemd tot leraar compositie en instrumentatie aan het conservatorium te St.-Petersburg. In 1872 trouwde hij met de pianiste Nadeshda Nikolajewna Purgold (1848-1919), die de inleiding instrumenteerde van Rimski-Korsakov's eerste opera Het meisje uit Pskow.
Op 13 januari 1873 werd het werk voor het eerst uitgevoerd door de keizerlijke hofopera te St. Petersburg.

Hoewel hij zelf conservatoriumleraar was, volgde Rimski-Korsakov in die tijd toch nog samen met zijn eigen leerlingen de theorieklas van professor Jo­hannsen, studeerde harmonieleer en schreef fuga's. Nadat hij alle muziektheoretische en muziektechnische geheimen kende, ging hij zijn eerste opera grondig omwerken, in welke vorm het werk op 18 april 1895 opnieuw in St.-Petersburg werd opgevoerd.

Van 1874 tot 1881 bekleedde hij het ambt van directeur en concertdirigent van de muziekschool in St. Petersburg en in de jaren 1883 tot 1894 was Rimski-Korsakov plaatsvervangend directeur van de Hofzangerskapel. Hij dirigeerde ook de Russische symfonieconcerten in St. Petersburg en Moskou (1886-1900). Ook trad hij enkele malen op in het buitenland als gastdirigent.

In 1905 legde hij zijn functie als conservatoriumleraar neer om zich geheel aan het componeren te wijden, wat door de Russische studenten ten onrechte werd gekwalificeerd als een 'prachtig besluit om niet meer onder de tirannie van het tsarensysteem een ambtelijke functie te willen vervullen'.

Rimski Korsakov's laatste opera De gouden haan werd door de officiële censuur verboden, omdat men er een satire op de regering van tsaar Nicolaas II in zag. Na Rimski Korsakov's dood bewerkte de familie de vrijgave van de opera, welke in oktober in Moskou en in december 1909 in St. Petersburg met veel succes werd opgevoerd.

Moessorgski en Rimski-Korsakov waren ongetwijfeld de grootste componisten uit de groep van vijf, die zich 'Het Machtige Hoopje' noemde. Van 1870-73 woonden beiden in één huis, wat echter tot een vervreemding leidde. Dit is niet vreemd als men het wezen van beiden nader beschouwt: Rimski Korsakov, de erudiet, de aristocraat, de vakman en de minnaar van sprookjes en Moessorgski de sombere realist, de - zij het geniale -autodidact, de ruwe en nonchalante musicus uit intuïtie.

Als vakman stak Rimski Korsakov ver boven zijn collegae uit en hoewel zijn muziek wellicht een minder oorspronkelijke kracht heeft dan die van Moessorgski, dan staat daartegenover een ongeëvenaarde kleurenpracht in de instrumentatie. In dit opzicht werd hij zeer beïnvloed door Hector Berlioz. In zijn latere werken vindt men ook de invloeden van Wagner en van het impressionisme (Debussy).
Zijn muziekdramatisch werk is volkomen episch en voor een groot deel gebaseerd op ritme en melodie van het Russische volkslied. Hij was een meester in instrumentatie en gebruikte voor zijn muziek vaak specifiek Russische motieven en thema's, bijvoorbeeld Russisch Pasen (1888), Sheherazade (1888).
Hij was echter ook geïnteresseerd in de folklore van andere landen en verwerkte deze in zijn composities bijvoorbeeld Capriccio espagnol (1887).

De vlucht van de hommel, Rimski-Korsakov

De componist was leraar van Alexander Glazoenov, Ottorino Respighi, Igor Stravinsky, Sergej Prokofjef en anderen. Zijn oeuvre bevat onder meer vijftien opera's, drie symfonieën, symfonische gedichten, kamermuziek, pianomuziek, liederen en koorwerken. Hij liet zich daarbij beïnvloeden door zowel Mili Balakirev en diens "Machtige Hoopje" als door Hector Berlioz en Franz Liszt.
Zijn meest gespeelde en populairste orkestwerk is wel de symfonische suite Sheherazade, waarin de grootse uitgestrektheid van het Russische landschap haar weerklank vindt en waarin de verhalen die Shéhérazade aan sultan Sjariar in Duizend­-en-één-nacht vertelde te beschouwen zijn als muzikale variaties op één thema. De vormen der zuiver instrumentale en die der kamermuziek trokken hem minder aan en ook het lied had niet zijn voorliefde, al componeerde hij er vele­.

Zijn bijzondere verdienste is de nieuwe instrumentatie van werken van andere componisten (onder andere van die van Moessorgski), die hij aldus voor de vergetelheid behoedde.

Werk:
pianomuziek: Ouverture (onvoltooid 1859), Allegro en Variaties op een Russisch thema (1859), Nocturne en treurmars (1860), Scherzo (voor 2 piano's 1860, 3 stukken (1875), 6 fuga's (1875), 6 variaties B. A. C. H. (1878), In de kerk (voor 2 piano's, 1879), diverse stukken, als variaties, fuga's en prafrase (1879), Prelude Impromptu en Mazurka (1894) en Fugatisch intermezzo (voor 2 piano's, 1897);

kamermuziek: strijkkwartetten (1875, 1879, 1897 en 1899), strijksextet (1876), blaaskwintet (1876), pianotrio (1897), Serenade voor cello en piano (1903);

orkestmuziek: 1e Symfonie (1861-65), Ouverture op Russische thema's (1866), Servische ouverture (1867), Episode uit de legende van Sadko (1867), 2de Symfonie (1868), 3de Symfonie (1866-73), Sinfonietta (1879), Baba-Jaga een legende (1880), symfonische suite Sheherazade (1888), Suite uit opera De geschiedenis van Tsaar Saltan (1903), Suite uit opera de woiwode (1903), Variaties op een Russisch thema (1904), Prelude (1904), symfonisch gedicht Sadko (1891), Muzikale Groet aan Glazoenov (1907);

werken voor solo-instrumenten en solo-stemmen: Variaties op een Glinka-lied voor hobo en militair orkest (1878), concertstuk voor klarinet en militair orkest (1878), Pianoconcert (1882), Russische fantasie voor viool en orkest (1886), Souvenir aan 3 Poolse liederen voor viool en orkest (1888), 2 vocale duetten met orkest (1897), arioso's voor bas en orkest (1897), 2 liederen voor sopraan en orkest (1905-06);

koorwerken: 3 vrouwenkoren (1875), 6 koorliederen voor gemengde en mannenkoren (1876), 4 mannenkoorliederen (1876)Russische volksliederen (1879), 8 liturgieën voor koor a capella (1883), Ambrosiaanse lofzang voor dubbelkoor (1883), cantate Switezianka voor sopraan, tenor, koor en orkest (1897), Homerus cantate voor 3 vrouwenstemmen, vrouwenkoor en orkest (1899), volksliedarrangementen (1905);

liederen: 4 gemengde liederencyclussen (1865, 1866, 1866 en 1867), 6 Poesjkin-liederen (1870), 2 Heine-liederen (1871-77), 2 gemengde liederencycli (1882 en 1883), Tolstoj-liederen (1897), vijf liederenbundels (1897), Griekse liederen (1898), 4 tenor en sopraanliederen (1898), vocale duetten (1898) en volksliedbewerkingen;

opera's: Het meisje van Pskow (1868, rev. 1898), Mlada (1872), Het sneeuwmeisje (1881), Kerstavond (1895), Sadko (1896), De bojarenvrouw Vera Scheloga (1898), Mozart en Salieri (1897), De tsarenbruid (1899), Het verhaal van Tsaar Saltan (1900), Servilia (1901), De onsterfelijke Koschtschei (1902), De woiwode (1903), Het sprookje van de onzichtbare stad Kitesj (1905), De gouden haan (1907) en toneelmuziek bij Mey's stuk Het meisje uit Pskow.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 31.