kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 04-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Nicola Porpora



Nicola Antonio Giacinto Porpora, Italiaans componist en zangpedagoog, geboren Napels 17 augustus 1686, gestorven Napels in februari 1766 of 3 maart 1768

Naamsvarianten: Nicolò Porpora, Niccolò Porpora

Reeds op tienjarige leeftijd bezocht Nicola Porpora het Conservatorio di Santa Maria di Loreto in Napels, waar hij leerling van Greco en Mancini was en zo'n 10 jaar studeerde.

Zijn eerste opera Agrippina werd in 1708 in het Koninklijk Paleis van Napels uitgevoerd. Porpora was in 1711 maestro di capella voor Prins Phillipp von Hessen-Darmstadt, de generaal van het Oostenrijkse leger in Napels, zoals te lezen staat op het libretto van zijn opera Flavio Anicio Olibrio.

In 1713 staat geschreven in het libretto van Basilio re d'Oriente dat Porpora maestro di capella van de Portugese ambassadeur in Rome was. In 1715 wordt hij benoemd tot maestro aan het 'Conservatorio di S. Onofrio' en in 1716 ontvangt hij een eretitel van prins Philipp, die inmiddels keizerlijk gouverneur van Mantua was. In 1717 sterven Porpora's vader en broer, waarop hij serieus begint te werken als zangleraar en compositieleraar aan het Conservatorio di S. Onofrio alsook als privéleraar, om zijn overgebleven familieleden te steunen. Onder zijn leerlingen waren Farinelli, Caffarelli, Salimbeni, Antonio Uberti (bekend als Porporino), Pietro Metastasio, Regina Mingotti en Joseph Haydn.

Tu che d'ardir m'accendi uit de opera Siface van Nicola Porpora op een libretto van Metastasio (Mailand, 1725), Philippe Jaroussky (countertenor), Le Concert d'Astrée, dirigent Emmanelle Haïm

In 1714 componeerde Porpora in opdracht van het Weense hof de opera Adanna e Teseo, in 1718 ging Temistoclein première in het Hoftheater in Wenen. Andere werken uit die tijd waren twee serenatas Angelica (1720) en Gli orti esperidi (1721) met teksten van de jonge Metastasio.

Porpora's eerste opera voor Rome, Berenice regina d'Egitto (1718), was geschreven met Domenico Scarlatti, gevolgd door zijn eigen opera's Eumene (1721) en Adelaide (1723) zowel als zijn eerste opera op een libretto van Metastasio, Didone abbandonata (Reggio, 1725).

In 1722 nam hij ontslag van het Conservatorium en tourde in 1724 door Duitsland en Oostenrijk, waar alleen de opera Damiro e Pitia werd opgevoerd. Hij keerde terug naar Italië, waar hij zeer productief was en Didone abbandonata (Metastasio) voor Reggio nell'Emilia componeerde en in 1725 Ezio en Semiramide riconosciuta (Metastasio) voor het Teatro S Giovanni Gristostomo in Venetië componeerde.

In 1726 vestigde Porpora zich in Venetië en werd daar 'Maestro' aan de 'Ospedale degli Incurabili' tot 1733.

De tijd tussen 1733 en 1736 bracht Porpora door in Londen op uitnodiging van de 'Opera of the Nobility' als componist en dirigent van de opera te Lincoln Inn Fields, een tegen Händel gerichte onderneming. Zijn eerste opera die daar werd uitgevoerd was Arianna in Nasso, wat een groot succes was en waarin hij veel van Händel's vroegere zangers gebruikte inclusief Senesino, Montagnana en Cuzzoni (die in de lente van 1734 kwam). Porpora componeerde nog vier andere opera's in Londen Ferdinando, Temistofle, Meride en Arianna, een oratorium David e Bersabea en een serenade La festa d'Imeneo. Ook publiceerde hij zijn opus 1 cantates, opgedragen aan de Prins van Wales en zijn Sinfonie da camera opus 2.

Hoewel Porpora een complete sterrencast gebruikte, waaronder Farinelli die er in 1734 bijkwam, lukte het de Opera of the Nobility onder Porpora niet om duidelijk superieur te zijn aan Händel's gezelschap en Porpora verliet Engeland in 1736, vlak voor de mislukking van beide operagezelschappen.

In 1736 vertrok hij naar Venetië, waar hij zijn oude functie aan de 'Ospedale degli Incurabili' weer opnam.

Vanaf 1739 was hij als maestro di capella verbonden aan het 'Conservatorio di S. Maria di Loreto' in Napels en vanaf 1742, teruggekeerd in Venetië, was hij maestro di coro aan de 'Ospedale della Pièta' en de Ospedaletto.

Van 1747 tot 1751 woonde Porpora in Dresden, waar hij zangles gaf aan de dochter van de keurvorst de prinses Maria Antonia, voor wiens verjaardag hij de opera Filandro (1747) componeerde. Zijn positie in Dresden, vanaf 1748 werd hij benoemd tot Kapellmeister, bracht hem in conflict met Johann Adolph Hasse, die in 1749 tot Ober-Kapellmeister benoemd werd en in 1751 of '52 verhuisde hij naar Wenen.

In Wenen gaf Porpora zanglessen, ook gaf hij compositielessen aan de jonge Haydn, die in ruil daarvoor zijn kamerdienaar was en zijn zanglessen begeleidde op het klavier.

In 1758 keerde Porpora terug naar Napels, waar hij opnieuw aan het Conservatorio di S Maria di Loreto werkte en een opdracht accepteerde van het Teatro S Carlo. Hiervoor bewerkte hij zijn eerdere Il trionfo di Camilla (1740) voor het Carnival, maar deze keer was het een mislukking.

In 1760 kreeg hij ook een positie aan het Conservatorio di S Onofrio, maar in september 1761 had hij ontslag genomen van beide functies. Hij bracht zijn laatste jaren in Napels door en stierf in armoede.

Nicola Porpora componeerde een vijftigtal opera's, verder kerkmuziek, kamercantates, suites, symfonieën en sonates voor viool en klavier. In het laatste genre componeerde hij werken van hoog niveau. Hij heeft een edele, voorname stijl en toont zich in zijn sonates een aanhanger van de polyfone stijl. Zijn opera's zijn van minder gehalte hij was dan ook geen ernstige tegenstander voor Händel in Londen.

Porpora's grootste verdiensten liggen op pedagogisch gebied. In geheel Europa was hij beroemd als zangpedagoog.

websites: www.hoasm.org, www.porporaproject.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 70.