kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Niccolo Piccinni

Niccolò Piccinni

Standbeeld van Piccinini in zijn geboorteplaats Bari

ook: Nicola Piccini, Italiaans componist, geboren Bari, Napels 16 januari 1728, gestorven Passy, bij Parijs, 1800

Niccolò Piccinni studeerde aan het San Onofrio conservatorium te Napels, bij Leonardo Leo en Francesco Durante die speciale aandacht schonken aan de uiterst begaafde leerling.

In 1754 debuteerde Piccinni met zijn eerste opera Le donne dispettose, waarmee hij een grote reputatie verwierf. Dit was het begin van een succesvolle operacarrière, waarvoor hij serieuze en komische opera's schreef. Zijn eerste opera seris Zenobia (1756) werd uitgevoerd in het Teatro S. Carlo.

In 1758 kreeg Piccinni van Rome een opdracht voor een opera Alessandro nell' Indie. Zijn tweede opera voor Rome La Cecchina ossia La buona figliuola (1760) was een groot succes en zijn naam als favoriet van het publiek in Rome was gevestigd. Het werk maakte de naam Piccinni de volgende drie decennia tot een Europees begrip, met uitvoeringen in Wenen, Dresden, Londen, Mannheim, Kopenhagen, Parijs, Maastricht, Berlijn, Madrid, Riga, Stockholm en Warschau en in 1777 zelfs in Philadelphia en Peking.

Vanaf dit moment stond hij bekend om zijn vruchtbaarheid als componist, met ca. 130 opera's. Van 1758 tot 1773 produceerde Piccini meer dan 30 opera's in Napels, meer dan 20 in Rome en andere in alle belangrijke Italiaanse steden.

In Napels was hij maestro di capella in de kathedraal, doceerde zang en was organist in verschillende kloosters. In 1771 werd hij organist aan de koninklijke kapel.

Nadat Piccinni lange tijd de held van opera-minnend Rome was geweest, werd hij in 1773 overschaduwd door zijn leerling Anfossi, wat bijdroeg tot zijn besluit om de uitnodiging van koningin Marie Antoinette aan te nemen om in Parijs Franse opera's te komen produceren. In Napels echter behield hij zijn reputatie met zijn tweede zetting van Alessandro nelle Indie (1774) en de komedie I viaggiatori (1775).

In 1776 accepteerde Piccini de uitnodiging van het Franse Hof om naar Parijs te komen. Echter drie jaar eerder in 1773 was Gluck met dezelfde bedoeling naar Parijs gehaald en er had zich reeds een kring van bewonderaars om hem heen geschaard.
Piccinni slaagde erin zijn stijl aan te passen aan het Franse podium, zijn eerste Franse opera was Roland (1778) en deze werd goed ontvangen. Zonder eigen toedoen kreeg Piccini onverwacht veel aanhangers uit de kringen die zich verzetten tegen de revolutionaire denkbeelden van Chr. W. Gluck, die de Franse opera op drastische wijze probeerde te vernieuwen.

De aanhangers van Gluck moesten nu de strijd aangaan tegen de meer behoudende volgelingen van Piccinni. Dit gevecht ging de geschiedenis in als de oorlog tussen de 'Gluckisten en de Piccinisten'. Het merkwaardige was dat beide meesters in zekere zin buiten de bijna politieke strijd van de Gluckisten en Piccinnisten stonden en dat zij elkaars werk zeer waardeerden.

In 1778-79 leidde hij een troupe van Italianen in uitvoeringen van komische opera's aan de Académie Royale. De directie van de Grote Opera gaf aan zowel Gluck als Piccinni de opdracht tot het componeren van een Iphigénie en Tauride. De opera Iphigénie en Tauride van Gluck werd in 1979 een doorslaand succes, de Iphigénie en Tauride (1781) van Piccini was nog niet voltooid en de uitvoering werd uitgesteld tot twee jaar na die van Gluck en werd koel ontvangen.

In 1783 beleefde Niccolò Piccinni zijn grootste Franse succes met de tragédie lyrique Didon. In datzelfde jaar werd hem een pensioen toegekend door het Franse hof.
Het jaar erop in 1784 werd hij leraar aan de École Royale de Musique et de Déclamation, wat tien jaar later het beroemde Conservatoire zou worden.

Zijn positie verslechterde echter snel vanaf 1784, hij zag zich geplaatst tegenover serieuze competitie van Sacchini en Salieri en verscheidene van zijn opera's mislukten, waaronder de première van Pénélope in 1785.

In 1791, volgend op het intrekken van zijn pensioen vanwege de revolutie, verliet Piccinni Parijs voor Napels. Omdat zijn dochter trouwde met een Franse Jacobijn, werd hij van 1794 tot 1798 onder huisarrest geplaatst.

In 1798 keerde hij terug naar Frankrijk en in Parijs werd zijn pensioen gedeeltelijk hersteld maar tegen de tijd dat Piccinni benoemd werd tot zesde inspecteur aan het conservatorium, was hij al te ziek om zijn taken uit te voeren.

Voorts componeerde Niccolo Piccini oratoria en andere kerkelijke werken, cantates en instrumentale werken.

De naam Niccola Piccini zal vooral verbonden blijven aan de geschiedenis van de opera buffa door La buona figluola ossia la Cecchina, waarmee hij in dit luchtige genre het sentimentele gegeven introduceerde en veel navolging vond. Hier treedt naast het treurspel, de opera seria, en de klucht, de vroegere opera buffa, de muzikale komedie op. Een ernstig, maar niet pathetisch-hoogdravend gegeven, realistisch zo men wil, maar sterk tot het gevoelsleven van de tijdgenoten sprekend, veelal berustend op conflicten die uit klassetegenstellingen voortvloeien, wordt behandeld met de muzikale mogelijkheden van de opera buffa, die veel rijkere mogelijkheden bood dan de seria.

Zijn voorbeeld volgden Paisiello, o.a. in La Molinara, Mozart in: La finta Giardiniera. Meesters van de kluchtige opera waren echter deze componisten evenzeer, getuige Paisiello's Barbiere di Siviglia en vooral Cimarosa's meesterwerk, Il Matrimonio segreto. Ook Mozarts Cosi fan' tutte behoort daartoe. In zijn Figaro en Don Giovanni vermengt hij beide genres en toont hij een beeld van de wereld waarin ernst en luim, humor en tragedie naast elkaar bestaan.

website: www.hoasm.org


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 234.