kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Niccolò Paganini

Niccolò Paganini

Italiaans vioolvirtuoos en componist Nicolò Paganini geboren Genua, 27 oktober 1782, gestorven Nice, 27 mei 1840

De componist en vioolvirtuoos Niccolò Paganini, ging als "duivelsviolist" de muziekgeschiedenis in.

Biografie

Jascha Heifetz speelt Paganini Caprice No. 24

Niccolò Paganini was de zoon van een Genuese havenarbeider die hem al vroeg viool en gitaarlessen gaf. Later kreeg hij vioollessen van de dirigent Giacomo Costa. Al spoedig bleek de uitzonderlijke begaafdheid van de jonge Paganini en in 1793 gaf hij in Genua zijn eerste
openbare concert.

Paganini en zijn vader gingen naar Parma, waar hij voor verdere opleiding onder leiding gesteld werd van Alessandro Rola, Fernando Paër en Gasparo Ghiretti. Hoewel hij niet lang bij Paer en Ghiretti bleef, hadden beide veel invloed op zijn compositiestijl.

In 1798 ontvluchtte hij het ouderlijk huis. Over de nu volgende jaren is weinig met zekerheid bekend. Wel bevestigde Paganini in deze tijd zijn faam als vioolvirtuoos.

In januari 1805 werd Paganini tot concertmeester in het orkest van de republiek Lucca benoemd. Nadat de zuster van Napoleon, de vorstin Marie Elise heerser van Lucca geworden was, werd hij in september 1805 haar kamervirtuoos en operadirigent. Tot 1809 duurde deze enige vaste aanstelling in Paganini's leven. In deze tijd schreef hij talrijke werken voor viool en orkest zowel als voor viool en gitaar. Hierna aanvaardt hij geen enkele functie meer; zijn benoeming tot kamervirtuoos van de Oostenrijkse keizer (1828) was een eretitel.

Van 1809-28 zwerft Paganini door Italië, waarbij hij ongekende faam verwerft, welke nog vergroot wordt wanneer hij, na 1828, uitgebreide kunstreizen maakt door Europa, waar hij overal stormachtige successen boekt: Wenen (1828), tussen 1829 en 1831 in zo'n 40 steden in Polen en Duitsland, Warschau (1829), Berlijn (1829), Frankfort am Main (1829-1830), Parijs, Boulogne, Dunkerque, Lille, Saint-Omer en Calais (1831), tussen mei 1831 en maart 1832 veroverde Paganini Groot Brittanië en Ierland, met als zwaartepunt Londen. Daaraan komt een einde als hij zwaar ziek wordt en van het ene kuuroord naar het andere trekt. In 1833 in Parijs geeft hij Hector Berlioz de opdracht een vioolconcert voor hem te componeren, die Harold in Italië voor hem schreef, hij heeft het echter nooit gespeeld.

Zijn gezondheid ging achteruit door de kwikvergiftiging van het kwikmengsel dat in die tijd gebruikt werd om syfilis te behandelen. Door zijn ziekte verloor hij het vermogen om viool te spelen.

Paganini Caprice No. 24 op gitaar

In 1834 trekt hij zich met zijn zoon Achille (overgehouden aan een verhouding met een koorzangeres) als een zeer vermogend man terug in Genua. Daarna reist hij al snel naar Parma, waar hij een villa gekocht heeft. De laatste jaren zijn moeilijk. Het rusteloos zwerversbestaan, de vele amoureuze avonturen en de losbandige levenswijze hebben zijn, toch al zwakke gestel, ondermijnd. Met zijn fortuin opent hij het "Casino Paganini" in Parma (zonder succes).

Nicolo Paganini sterft in Nice aan keelkanker op 27 mei 1840.

De romantische figuur van Paganini, met zijn wonderlijk uiterlijk, zijn verbluffende viooltechniek, zijn mysterieuze levenswandel en zijn effectvol optreden hebben tijdens zijn leven al tal van fabels en legenden doen ontstaan. Zo geloofden velen dat hij een verdrag met de duivel had gesloten.

Paganini heeft op de ontwikkeling van het virtuozendom zeker een beslissende invloed gehad. Het ongeëvenaarde technische raffinement en de gloed van zijn voordracht bezorgden hem legendarische faam, die tot in onze tijd heeft stand gehouden. Hij verrijkte de techniek van het vioolspel met effecten die tot dan toe onbekend waren. Dit deed hij door middel van dubbelgrepen, flageolet en dubbelflageolet, staccato- en pizzicatospel en het spelen op slechts een snaar. Hij trad ook op als gitarist en dirigent.

Zijn composities zijn wat melodie, harmonie en vorm betreft in de gebruikelijke Italiaanse trant geschreven; zij hebben echter viooltechnisch door hun grote virtuositeit veel invloed gehad. Hij componeerde een serie sonates voor viool en gitaar, 24 capricci voor vioolsolo, zes viool concerten, kamermuziek, waaronder strijkkwartetten en talrijke gitaarwerken. Hij schreef zijn muziek oorspronkelijk alleen voor eigen concertgebruik.

Paganini liet een aanzienlijk vermogen na, waartoe onder andere ook kostbare strijkinstrumenten uit Cremona behoorden. Het lievelingsinstrument van deze man, aan wie Franz Lehár een operette opdroeg (Paganini, 1925), was evenwel een viool van Guarneri de Gesù.

De belangrijkste collectie Paganiniana bevindt zich in de Congresbibliotheek te Washington.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 250.