kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Nederlandse-School

Nederlandse School

Onder de Nederlandse School (ook wel Bourgondische of franco-Vlaamse school genoemd) wordt in de muziekgeschiedenis verstaan het tijdperk van ca 1375 tot 1525, opkomst en bloei van de polyfonie (contrapuntiek).

Voorgangers van deze school waren Engelsen, onder wie John Dunstable de voornaamste was en wier techniek reeds spoedig door Noord- en Zuid-Nederlanders werd overgenomen en vervolmaakt.

De Nederlandse school omvat vijf generaties: De eerste wordt vertegenwoordigd door Guillaume Dufay, de schepper van de eerste volledig gecomponeerde mismuziek en Gilles Binchois, componist van geestelijke en wereldlijke liederen.

In de tweede generatie zijn Jacob Obrecht, Johannes Ockeghem en Antoine Busnois toonaangevend en hun kunst die bereids monumentaler, indrukwekkender is geworden, streeft naar een kunstige virtuositeit, die bij sommige minder grote figuren uit deze generatie ontaardt tot een soort gekunsteldheid, tengevolge waarvan men wel eens van de "kunstjes" der Nederlanders heeft gesproken.

Tot de derde generatie behoort Josquin des Prés als centrale figuur en schepper van een nieuwere, minder gekunstelde, harmonisch verzadigde stijl; andere grote tijdgenoten zijn Antoine Brumel, Loyset Compère en Pierre de la Rue.

De vierde generatie vertoont twee richtingen: een It. renaissancistisch-barok georiënteerde en een West-Zuidwest Europese; laatstgenoemde beoefent in het bijzonder de motetkunst en onder de componisten vallen o.a. op Clemens non Papa, Lupus Hellinck, Nicolaas Gombert. In de It. richting werkten o.a. Adriaan Willaert, Cypriaan de Rore en Arcadelt.

In de vijfde generatie volstrekt zich wederom een samensmelting van de verschillende stijlen: de contrapuntiek gaat geleidelijk plaats maken voor de opkomende homofonie, doch het polyfone genie spreekt nog in de laatste grote figuur van de Nederlandse school, Roland de Lassus (Orlando di Lasso).

Nederlandse componisten uit deze scholen waren in hun tijd de toonaangevende componisten, zangers en zangmeesters in de verspreide muziekcentra en in alle West-Europese landen vond men hun leerlingen. Pas tijdens de laatste generatie werd het zwaartepunt der muziekcultuur verlegd naar Italië, waar zovele Nederlanders werkten.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 188.