kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Muzikaliteit

Het talent om muziek te kunnen maken. Het kan hierbij gaan om het uit voeren van al bestaande muziek, of om je eigen muziek. Daarbij ben je dus tevens componist.

Muzikaliteit is een complex van eigenschappen, die deels erfelijk zijn, maar die je ook kunt ontwikkelen. Een goed gehoor idem. Het is dus niet zo dat je alleen muzikaal bent als je een instrument bespeelt. Noten lezen is een vaardigheid die iedereen met oefening kan leren. Noten kunnen lezen heeft op zichzelf helemaal niets met muzikaliteit te maken. Wat heeft dan wél met muzikaliteit te maken? Eigenlijk is iedereen die van muziek houdt muzikaal. Als je namelijk amuzikaal bent (komt overigens weinig voor!), zegt muziek je niets.

Iemand die muzikaal is kan:
Toonhoogtes onderscheiden (horen of een toon hoger of lager is dan een andere)
Ritmes onderscheiden
Een tempo vasthouden
Een melodie onthouden en herkennen
Een ritme onthouden en herkennen
Ontroerd raken of op een andere manier geëmotioneerd raken door muziek
Instrumenten herkennen
Afzonderlijke partijen herkennen in een band of orkestpartij
De maat meetikken of in de maat dirigeren
Een nummer nazingen of nafluiten
...
Er zijn nog véél meer kenmerken te bedenken, maar als je een of meerdere van de bovengenoemde dingen kunt, ben je alvast niet amuzikaal!

muzikaliteit erfelijk of is het een kwestie van heel hard oefenen?
Is muzikaliteit terug te voeren op een bepaalde combinatie van genen? De familie Bach kent een muziekgeschiedenis van meer dan 200 jaar. Zeker honderd leden van de familie waren actief in de muziek, bijvoorbeeld als organist of als componist. Is muzikaliteit erfelijk? De centrale vraag is: kan iedereen na 3.300 uur oefening het hoogste niveau van die muziekschool bereiken? Dat is een vraag die op dit moment onmogelijk is te beantwoorden. Want daarvoor is bijvoorbeeld een definitie van muzikaliteit nodig. En wat wordt daaronder verstaan? Het is niet duidelijk of dat te maken heeft met bijvoorbeeld de gevoeligheid van de oren, of met het vermogen om tonen of melodieën te herkennen. Misschien draait alles om de verwerking van muzikale informatie. Of om de juiste aansturing van vingers, stembanden dan wel middenrif. En als er al een definitie van muzikaliteit te geven is, hoe vertaalt zich dat in biologische processen? Gaat het dan om de positie van de haarcellen in het oor, die gevoelig zijn voor bepaalde geluidsfrequenties? Gaat het om patronen van activiteit tussen zenuwcellen in de hersenen? Gaat het om de zenuwverbindingen tussen hersenen en spieren? Wellicht gaat het om een complex van eigenschappen. Welke dat zijn, is nog niet bekend. Zolang er geen biologische definitie van muzikaliteit bestaat, is er weinig te zeggen over de erfelijkheid van deze eigenschap. Het is waarschijnlijk dat erfelijke factoren een rol spelen, dat maken de patiënten met het Williams syndroom duidelijk. Maar ook de invloed van de omgeving is sterk. Misschien speelde dat een rol bij de familie Bach. Bespeelt een aanzienlijk deel van de familie een instrument, dan zullen nakomelingen gemakkelijker naar het orgel of de viool grijpen. En heeft een familie eenmaal een reputatie van muzikale genialiteit, dan zullen de nakomelingen op zijn minst enige druk voelen om die reputatie in stand te houden. 1929 deed Percy Aldridge Grainger (1882-1961) mee aan een onderzoek naar de erfelijkheid van muzikaliteit. Toen men hem vroeg of hij zijn muzikale talent had geërfd antwoordde hij: "Ik geloof niet in muzikaal talent. Ik, in het bijzonder, heb helemaal geen talent." Daarna werd gevraagd of hij dan soms geloofde dat het door invloeden en oefening thuis kwam, en zei daarop: "Helemaal door toedoen van mijn moeder en haar wens dat ik componist werd."

Prof. Ronald Plasterk hoogleraar moleculair biologie (en columnist) en direkteur vh Hubrecht Laboratorium (onderzoeksinstituut voor ontwikkelingsbiologie vd Universiteit Utrecht): Onderzoeken of talent erfelijk is lijkt mij wetenschappelijk gezien methodologisch bijna onmogelijk! Er zijn veel factoren van buitenaf die meespelen, zoals bijvoorbeeld de tijdgeest of smaak, veel kunstenaars worden in eerste instantie niet door hun omgeving als talent erkend. Er zal zeker een gen zijn voor creativiteit, maar als dat niet gestimuleerd wordt komt er niets tot ontwikkeling. Het resultaat is afhankelijk van omgevingsfactoren. Er is een onderzoek gedaan naar de ontwikkeling binnenin de hersenen van blinden, waar uit bleek dat een bepaald gedeelte (tastzin) aanmerkelijk beter ontwikkeld en dus groter was, in tegenstelling tot zienden - er heeft zich een specialisatie gevormd. Bij mensen die op latere leeftijd blind worden, ontwikkelt zich die tastzin weer minder goed. Ook sprak de heer Plasterk over een ander belangrijk component nl. temperament, waardoor bepaalde kunstzinnige uitingen vorm kunnen krijgen.

Jean-Jacques Cassiman is een wetenschapper die we in onze interviewreeks ook in de galerij van de kunstenaars konden zetten. In een vroeger leven stond hij op de Vlaamse podia met het trio Cassiman en leerde hij Vlaanderen de negro spirituals kennen. Wereldmuziek avant la lettre, zou je kunnen zeggen. Later dook hij in het labo, om zich vervolgens te ontpoppen als grote specialist in het erfelijkheidsonderzoek.
Was u voorbestemd voor een muzikale carrière? Zat het in de genen?
Zowel mijn grootouders als mijn beide ouders waren zeer muzikaal; mijn vader kon elke melodie spelen zonder partituur, mijn moeder was klassiek geschoold in piano en notenleer zoals dat in die tijd de gewoonte was in de kleine burgerij. Ook mijn broers en zussen hebben dat talent. Het is dus niet verwonderlijk dat daar op een mooie dag een trio uitgekomen is, want we hebben in de familie altijd blootgestaan aan muziek, en dat van de klassieke tot de meer populaire muziek. Met het trio Cassiman zijn we begonnen met negro-spirituals en ons repertoire is later uitgebreid met volksliederen uit verschillende landen; we hebben dat een achttal jaren volgehouden, tot ik voor mijn opleiding naar de Verenigde Staten vertrokken ben.
In welke mate bepaalt de opvoeding hoe mensen zijn?
50 % is aanleg en 50 % is opvoeding, milieu. Dat is geen definitief antwoord, dat is een gemiddelde, maar als je kijkt naar normaal gedrag en naar afwijkend gedrag, dan mag je zeggen dat voor al die karakteristieken gemiddeld 50% is aangeboren.
De laatste tijd horen we zo vaak dat er weer een nieuw gen ontdekt is dat verantwoordelijk zou zijn voor een ziekte of een kenmerk, dat je bijna verwacht dat "erfelijke aanleg" een grotere rol zou toegeschreven krijgen dan vroeger.
Dat is de belangrijkste boodschap die ik tracht mee te geven in de voordrachten die ik geef. Het is allemaal flauwekul, wat men vertelt over dat gen van dit en dat gen van dat. Dat bestaat niet. Er zijn altijd een tiental genen, en in veel gevallen zijn het er veel meer, die een rol spelen in het tot stand komen van een kenmerk en dan heb je nog de andere helft die bepaald wordt door de omgeving. Maar het is logisch dat je dat hoort: genetica scoort goed in de media, en het is ook een mooi excuus. Je bent gedetermineerd, je bent dus niet verantwoordelijk, want je hebt het in je genen. Maar het is vooral een flauw excuus.
natuurlijke aanleg, wat zich een aantal jaren later uit in het feilloos leren van de moedertaal. Intonatie (muzikaliteit) vervult, vooral bij het goed begrijpen van taal, een zeer belangrijke rol. In iedere cultuur vinden we dan ook spreekteksten, spelletjes en liedjes waarbij ouders innig contact maken met hun kind, zodat ze zich vertrouwd en veilig blijven voelen, waardoor de ontwikkeling van het kind gestimuleerd wordt.

Sandra Trehub van de Universiteit van Toronto liet baby's van een half jaar kijken naar video's van hun moeder.
Op de ene zong ze een kinderliedje, op de andere sprak ze het kind liefkozend toe. De baby's bleven veel langer naar de zingende moeder kijken, ze waren door haar gebiologeerd. En ouders maken daar ook instinctief gebruik van. Proberen ze hun baby - geteisterd door darmkrampjes - te kalmeren, dan zetten ze met een zoete stem een kinderliedje in. Kinderen van drie jaar kunnen al heel duidelijk de vrolijke delen uit de muziek van hun cultuur duiden, zo bewijst ander onderzoek. En als ze zes jaar zijn, zijn ze net zo goed in het onderscheiden van melancholie, angst en boosheid in muziek als volwassenen. Een gave die ze de rest van hun leven niet meer kwijtraken.
Muziek lijkt dus diep te zijn geworteld in onze hersenen. De grote vraag is nu of onze hersenen speciaal zijn uitgerust om muziek te begrijpen. Met andere woorden: zit er een speciaal muziekcentrum of -circuit in ons hoofd, net zoals we een taalcentrum bezitten? De Canadese neuropsycholoog Isabelle Peretz van de Universiteit van Montreal is er heilig van overtuigd. Al enige jaren onderzoekt zij personen die op een of andere manier muzikaal gemankeerd zijn. Uit haar onderzoek blijkt dat muzikaliteit na een hersenletsel kan wegvallen, terwijl alle andere mentale functies gewoon behouden blijven.
Zie ook: De muzikale mens op www.intermediair.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 191.