kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Minimal-music

Minimal music

In de klassieke muziek vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw wordt de term minimal music gebruikt om een muziekstijl met de volgende kenmerken aan te duiden:
- beperktheid van de muzikale uitgangsgegevens:
. (haast eindeloze) herhalingen van korte melodische en ritmische motiefjes, van basiselementen, met minimale veranderingen, zodanig dat de kleine wijzigingen daarin nauwelijks opvallen.
. of stilstand (vaak in de vorm van gebrom of lang aangehouden tonen).
- een accent op consonante samenklanken.
- een vast tempo.

Met het beperken van het aantal basiselementen wordt het proces van het musiceren zelf benadrukt.
De principes van minimal music zijn ontleend uit West-Afrikaanse en Indiase muziek.

Minimal music, richt de aandacht eerder op het gradueel verloop en de ontwikkeling van bij voorkeur meerduidige muzikale patronen, dan op enige ontwikkeling van wat men traditioneel 'melodie' , of algemener 'lijn', noemt.

Het woord minimalisme werd voor het eerst gebruikt in de muziek in 1968 door Michal Nyman in een recensie van het stuk The Great Digest van Cornelius Cardew. Later breidde Nyman zijn definitie van minimalisme in de muziek uit in zijn boek Experimental Music: Cage and Beyond (1974).

De term minimal music is afgeleid van het concept minimalisme, dat bekend was uit de schilderkunst en beeldhouwkunst. De stromingen minimal art en minimal music ontstonden beide in het New York van de late jaren ’50 en vroege jaren ’60. In deze tijd heerste daar een sfeer van sterke onderlinge verbondenheid tussen de kunsten. Beeldende kunstenaars, musici, choreografen en cineasten hadden veelvuldig contact, en beïnvloedden elkaar over en weer. De componist Steve Reich en beeldend kunstenaar Donald Judd kenden elkaar goed, en werkten regelmatig aan gezamenlijke projecten.

Zowel minimal musici als minimal kunstenaars maken werken welke zeer eenvoudig van opzet zijn, en zich beperken tot de meest essentiële zaken die nodig zijn om een kunstwerk te maken. Het was de bedoeling van beiden een zo letterlijk mogelijke kunst te maken, waarbij geen ruimte was voor narratieve, verwijzende en expressionistische zaken. De werken staan nadrukkelijk op zichzelf, en zijn zo objectief mogelijk. Sporen van de bewerking van het materiaal door de kunstenaar of componist zijn niet of nauwelijks te vinden. De afzonderlijke delen van de kunstwerken staan bovendien niet in een hiërarchische verhouding tot elkaar. Er zijn geen belangrijke en minder belangrijke delen te onderscheiden, er is slechts sprake van herhaling van gelijke elementen. Hierdoor kan het werk niet meer vanuit zijn delen begrepen worden, en gaat de aandacht van de beschouwer uit naar het geheel. Juist de ervaring van minimalistische kunst komt hierdoor centraal te staan. Deze is vaak problematisch, omdat het werk niet helemaal te begrijpen en te rationaliseren is. We merken bijvoorbeeld dat steeds dezelfde elementen op heel verschillende manieren ervaren kunnen worden. Hierdoor worden er vragen opgeroepen omtrent de aard van onze waarneming. Door de sterke nadruk op de perceptie, speelt de beschouwer een centrale rol bij zowel minimal art als minimal music. Er ontstaat eigenlijk pas betekenis wanneer deze kunstvormen worden waargenomen. Doordat er geen sprake meer is van betekenisvolle relaties tussen de delen van de werken, springt de omgeving waarin ze zich bevinden of afspelen, nadrukkelijk in het oog. De werken bevinden zich in het hier en nu, en maken ons bewust van de werkelijke tijd en, in het geval van minimal art, ruimte waarin onze ervaring plaatsvindt.

Een verschil tussen de minimal music en de minimal art is dat alleen minimal music de grens tussen hoge kunst (‘kunst met een hoofdletter’) en lage kunst (kunst uit de populaire cultuur), en die tussen westerse en niet-westerse muziek, doorbreekt. Minimal art doorbreekt weliswaar de grenzen tussen traditionele categorieën als schilderkunst en beeldhouwkunst, maar houdt zich wel aan de afbakening van de ‘hoge’ kunst.

Het gebruik van de term minimal voor zowel de beeldende kunst als de muziek is goed te verklaren en te begrijpen. Een vergelijking tussen het werk van beiden geeft aan dat er weliswaar sprake is van kleine verschillen tussen de bewegingen, maar dat de overeenkomsten in opvattingen over het materiaalgebruik, de rol van de beschouwer, kunstenaar, en omgeving, evenals de manier waarop kunst betekenis creëert, veel nadrukkelijker in het oog springen.

componisten minimal music
La Monte Young (Pendulum Music) wordt over het algemeen aangemerkt als de "vader" van het minimalisme. Philip Corner.
John Adams, Terry Riley (In C), Michal Nyman, Martland, Philip Glass en Steve Reich zijn minimal-music componisten.

Philip Corner is met La Monte Young een van de originele grondleggers van de minimal music in New York en was ook nauw betrokken bij de Fluxus beweging in de jaren zestig. Als pianist zette hij zich nagenoeg uitsluitend in voor de nieuwste Amerikaanse muziek. Ook was hij oprichter van de New Yorkse gamelan groep 'Son of the Lion'. Zijn lang verblijf in Azie (Korea en Indonesie) liet een diepgaande invloed na in zijn werk. (The Vq chord which begins the Chopin D-major Prelude ... as a revelation)(1986).

De vroege composities van Philip Glass en Steve Reich hadden over het algemeen een strenge vorm, met weinig versieringen over het primaire thema. Het waren stukken voor kleine instrumentale ensembles (waar de componisten zelf deel van uit maakten).

Bij Steve Reich lag het accent meer op idiofonen, zoals de xylofoon, de marimba, en de metallofoon. Zijn werken zijn geschreven voor combinaties van deze instrumenten. "Violin Phase", "Piano Phase", "Come out to show them" en "Drumming".
Steve Reich (geboren in 1936 in New York) studeerde in eerste instantie compositie en filosofie. In 1970 ging hij bij het Institute of African Studies in Ghana de West-Afrikaanse trommeltechniek bestuderen. Het repetatieve element en de minimale verschuivingen van de West-Afrikaanse muziek inspireerde Reich tot een nieuwe manier van componeren, te horen in werken als Drumming en Music for 18 musicians.

In het geval van Philip Glass bestonden deze ensembles uit orgels, blaasinstrumenten, met name saxofoons, en vocalisten. "Eindstein on the beach"
Philip Glass (geboren in 1937 in Baltimore) studeerde compositie. Hij ontmoette Ravi Shankar, de sitarspeler. In 1966-1967 volgde hij bij hem een studie tablabespeling (slagwerk). De indiase tablamuziek had een beslissende invloed op zijn componeerstijl. Hij verwierp al zijn daarvoor gemaakte composities en maakte vanaf dan alleen minimal music. “Als gevolg van het contact met Indiase muziek verstopte ik bijna alle harmonieén, bovendien grotendeels ook de melodie en kreeg de ritmische structuur de controle en dragende constructie. Dit was het begin van wat minimal music wordt genoemd", aldus Glass. Een paar titels van werken zijn Two Pages en Music in Similar Motion. In de samenwerking met dramaturg Robert Wilson en filmer Michael Snow werkte hij eraan "minimal music" zichtbaar te maken.

John Adams werken waren vaak bestemd voor meer traditionele combinaties van instrumenten: orkest, strijkkwartet en zelfs voor piano solo. Zijn werken zijn veelal veel toegankelijker; zijn werk heeft een minimalistische kern, maar vertoont ook een zeer klassieke wijze van componeren, en een frase in John Adams werk blijft meestal minder lang onveranderd door dezelfde instrumenten gespeeld dan een frase uit een ander minimalistisch stuk. Sommige van John Adams orkestwerken worden maximalistisch genoemd, maar dat is niet een algemeen erkend begrip onder recensenten.

serialisme vs minimalistische muziek
Velen vinden de minimalistische muziek toegankelijker dan serialisme en andere hedendaagse avant-garde stromingen, maar sommigen vinden de muziek snel saai worden door de vele herhaling. Anderen vinden de herhaling juist trance-verwekkend.

Zie ook Simeon ten Holt...

Voorlopers minimal music: De Bolero van Ravel, Erik Satie's Vexations. Dat wat in diens oeuvre een incident is, wordt bij de munimalisten echter een grondprincipe.

Wat is er nu zo minimaal aan minimal music?
Als je naar de gemiddelde lengte van de vroege minimalistische composities kijkt, is het woord ,,minimaal'' inderdaad wel het laatste dat in je opkomt. Zeker in de beginjaren duurde minimal music lang tot zéér lang, met als blikvangers Drumming van Steve Reich (ongeveer een uur op basis van één enkel ritmisch patroon), de opera Einstein on the Beach van Philip Glass (4 uur en drie kwartier is het snelheidsrecord) en natuurlijk het gigantische solo-werk The Well-Tuned Piano van de ,,godfather of minimalism'' La Monte Young, dat tegenwoordig een zestal uur (ononderbroken!) in beslag neemt.
Wat vooral minimaal aandoet is de hoeveelheid muzikale informatie die de luisteraar krijgt. Minimal music is heel spaarzaam in het gebruik van nieuw muzikaal materiaal. Daardoor wordt meestal een beperkt aantal noten, akkoorden, ritmische elementen... een relatief lange tijd uitgewerkt: door stelselmatige herhalingen of door de noten lang aan te houden.
Het minimale karakter valt pas echt op wanneer je het vergelijkt met wat er in de andere hedendaags-klassieke stijlen in dezelfde periode gangbaar is. Voor de moderne luisteraar die opgegroeid is met alternatieve rock en elektronische muziek, lijkt het uitgepuurde, repetitieve karakter van minimal music dan vaak weer heel normaal.

Is minimal music nog actueel?
Ja en nee. Als historische stijl kende minimal music haar hoogtepunt tussen het midden van de jaren zestig en het midden van de jaren zeventig. Nadien begonnen de componisten steeds verder van hun minimalistische basisprincipes af te wijken, zodat het moeilijk is om dan nog van minimal music te spreken. Aan de andere kant werden die componisten wel bekend in de jaren zeventig en tachtig. Het label ,,minimalist'' raakten ze niet meer kwijt. Het gevolg is dat recente dingen die muzikaal gesproken nog nauwelijks met de oorspronkelijke stijl te maken hebben (zoals het recente werk van Terry Riley) toch schaamteloos als ,,minimal'' worden bestempeld.
Wel is het zo dat minimal music de laatste 30 jaar een grote invloed heeft uitgeoefend op de hedendaagse muziek (pop, electro) zodat ook bij jongere componisten elementen opduiken die zonder de inspiratie van de minimalisten ondenkbaar waren geweest.
Bovendien is er de jongste jaren een geweldige interesse van muzikanten en ensembles om minimal music - ook de radicale stukken uit de pioniersjaren - opnieuw uit te voeren. Waar die muziek vroeger het exclusieve domein van de ensembles van de componisten zelf was, staan de jonge ensembles nu te trappelen om deze muziek een tweede adem te geven. Wat dat betreft, lijkt zelfs de strengste minimal music nog zeer vitaal.
Is het waar dat je van te lang naar minimal music luisteren high wordt? Voor sommigen is minimal music beluisteren misschien een soort joint, maar dat is alleszins nooit de bedoeling geweest. Feit is dat minimal music opkwam in de jaren zestig in volle flower-powertijd en dat die sfeer de componisten ook niet onberoerd liet. De rituele, obsessieve en bezwerende sfeer die minimal music in navolging van veel Afrikaanse of Aziatische traditionele muziek introduceerde, doet natuurlijk meteen aan extase en trance denken.
Toch leent minimal music zich zowel tot een zeer actieve, alerte manier van luisteren als tot een hypnotische trance. Het hangt er waarschijnlijk vooral vanaf wat je er als luisteraar in zoekt.

Waarom is er zoveel minimalistische filmmuziek?
Dat minimal music het zo goed doet in de cinema (denk maar aan Glass' legendarische muziek voor Godfrey Reggio's Koyaanisqatsi ,of aan de soundtracks die Michael Nyman voor Peter Greenaway maakte) is één van die merkwaardige fenomenen waar geen pasklare verklaring voor te vinden is.
De trage, geleidelijke manier waarop minimal music zich ontplooit blijkt vaak goed te werken in combinatie met filmbeelden. Het is muziek die een dimensie toevoegt. Wat zou Greenaways The Draughtsman's Contract zijn zonder de schitterende muziek van Michael Nyman? Voor regisseurs kan minimal music een interessant alternatief bieden, omdat het duidelijk niet in de clichés van de Hollywood-filmmuziek past, een trendy tintje heeft en toch door de kijkers/luisteraars als toegankelijk wordt ervaren.
Maar ook hier geldt de wet van de markt: het succes maakt dat allerlei filmcomponisten pseudo-Glass of pseudo-Nyman elementen beginnen te gebruiken (in plaats van pseudo-Morricone of pseudo-Herrmann) en dat ook de pioniers zich laten verleiden tot bravere soundtracks die beter in de Hollywood-normen passen. Het verschil tussen Glass' baanbrekende muziek voor Koyaanisqatsi en zijn romige soundtrack voor The Hours van Stephen Daldry spreekt boekdelen.

Bron: minimal music componisten: Timothy Lenk, Frederic Rzewski, David Rosenboom, Andriessen


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 18.