kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Mauricio Kagel

Dressur, Mauricio Kagel, Oberlin Percussion

Mauricio Raúl Kagel geboren Buenos Aires 24-12-1931
Duits componist van Argentijnse afkomst

Mauricio Kagel nam privéles in cello-, piano- en orgelspel evenals in dirigeren. Hij is autodidact in muziektheorie en compositie. Nadat hij gezakt was voor zijn toelatingsexamen voor het conservatorium, ging Kagel literatuurgeschiedenis en filosofie studeren aan de Universiteit van Buenos Aires.

Sinds 1949 maakte Kagel deel uit van de Agrupación Nueva Música, waar met name de componist van concrete muziek Tirso de Olazábal (1924–1960) een grote invloed op hem had.

Vanaf 1950 werkte hij als koordirigent en was medeoprichter van de "Cinematheque Argenine" in zijn geboorteplaats. In 1955 werd Kagel de studieleider van de kameropera en de dirigent van het Teatro Colón in Buenos Aires.

In 1957 kwam Mauricio Kagel dankzij de beurs van de Deutschen Akademischen Austauschdienstes naar Keulen, waar hij werkzaam was in de studio's voor Electronische Muziek van de WDR (bestaande uit o.m. Stockhausen, Goeyvaerts en Koenig), waar hij naam maakte als componist en pedagoog. In deze periode componeerde hij Transiciòn I (1958–1959) en Transiciòn II (1959; met piano en slagwerk). Bovendien nam hij de leiding op zich van het Rheinischen Kammerorchesters (tot 1961).

In 1959 was Kagel de oprichter van het "Kölner Ensemble für Neue Musik". In deze periode componeerde hij werken als Sur scène (1959; muziektheater) en Antithèse (1962; elektronisch). Hij gaf lessen tijdens de Darmstädter Ferienkurse (1960–1966), werkte verder in dezelfde functie bij de Film- und Fernsehakademie Berlin en leidde bovendien als opvolger van Karlheinz Stockhausen de Kölner Kurse für Neue Musik (1969–1976).

Van 1974 tot 1997 was hij professor voor nieuw muziektheater aan de Kölner Musikhochschule. Voorts gaf hij over de hele wereld lezingen en gastcolleges. Hij kreeg talrijke prijzen en onderscheidingen.

De bijzonder veelzijdige componist hield zich met grote voorliefde bezig met de omvorming en vervreemding van oudere muziek en hij vermengd historisch musicaal materiaal met electronisch-akoestisch en audio-visuele media. Hij experimenteert met alle soorten geluiddragers en betrekt ook het lichaam als muziekinstrument in zijn werken. Met composities als, Musik für Renaissance- Instrumente, (1965–1966) of het bewerken van bestaande muziek, waaronder Variationen ohne Fuge, (1971–1972, naar Brahms’ Händel- variaties), in Staatstheater (1971) worden alle gebaren en situaties uit de geschiedenis van de opera als zodanig aan de orde gesteld.

Als dirigent en regisseur wordt hij wereldwijd gewaardeerd. Kagel had in de jaren zestig een nieuwe vorm van muziektheater ontwikkeld, het zogenaamde "Instrumentale Theater", waarin hij niet alleen de klank, maar ook het scenario (beweging, licht en decor) precies voorschreef. Hij produceerde sinds de jaren zestig muzikaal geconcipieerde hoorspelen en films; deze liggen maar één stap verwijderd van muziekwerken waarin de handelingen van de uitvoerenden gedramatiseerd worden, zoals Sonant (1960; gitaar, contrabas, harp en membraaninstr.)

In de jaren tachtig echter keerde Kagel terug naar de traditionele genres van de absolute muziek. Daarbij stond het aspect van het tijdloze in het middelpunt van zijn composities. Dit blijkt niet op de laatste plaats uit zijn voorkeur voor een alfabetische en niet voor een chronologische ordening van het register bij zijn werk.

In 1991 was hij composer- in- residence aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 11.