muziekbus









Maurice Béjart

Maurice Béjart geboren Marseille 1 januari 1927, gestorven Lausanne 22 november 2007
Frans balletdanser, choreograaf en balletdirecteur

Maurice Béjart kreeg zijn opleiding als danser van Madame Egorova, Madame Rousanne en Léo Staats. Deze klassieke bagage ontving hij in Vichy (1946), daarna van Janine Charrat, van Roland Petit en vooral, in Londen, in de schoot van het International Ballet.

Tijdens een tournee in Zweden met Ballet Cullberg (1949) ontdekte Béjart de hulpbronnen van choreografisch expressionisme en een contract voor een Zweedse film confronteerde hem voor het eerst met Stravinsky.

Béjart richtte in 1953 te Parijs een eigen dansgroep op, Ballets de l'Étoile, waarvoor hij zijn eerste belangrijke werk creëerde Symphonie pour un homme seul (1955, muziek van P. Henry en P. Schaeffer). Zijn eigen taal meester wordend, creëerde hij een serie werken: Haut Voltage, Prométhée, Sonate à trois (naar Huis Clos van Jean Paul Sartre).

Béjart "Le marteau sans maître" 2
Uit deze groep groeide in 1957 het Ballet-Théâtre de Paris. Met dat gezelschap creëerde hij voor de Brusselse Muntschouwburg Le sacre du Printemps in 1959, een mijlpaal in de dans- en theatergeschiedenis. Datzelfde jaar werd Béjart uitgenodigd om het balletgezelschap van de Brusselse Muntschouwburg te leiden. Zo ontstond het legendarische Belgische dansgezelschap Ballet van de XXe eeuw.
Maurice Bejart brak met het algemene dansvocabularium door zijn gebruik van expressieve bewegingen: gedecentraliseerde heupen, rugondulaties, contracties, die hij ontleende aan de Indische en Afrikaanse dans, de jazz-dans en de disco. Hij verraste een jong intellectueel publiek met virtuoos gechoreografeerde balletten als Le Sacre du printemps en Boléro.
Zijn gezelschap Ballet van de XXste Eeuw bracht meer dan een kwarteeuw lang volle sportstadions (gewone theaters waren te klein!) over de hele wereld in geestdrift.

Bejart stichtte in Brussel in 1970 ook Mudra, een opleiding, waar je behalve ballet ook onderwijs in zang, acteren en yoga kreeg en Yantra (een experimentele dansgroep). In de Mudra wilde Béjart een nieuw soort danskunstenaars vormen. Hij leerde zijn leerlingen onder andere muziekanalyse, yoga en theater. Mudra zou één van de belangrijkste vernieuwende dansopleidingen in Europa worden en bracht tal van boeiende dansvernieuwers voort, zoals Maguy Marin, Nicole Mossoux, Anne Teresa de Keersmaeker, Michèle-Anne de Mey en Pierre Droulers.

In 1987 leidden onenigheden tussen Béjart en Muntdirecteur Gerard Mortier tot een breuk. Béjart vertrok naar Lausanne, waar hij het Ballet Béjart Lausanne oprichtte. Een een jaar later werd de Mudraschool in Brussel gesloten. In Lausanne stichtte Béjart de l'école-atelier Rudra in 1992.

Béjart bracht de moderne-klassieke dans naar het grote publiek. Zijn Ballet van de XXste Eeuw, had alles om de jeugd te bekoren, moderne en sensuele bewegingen, moderne muziek, mannen op de scène (soms meer mannen dan vrouwen, een revolutie in die tijd), een minimale hiërarchie binnen de groep, een samenkomen van soms wel 25 nationaliteiten op de scène bij de uitvoering van de Negende Symfonie bijvoorbeeld.
Maar boven al was er ook de plaats waar de uitvoeringen gebracht werden, sportpaleizen en andere megazalen, waar het publiek met bussen heen gevoerd werd.

Hij was de eerste choreograaf die electronische composities gebruikte. Béjart choreografeerde vaak grote groepsscènes om krachtige effecten te bereiken. Zijn stijl is erg geschikt voor mannelijke dansers. Zijn muze, de sterdanser Jorge Donn, excelleerde in zijn balletten: Le Sacre du Printemps , Nijinski - Clown of God en Bolero.

In zijn lange loopbaan als choreograaf doorliep Béjart verschillende stijlen, maar in al zijn werken, hoe verscheiden ook, staat de mens centraal. Béjart is de schepper van groots opgezette balletproducties, zoals Les Quatre Fils Aymon (1961), Messe pour le Temps Présent (1967), Nijinsky (1972), I Triomfi del Petrarca (1974), Notre Faust (1975), Le Molière Imaginaire (1976), Dichterliebe/Amor di Poeta (1975), Wien, Wien nur du allein (1982), Thalassa-Mare Nostrum (1982), Dionysos (1984), Le Concours (1985), Le Martyre de St. Sébastien (1986) en Trois Préludes pour Alexandre.

Bejart baseert zich vaak op de Germaanse cultuur, later komen daar invloeden bij van verschillende Oosterse culturen: Bhakti (1968), Golestan/Jardin des Roses (1973), Farah (1973), Raga (1977), Cinq Nô Modernes (1985), The Kabuki (1986).

Liefde en broederschap zijn ook vaak basisthema's in zijn balletten: De Negende Symfonie (1964), Romeo en Julia (1966). De balletten van Béjart zijn afspiegelingen van eerste ontmoetingen die hij had met muziek, leven, dood, liefde, met mensen wiens verleden en werk deel van hemzelf zijn gaan uitmaken.

Béjart liet zich steeds inspireren door alle stromingen in de filosofie, voor alle vormen van kunst in al haar uitdrukkingsvormen, voor het actueel gebeuren en heeft vanuit die betrokkenheid zijn werken ontworpen.

In Parijs ging ter gelegenheid van de herdenking van de Franse Revolutie zijn ballet 1789 et nous in première, in 1990 in Berlijn gevolgd door zijn meest ambitieuze werk, Metamorphose der Tetralogie: Der Ring des Nibelungen (Un spectacle autour du 'Ring'), en in Caïro door Pyramide - El Nour.

Ballet for life (1997) is opgedragen aan Freddie Mercury en Jorge Donn en anderen die te vroeg zijn gestorven, op muziek van Queen en Wolfgang Amadeus Mozart en kostuums van Gianni Versace.
Ballet for life begint met een choreografie voor het hele dansgezelschap op het nummer It's a beautiful day van Queen. Maar niet alleen deze eerste dans is adembenemend om te zien, elk daaropvolgend ballet heeft een emotionele lading waar liefde, hoop, humor en verdriet elkaar afwisselen.
De geladen sfeer bereikt haar hoogtepunt als een projectiescherm beelden vertoont van het nummer I want to break free uit de voorstelling 'Life at Wembley, 1986', met de inmiddels aan AIDS gestorven Jorge Donn, voormalig solodanser van Béjart's gezelschap.

Maurice Béjart kreeg verscheidene belangrijke prijzen, waaronder in 1975 de Dance Magazine Award en de Erasmusprijs en in 1986 de Orde van de Rijzende Zon.

In augustus 2002 richtte Bejart een nieuwe groep op, de Compagnie M, en creëerde daarvoor zijn ballet re Teresa et les enfants du monde met de ballerina Marcia Haydé, die de wereldtoernee maakte en wier première plaatsvond op 18 oktober 2002 in Théâtre de Beaulieu in Lausanne.

In oktober 2003 bracht Béjart een hommage aan Fellini (20-1-1920, 31-10-1993) op diens tienjarige sterfdag met Ciao Federico.

In 2004 vierde Béjart 25 jaar lang leiderschap van het Gezelschap. Hij maakte l’Art d’être grand-père in samenwerking met de jonge dansers uit de groep.

In 2005 creëerde Béjart L’Amour-la Danse, een spektakel dat meer dan een dozijn fragmenten bevat van zijn meest beroemde balletten. Daarna in december Zarathoustra en le Chant de la danse zijn meest recente grote mondiale creatie.

De Franse choreograaf Maurice Béjart, die donderdag 22 november 2007 in het Zwitserse Lausanne overleed, bleek kort daarvoor de Zwitserse nationaliteit verworven te hebben.

website: www.bejart.ch



privacybeleid