kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-12-2009 voor het laatst bewerkt.

Matthijs Vermeulen

Nederlands componist, essayist, (muziek)criticus , Helmond 8 februari 1888 – Laren (Nh) 26 juli 1967

Matheas of Mat­theus Christia­nus Franciscus van der Meulen, bekend sinds 1915 onder de (artiesten)naam Matthijs Vermeulen, werd op 8 februari 1888 in Hel­mond geboren als oudste zoon van de smid Franciscus Jacobus van der Meulen en Maria Adriana Wonderval. Vermeulen groeide op in een katholiek milieu.

Na gebleken lichamelijke ongeschiktheid ten gevolge van een ongeluk in het bedrijf van zijn vader voor het smidswerk besloot men hem een opleiding tot priester te laten volgen. Zijn passie voor muziek openbaar­de zich op zijn veertien­de tijdens de gymnasiumopleiding bij de Jezuïeten aan het seminarie te Hees­wijk, waar hij vervolgens werd ingewijd in de techniek van de zestiende-eeuwse componisten en pianoles kreeg. In een brief aan zijn broer liet hij weten een soort visioen te hebben gehad: hij wilde vanaf dat moment componist worden. Een verblijf in de jaren 1904-1905 aan een jezuïeteninternaat in achtereenvolgens Thieu en Gemert in België verschafte hem bovendien een gron­dige scholing in de klassieke schrij­vers en een vloeiende beheer­sing van de Franse taal.

Nadat hij het plan om priester te worden had laten varen, vertrok Vermeulen, na een korte tijd van zelfstudie thuis, in 1907 naar Amster­dam om zijn eerste compositie­proeven voor te leggen aan de direc­teur van het conservatorium: Daniël de Lange, van wie hij gedurende twee jaar (1907–1909) les kreeg.

Hier ontwikkelde hij zich aanvankelijk onder barre omstandigheden, begeleid door de directeur van het conservatorium Daniel de Lange, die hem onder meer wekelijks gratis les gaf, totdat hij in 1909 werd aangesteld als muziekrecensent van De Tijd. Deze nog met M. v.d. M. ondertekende kritieken trokken de aandacht van de vooraanstaande componist en classicus Alphons Diepenbrock (1862-1921), die zijn mentor werd en voor de ont­wikke­ling van zijn gedachte­goed van grote betekenis is ge­weest. Vooral in Vermeulens behandeling van de antithese tussen de zogenaam­de Germaanse en de Latijnse geest in de kunsten is Diepen­brocks invloed merk­baar.

Op Diepenbrocks voorspraak werd hij in 1910 medewerker van De Groene Amsterdammer. Ook was hij enige tijd verbonden aan de Nieuwe Rotterdamsche Courant.

Eerste symfonie (Symphonia carminum, 1912-1914)
De eerste compositie waarmee hij - zonder ooit een conservatorium te hebben bezocht - naar buiten trad was zijn Eerste symfonie (Symphonia carminum, 1912-1914). Vermeulens muziek bevat weinig directe verwijzingen naar contemporaine stijlen, met uitzondering van deze 1ste symfonie, waarin nog echo's van Gustav Mahler en Diepenbrock te beluisteren zijn.
Als pleitbe­zorger van de nieuwe Franse muziek ging Vermeulen de confron­tatie aan met Willem Mengel­berg, die hij als dirigent hoog schatte maar als muzi­kaal leider van de belangrijkste concert­instelling van het land, het Concertge­bouworkest, tekort vond schieten wegens zijn eenzijdige ge­richtheid op de Duitse muziekcultuur. Dat deze kritiek hem niet in dank werd afgeno­men, bleek toen Mengelberg weigerde een uitvoering van Vermeu­lens Eerste Symfonie, een werk dat hem gezien de melodische rijkdom en het vitale karakter zeer gelegen zou zijn, zelfs maar in overweging te nemen.
(zie ook De Eerste Wereldoorlog maakte een revolutionair elan in Vermeulen wakker. In de kolommen van dat dagblad nam hij stelling tegen de Duitse oorlogspolitiek.

1917 - On ne passe pas, voor tenor en piano
1917 - Les filles du roi d'Espagne, voor mezzosopraan en piano (P. Fort)
1917 - The soldier, voor bariton en piano (R. Brooke)
1917 - La veille, voor mezzosopraan en piano (1932: versie met orkest)(F. Porché)

Vermeulens engagement komt ook naar voren in de tekstkeuze van een viertal liederen uit 1917, waarvan er twee verschenen als bijlage van De Groene, waaronder het dramatische La Veille.

Hij huwde op 21 maart 1918 met Anna Wilhelmina Celestine van Hengst. Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 1 dochter geboren.

1918 - Sonate pour violoncelle et piano
Kort na zijn huwelijk in 1918 componeerde Vermeulen de Eerste Cellosonate, een meester­werk waarmee hij het gebied van de zogeheten vrije atonaliteit verkende.
De eerste uitvoering in 1919 van Vermeulens Eerste symfonie had 131 onverbeterde fouten in de orkestpartijen. De Spaanse griep zorgde ervoor dat in de cellogroep twee musici aantraden. Vermeulen beschouwde deze uitvoering dan ook als non-existent.

1920 - Tweede symfonie (Prélude à la nouvelle journée)
De 2de symfonie (Prélude à la nouvelle journée, 1919–1920) van Vermeulen is dan in haar overrompelende radicaliteit slechts vergelijkbaar met Sacre du printemps van Strawinsky, zij het dat ze niet zoals dit werk de kans kreeg een schandaal te ontketenen. Door de orkestratie, die eerder op contrastering dan vermenging van timbres is gericht, het niet-idiomatische gebruik van de afzonderlijke instrumenten, de afwijkende samenstelling en ligging van de accoorden, alsmede de stugge ritmiek doet deze symfonie de herinnering aan een traditioneel symfonieorkest – waar ze, met de nodige uitbreidingen, toch voor geschreven is – vervagen.

In 1920, een jaar nadat hij was begonnen aan de revolutionaire Tweede Symfonie, die vol gewaagde experimenten zat, gaf hij zijn journalistenbaan op om zich - finan­cieel gesteund door vrienden - geheel aan het componeren te gaan wijden.

Zijn door een radicale toon anti-Duits gekenmerkte kritieken leidde tot een aantal conflicten met de sterk op de Duits-Oostenrijkse muziek gerichte Willem Mengelberg en zijn Concertgebouworkest. Had de machtige en geëerde dirigent een uitvoering van Vermeulens Eerste symfonie geweigerd, op het verzoek de geavanceerde, expressionistisch geladen Tweede (1919/1920) te dirigeren reageerde Mengelberg niet eens. Omdat hiermee de kansen voor de 'componist' Vermeulen in Nederland verkeken waren, vertrok deze in de zomer van 1921 naar Frankrijk in de hoop daar een ge­schikter klimaat voor zijn polyfone ambities, en zijn op het impressionisme van o.a. Ravel en Debussy geïnspireerde harmonieën te vinden. Hij verbleef in Frankrijk tot 1946. Hier leefde hij in de banlieu van Parijs, aanvankelijk in La Celle-Saint-Cloud, later in Louveciennes.

1921–1922: Derde Symfonie (Thrène et Péan)
Ondersteund door enkele Nederlandse vrienden, familie en door zijn vriend de pianist Ernst Levy voltooide hij zijn Derde symfonie (1921/ 1922), een werk van lange spanningsbogen in een hechte architectonische samen­hang.

1923 - Trio à cordes (strijktrio)
1924/25 - Sonate pour piano et violon

Verder componeerde hij het lyrische, voornamelijk op canontechniek gebaseerde Strijktrio en de Vioolsonate, die een grote virtuositeit van violist en pianist vereist. Een nonconformistische factuur en een niet aflatende intensiteit kenmerken ook de nadien tot stand gekomen composities.

'De één verweet mij dat ik hem bek-af maakte, de tweede dat ik onbegrijpelijk was, een derde noemde mij geschift, een vierde waanzinnig, een vijfde betitelde mij als een barbaar.'

Maar ook Frankrijk bracht hem niet het succes waarop hij had gehoopt. Het bleef bij de uitgave van zijn Eerste cellosonate (1918) door de uitgever Maurice Senart en een enkele uitvoering. Ondanks de inspanningen van een aantal geïnteresseerden kwam het niet tot uitvoering van een van zijn symfonieën; slechts enkele kamer­mu­ziekwerken werden gespeeld. Noodgedwongen keerde Vermeulen naar de jour­nalistiek terug en werd in 1926 algemeen corres­pondent van het Soerabaiasch Handelsblad. Gedurende veertien jaar zou hij wekelijks twee briljant geschreven 'Parijsche Brieven' leveren, veelal handelend over niet-muzikale onderwerpen, die hij publiceerde onder het pseudoniem Hugo Reynst. Tijd om te componeren restte hem nauwelijks. Het contact met Nederlands-Indië bleef bestaan tot 1940.

1930 - De Vliegende Hollander, een Passacaglia et cortège voor orkest (Toneelmuziek; v. koor, orkest, spreekstem; n. M. Nijhoff).
Vanuit Neder­land kreeg hij in 1930 de opdracht tot het maken van de muziek bij het open­luchtspel De Vliegende Hollander van Martinus Nijhoff.

Voor de uitgave van Les Oeuvres complètes de J.B. Lully, onder redactie van Henry Prunières, bewerkte hij de opera Cadmus et Hermione (1930).

1938 - Deuxième sonate pour piano et violoncelle
Gedeprimeerd over zijn uit­zichtloze situatie pakte hij pas in 1937 de draad weer op van de Tweede Cellosonate, die hij tien jaar eerder halverwege had laten liggen.

Van vitaal belang voor Vermeulen was de pre­mière van zijn Derde Symfonie in 1939 in Amsterdam, uitgevoerd door het Concert­gebouwor­kest onder leiding van Eduard van Beinum. De uitvoe­ring lever­de hem het bewijs van de werkzaamheid van zijn concepten.

1940–1941 - Vierde symfonie (Les Victoires)
1941 - Trois salutations à notre dame, voor mezzosopraan en piano (lied; v. sopraan en piano)
1944 - Le balcon, voor mezzosopraan of tenor en piano (lied; v. mezzosopraan, tenor en piano; Baudelaire)
1941–1945 - Vijfde symfonie (Les lendemains chantants)

In grote armoede, levend op een door het consulaat verstrekt voorschot, voltooide hij twee liederen en zijn Vierde en Vijfde symfonie, waarvan de titels Les Victoires en Les lend­emains chantants Vermeulens vertrouwen in de goede afloop van de oorlog symbo­liseren. Beide werken zijn hoogtepunten in de twintigste-eeuwse orkest­literatuur.

In het najaar van 1944 ontvielen Vermeulen kort na elkaar zijn vrouw (7-9-1944) ten gevolgen van ondervoeding, en zijn meest geliefde zoon Josquin die sneuvelde in het Franse bevrijdingsleger. Het later gepubliceerde dagboek Het enige hart geeft een aangrijpend relaas van het rouwproces. Zoekend naar de zin van dit verlies kwam Vermeulen tot een filosofisch bouwwerk, dat hij verder uitwerkte in zijn boek Het Avontuur van den Geest. Daarin deduceert hij een scheppend beginsel achter alle verschijningsvormen van materie en leven en tracht hij zijn lezers van het bestaan van de 'Scheppende Geest' te overtuigen om hen zodoende bewust te maken van de verantwoordelijkheid die de mens heeft voor de toekomst van de aarde. Met dit op logische redenering gestoelde credo hoopte Vermeulen een tegenhanger te bieden van het existentialisme. In hetzelfde kader passen Vermeulens felle protesten in de jaren '50 tegen de nucleaire bewapeningswedloop.

Vermeulen hertrouwde op 8 augus­tus 1946 met Thea (Dorothea Anna Maria) Diepenbrock, dochter van zijn vroegere mentor. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren, Odilia Maria Joanna. Odilia Vermeulen trouwde met Ton Braas, die later de belangrijkste biograaf van Vermeulen werd. 'Door het geweld van zijn verlangen' (Ton Braas, De Bezige Bij biografie 1997).

Vermeulen keerde in 1946 naar Nederland terug, waar hem een muziekleven wachtte dat hem, het tij gekeerd, minder vijandig gezind was dan voorheen. In opdracht schreef hij een tweetal boeken, Princiepen der Europese muziek (Amsterdam, 1949) en Het avontuur van den geest (Amsterdam, 1947), waarin hij zijn denkbeelden in hun volle omvang uitwerkte, achtereenvolgens in de vorm van een muziekhistorische uiteenzetting en een spiritualistische filosofie. Met Princiepen... verwierf hij de Meulenhoff-prijs. Het andere werk vertaalde hij in 1950 als L'Aventure de l'Esprit (Paris, 1955) in het Frans.

vanaf 1946 zou hij tien jaar voor het weekblad De Groene Amster­dammer werken. Zijn artikelen over muziek - gebundeld in De muziek dat wonder - behoren, ook internationaal beschouwd, tot de meeslependste op dat gebied geschreven.

In 1949 gingen Vermeulens Vierde en Vijfde Symfonie in première. Toch leidde dit niet tot een doorbraak. De première van de Vijfde op 13 oktober 1949 in een volgens Vermeulen ongeëvenaarde uitvoering door Van Beinum, leverde matige recensies op. Een 'onpeilbaar raadsel' voor de teleurgestelde Vermeulen: 'De een verweet mij dat ik hem bekaf maakte en geen flauw benul had van melodie, hoewel ik melodisch beweerde te componeren. Een ander zei me dat ik onbegrijpelijk was, dat zijn oren niets hadden opgevangen dan dissonanten en een chaos. Een derde noemde mij geschift, een vierde waanzinnig. Een vijfde betitelde mij als barbaar. Verschillenden hadden niets gehoord dan een onontwarbare, afgrijselijke, beklemmende, fysiek onuitstaanbare klankenbrij in een eindeloos fortissimo.'

De 2e Symphonie werd in 1953 op het internationale concours van Brussel bekroond.

In 1956 verliet hij Amsterdam en vestigde zich in Laren.

De uitvoe­ring van de Tweede Symfonie - eerder be­kroond op het Reine Elisabeth Concours in 1953 - tijdens het Holland Festival 1956 gaf de aanzet tot een nieuwe periode van creati­viteit, waarin hij de Zesde Symfonie componeerde.

1956-1958 - Zesde symfonie (Les minutes heureuses)
Dit werk is geba­seerd op het motief 'la-do-re', dat op z'n Frans uitgespro­ken naar adora­tie, aanbidding van het leven en de liefde verwijst.

1959 - Préludes des origines, voor bariton en piano
1960/1961 - Quator à cordes (strijkkwartet)
1962 - Trois cants d'amour, voor mezzosopraan en piano

1963-1966 - Zevende symfonie (Dithyrambes pour les temps à venir)
Zijn laatste werk, de Zevende Symfonie, spreekt met de titel Dithyrambes pour les temps à venir - er komen veel dynamische soli voor blazers in voor - van een ongeknakt optimisme.

Matthijs Vermeulen stierf op 26 juli 1967 in Laren.

Als componist én als musicograaf streefde Vermeulen naar verbreiding van zijn zeer persoonlijke en utopisch gerichte opvattingen over de Europese muziek. Na lange tijd voornamelijk om zijn literaire kwaliteiten te zijn geroemd, mede door de boeiende meeslepende stijl, geldt Vermeulens muzikale werk, vooral het vroegere, thans als een componist van grote, internationale betekenis en als de belangrijkste symfo­nicus van ons land. Mede echter doordat het lange tijd onuitgevoerd bleef oefende het weinig invloed uit. Na de oorlog kwam het langzamerhand, nog incidenteel, tot klinken. De Derde symfonie beleefde haar première in 1939 op initiatief van het Comité Maneto; de Tweede werd in Nederland uitgevoerd in 1956, nadat het werk drie jaar eerder was bekroond in het concours 'Reine Elisabeth de Belgique'. Pas na de dood van de componist is er sprake van een groeiende belangstelling.

In zijn werken, die een nieuw melodietype laten horen in een kunstige, harmonisch-rijke polyfone verwe­ving, gaan overweldigende kracht en vitaliteit gepaard aan tederheid en lyriek. Met zijn composities wilde Vermeulen getuigen van een positieve levenshouding. De principes waarop Vermeulen zijn muziek baseerde zijn door de jaren heen dezelfde gebleven: een organische opbouw vanuit een enkel motief, en een overwegend melodische denkwijze, resulterend in een polyfonie van zich schijnbaar geheel zelfstandig ontplooiende stemmen.

Aan de ideeën van Vermeulen ligt een sociaal humanisme ten grondslag, dat in al zijn scheppingen de sporen achterlaat van een insisterende dynamiek, nu eens contemplatief dan van een welhaast obsessieve kracht. Aan de muziek wordt een utopische functie toegekend. De plaats van handeling waar de bestemming van de mens muzikaal wordt verbeeld is gelegen in het orkest, dat wordt opgevat als een muzikale gemeenschap, waarin de verschillende stemmen en groepen, alhoewel gezamenlijk, zich vrij kunnen ontplooien. In de realisering van zijn polymelodische conceptie greep de componist terug op de oude, middeleeuwse 'cantus firmus'-techniek, die hij echter van haar absolute karakter bevrijdde. Tevens streefde hij ernaar het traditionele, tonaal-harmonische en metrische systeem te doorbreken.

Geschriften:
De kritieken van Vermeulen werden veel gelezen en vonden, hoe controversieel ook, tot ver buiten de muziekwereld waardering. Sommige van zijn muzikale beschouwingen behoren tot het beste van wat er indertijd in het Nederlands taalgebied verscheen. Zijn vrienden A. Roland Holst en M. Nijhoff prezen de kwaliteit van zijn proza, de laatste vergeleek hem als essayist met Lodewijk van Deyssel.
Een gedeelte van zijn opstellen is gepubliceerd onder de titels: De twee muzieken (2 dln., 1918); Klankbord (1929); De eene grondtoon, in: De Vrije Bladen, IX, 4–5 (1932); De muziek, dat wonder (1958).
In 1947 publiceerde hij een filosofisch geschrift Het avontuur van de geest (1947; Fr. vert.: L’aventure de l'esprit, 1956), waarin nieuwe rationele grondslagen werden gelegd voor de mens en zijn plaats in de wereld.
In 1949 verscheen een psycho-analytische muziekgeschiedenis van zijn hand onder de titel Princiepen der Europese muziek.

Websites en bronnen:
. Matthijs Vermeulen-Stichting opgericht, die zich ervoor heeft beijverd het complete werk op de plaat uit te brengen [The complete works of Matthijs Vermeulen (Amsterdam: Donemus, 1983-)], waarmee Vermeulen, ongetwijfeld Nederlands meest verguisde componist, tevens de eerste van dit land zal zijn wie een dergelijke postume eer te beurt valt.
Het complete oeuvre van Vermeulen verscheen in 1994 op 6 cd's (CV 36/41) bij Donemus i.s.m. de Matthijs Vermeulen Stichting.
Een box met orkestwerken en een box met kamermuziek. Onder de diverse uitvoerenden vinden we o.a. Jard van Nes, Vera Beths en Anner Bijlsma, alsmede een keur aan orkesten, zoals het Rotterdams Philharmonisch. De begeleidende boekjes bevatten uitgebreid commentaar op de diverse werken.

Matthijs Vermeulenprijs
Door de Stichting [Amsterdams Fonds voor de Kunst] is de Matthijs Vermeulenprijs ingesteld, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een Nederlands componist die naar het oordeel van de jury de beste compositie van het jaar heeft geschreven. Voor jonge componisten bestaat er de Matthijs Vermeulen Aanmoedigingsprijs.

Zonder weerklank - Matthijs Vermeulen
Documentaire over Matthijs Vermeulen. Zonder Weerklank levert vooral in de bijdragen van enkele van zijn kinderen een vaak intiem portret. Ook zijn er beelden van het manuscript van een briefje wat hij schreef na het overlijden van zijn eerste echtgenote Anny van Hengst. Hij schreef de letters d in het woord dood als noten.
"Als mijn werken tijdig waren opgevoerd, had de evolutie der muziek, die overal sinds ruim 40 jaar stagneert, haar normale ontwikkeling kunnen voortzetten". Deze tekst schreef de componist, criticus en essayist Matthijs Vermeulen (1888-1967) vanaf zijn ziekbed, enkele maanden voor zijn dood.
Regie: Ireen van Ditshuyzen


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 103.