kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Mario Lanza

Tekening van Mario Lanza door Armando Cesari

eigenlijk Alfred Arnold Cocozza geboren New York, 31-1-1921, gestorven Rome, 7-10-1959
Amerikaans tenorzanger en filmster

Geboren als Alfredo Arnold Cocozza in Philadelphia, kwam hij al jong in aanraking met de opera. Toen hij 16 jaar was, bleek al overduidelijk zijn zangtalent. Hij begon in een plaatselijke operaproductie, maar later kwam hij onder de hoede van dirigent Sergei Koussevitzky, die er voor zorgde dat hij een volledige studiebeurs kreeg bij het Berkshire Music Festival in Tanglewood, Massachusetts. Later zou Koussevitzky tegen hem zeggen: "Zo'n stem als jij hebt, komt maar eens in de honderd jaar voor."

Toen hij 21 was, beleefde hij zijn operadebuut op 7 augustus 1942 in Tanglewood. Hij vertolkte de rol van Fenton in Otto Nicolai's opera The Merry Wives of Windsor, na een instudeerperiode van slechts zes weken onder leiding van de dirigenten Boris Goldovsky and Leonard Bernstein. In die tijd nam Cocozza ook zijn artiestennaam aan, die hij ontleende aan de meisjesnaam van zijn moeder, Maria Lanza.

Zijn carrière werd onderbroken door de Tweede Wereldoorlog, doordat hij werd ingezet in de United States Army Air Corps. Hoewel Lanza bij de luchtmacht zat, trad hij nog wel op in speciale shows tijdens de oorlog, met name On the Beam en Winged Victory.

Lanza hervatte zijn zangcarrière in oktober 1945 bij het CBS-radioprogramma Great Moments in Music, alwaar hij zes keer optrad met een gevarieerde selectie uit diverse opera's. Daarna ging hij 15 maanden studeren bij Enrico Rosati. Van juli 1947 tot mei 1948 ging hij, samen met de bariton George London en Frances Yeend, op een concerttoernee door de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Ze verzorgden in die periode in totaal 86 concerten. Door een concert in de Hollywood Bowl kwam Lanza onder de aandacht van Louis B. Mayer van MGM, die hem een filmcontract voor zeven jaar bij MGM aanbood. Dit bleek een keerpunt in de carrière van de jonge zanger te worden.

Door zijn contract met MGM verbleef Lanza zes maanden in de studio's, en aanvankelijk was dit nog wel te combineren met zijn operacarrière. In 1948 nam Lanza twee keer de rol van Pinkerton uit Madame Butterfly op zich voor de New Orleans Opera Association. Ook ging hij nog door met het geven van soloconcerten, terwijl hij nog samen met George London en Frances Yeend het Bel Canto Trio vormde. In mei 1949 maakte Lanza zijn eerste commerciële opname voor RCA Victor. Niettemin hadden zijn eerste twee films, That Midnight Kiss en The Toast of New Orleans, veel succes, evenals zijn platencarrière, en Lanza's roem nam enorm toe.

In 1951 vertolkte Lanza Enrico Caruso in The Great Caruso, en dit bleek een verbluffend succes. Tezelfdertijd stelde Lanza's populariteit hem bloot aan felle kritiek van muziekcritici, waaronder dezelfden die jaren tevoren zijn werk hadden geprezen. In 1952 kreeg Lanza, nadat hij de songs voor The Student Prince had opgenomen, ontslag bij MGM. Daarop werd de film opgenomen met de acteur Edmund Purdom, die Lanza's zang playbackte. Lanza kwam in deze periode aan de rand van het bankroet, doordat zijn voormalige manager slechte beleggingsbeslissingen had genomen. Met een belastingschuld van ongeveer $250.000 onttrok Lanza zich een tijdlang aan de publieke aandacht.

In 1956 hervatte hij met Serenade zijn filmcarrière, maar deze had ondanks de sterke muzikale inhoud minder succes dan zijn vorige films. Lanza vertrok in mei 1957 daarop naar Rome, waar hij aan de film Seven Hills of Rome werkte, en richtte zich weer op de concertpraktijk in een reeks uitvoeringen in Engeland, Ierland en heel Europa. Hij oogstte veel bijval. Aan het begin van 1958, deed Lanza auditie bij de Scala van Milaan en kreeg onmiddellijk een contract aangeboden om minimaal twee jaar in het theater te zingen. De eerste opera waarvan sprake was, was Puccini's Tosca. Later dat jaar kwam Lanza ook overeen dat hij het seizoen 1960/61 van de Opera van Rome zou inluiden als Canio in de Pagliacci. Maar nu begon zijn gezondheid achteruit te gaan, en de tenor leed aan een aantal kwalen, waaronder flebitis en acute hoge bloeddruk. In april van het jaar daarop, 1959, kreeg Lanza een kleine hartaanval, in augustus van dat jaar dubbele longontsteking. In oktober stierf hij in Rome, 38 jaar oud, aan longembolie. De sopraan Maria Callas zei later: "Wat me het meeste spijt, is dat ik geen gelegenheid heb gehad om samen te zingen met de grootste tenor die ik ooit heb gehoord."

In Lanza's korte carrière had hij zich beziggehouden met de opera, de radio, concerten, opnamen en films. Hij was de eerste RCA Victor Red Seal-artiest die een gouden schijf ontving. Ook was hij de eerste artiest van wie tweeëneenhalf miljoen platen werden verkocht. Hij heeft grote invloed gehad en heeft opeenvolgende generaties operazangers geïnspireerd bij hun carrière; onder hen Plácido Domingo, Luciano Pavarotti, Leo Nucci en José Carreras. Ook was hij een voorbeeld voor zangers met een ogenschijnlijk andere achtergrond, die ook heel andere invloed hadden ondergaan; het meest sprekende voorbeeld hiervan was wel Elvis Presley, die net als hij voor het RCA Victor-label uitkwam. In 1994 bracht de tenor José Carreras een hommage aan Lanza in een wereldomspannende concerttoernee, en zei: "Dat ik operazanger ben, is te danken aan Mario Lanza."

website: GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Mario_Lanza


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 211.